Actueel nieuws verbouwplan Oosterkerk 2021

Wij houden u op de hoogte van de verbouwing van de Oosterkerk op de website.

Zie daarvoor onder het kopje: VERBOUW OOSTERKERK 2021

Wij horen dat er ook gemeenteleden zijn die graag wat extra’s willen overmaken t.b.v. de verbouw Oosterkerk. Daarvoor is inmiddels een speciale bankrekening geopend. Elke gift of schenking is welkom en zal goed worden besteed. Dank alvast.

Bankrekeningnummer:
NL21 RABO 0399041672 Protestantse Gemeente Hoogeveen o.v.v. Verbouw Oosterkerk

Fotoverslag Emmaüswandeling, eerste Pinksterdag 2021

(foto credits: Jeanette Volkerts) Klik voor fotoverslag op onderstaande link:

Fotoverslag Emmaüswandeling

EMMAÜSWANDELING
Een activiteit voor Geestdriftige mensen op de eerste Pinksterdag.

In Lucas 24:13-16 wordt beschreven hoe twee volgelingen van Jezus onderweg naar Emmaüs met elkaar in gesprek zijn over gebeurtenissen die ze niet goed begrijpen. Na enige tijd lijkt het of zich een onzichtbare derde bij hen gevoegd heeft.

Na een periode van stilte organiseert Leeftocht Oost weer voorzichtig een activiteit met de mogelijkheden die er nu zijn. Op de eerste Pinksterdag is dat een Emmaüswandeling, elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek.

Bij deze Emmaüswandeling wandelt u twee aan twee, waarbij u eerst ieder voor zich in stilte een meegekregen tekst en een gespreksvraag overdenkt. Na enige tijd wisselt u met elkaar uit wat de tekst u op dit moment zegt of misschien juist niets te zeggen heeft. Dit gaat in de vorm van elkaar vertellen, vragen stellen en antwoorden geven zonder discussie of elkaar proberen te overtuigen en stiltes zijn niet erg. En heel misschien ervaart u dat er even een onbekende, onzichtbare derde meeloopt.

 

 

 

Pinksteren 2021

Kindernevendienst: Ik zie het aan je!

Bijbel: Handelingen 2:1-24
Nadat Jezus naar de hemel is gegaan, wachten de leerlingen in huis. En op het joodse Pinksterfeest raken zij in vuur en vlam door de Heilige Geest. In alle talen spreken zij over Jezus, zijn leven en werk, zijn Opstanding. Het feest is begonnen.

Twee mooie werkbladen: Pinksteren 1 en Pinksteren

Beluister hieronder het verhaal van deze zondag: ‘Pinksteren’.

 

Presentatie van de Pinksterdienst:
Presentatie dienst van Pinksteren 2021

Symbolischeschikking Pinksteren 2021

 

 

 

 

 

Pinksteren:  Feest van Hoop.

De groene boog staat symbool voor de hoop., vol verwachting voor de toekomst.
In de regenboogkleuren wordt Gods belofte zichtbaar, waarbij de rode  Gloriosa de boog in vuur en vlam lijkt te zetten. In lied 686 zingen we vandaag:

Wij zijn in Hem gedoopt

Hij zalft ons met zijn vuur.

Hij is een bron van hoop

In alle dorst en duur.

 

Fotoverslag Emmaüswandeling, eerste Pinksterdag 2021

(foto credits: Jeanette Volkerts) Klik voor fotoverslag op onderstaande link:

Fotoverslag Emmaüswandeling

EMMAÜSWANDELING


Een activiteit voor Geestdriftige mensen op de eerste Pinksterdag.

In Lucas 24:13-16 wordt beschreven hoe twee volgelingen van Jezus onderweg naar Emmaüs met elkaar in gesprek zijn over gebeurtenissen die ze niet goed begrijpen. Na enige tijd lijkt het of zich een onzichtbare derde bij hen gevoegd heeft.

Na een periode van stilte organiseert Leeftocht Oost weer voorzichtig een activiteit met de mogelijkheden die er nu zijn. Op de eerste Pinksterdag is dat een Emmaüswandeling, elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek.

Bij deze Emmaüswandeling wandelt u twee aan twee, waarbij u eerst ieder voor zich in stilte een meegekregen tekst en een gespreksvraag overdenkt. Na enige tijd wisselt u met elkaar uit wat de tekst u op dit moment zegt of misschien juist niets te zeggen heeft. Dit gaat in de vorm van elkaar vertellen, vragen stellen en antwoorden geven zonder discussie of elkaar proberen te overtuigen en stiltes zijn niet erg. En heel misschien ervaart u dat er even een onbekende, onzichtbare derde meeloopt.

 

 

25 april 2021

Lezingen: Ezechiël 34, 1-10       Johannes 10, 1-16
Voorganger: ds. B. Metselaar, Beilen

Gemeente van Jezus Christus.
 “Mijn God, mijn herder zorgt voor mij”.
De Goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”. Tussen Pasen en Pinksteren spreken wij over Jezus als de Goede Herder.
Als Hij de herder is dan — Ja toch? – dan zijn wij de schapen.
Een dichter zegt: “Misschien kan je wel over de schapen spreken en de herder vergeten!”
Zeker in ons land zien we weilanden vol schapen zonder dat iemand ze hoedt.
Zelfs in het Dwingelderveld lopen schapen zonder dat er een herder is. Misschien mag je dus de herder soms wel vergeten.
Zoals we in onze tijd heel veel over mensen, over onszelf, te zeggen weten
en — naar het lijkt, God steeds meer vergeten.
“Maar”, zo gaat de dichter verder: “Je kan niet over de herder spreken en zijn schapen vergeten”.
Over God kan je niet zinvol spreken als je Zijn mensen vergeet.

In de nacht waarin Jezus gevangen werd – de nacht van Witte Donderdag – In die nacht werd werkelijkheid wat een Profeet tot Israël had gezegd:
“Ik zal de herder doden en de schapen zullen uiteengeslagen worden”.
De jonge Jezusbeweging is in die nacht uit elkaar gevallen. Johannes, Petrus,ze zijn niet verder gekomen dan het paleis van de Hogepriester.
De Vrouwen rondom Jezus hadden nog moed om te volgen tot op Golgotha. Zij hebben Hem in het graf gelegd.
Ook zij zijn verloren heengegaan in de stilte en de eenzaamheid.

Toen kwam de Paasmorgen. Ze vinden elkaar terug. Als een wervelwind doorwaait de Geest van God Jeruzalem.
Vrouwen en vissers grijpen elkaar bij de hand, met de belofte elkaar niet weer los te laten. De Gemeente van Christus krijgt haar vaste vorm.
Zij gaat van land tot land door de wereld en door de tijd. Zelfs een hardnekkig virus kan niet verhinderen dat we naar elkaar omkijken.
Mensen worden betrouwbare herders voor elkaar.

“Ik wil van God als van mijn herder spreken”.
Heel nadrukkelijk op de tweede, ook wel op de derde zondag na Pasen. “Zondag van de Goede Herder”.
Nee, we vergeten de gemeente niet als het nu toch weer over Jezus moet gaan.
Het gaat immers om de Gemeente. Om ons is de Herder gekomen.
Waarop worden de koningen, de leiders van Israël afgerekend?
Ezechiël de Profeet kent felle woorden. Zij zijn geen goede herders. Zij eten de kudde op, buiten het volk uit.
Leiden het op verkeerde wegen zodat het andere goden zoekt. Zwakke en zieke dieren verzorgen ze niet.
Ze dwalen rond op de heuvels en in de wildernis zoals een mens verloren kan lopen, en niemand gaat naar ze op zoek.

Wie denkt bij die woorden van Ezechiël niet aan de vele corrupte leiders van onze tijd?
Valt b.v. de toeslagenaffaire niet ook onder deze kritiek van de Profeet?
Is daar niemand verantwoordelijk voor? Lijken veel mensen die met het UWV te maken krijgen ook niet op zulke uitgebuite en vernederde schapen?

Dat vergeten we niet als we ons nu toch weer helemaal richten op de Herder.
Hem willen wij volgen.

Direct valt ons een typisch kenmerk op van de herder in Israël. Hier en daar op de Drentse hei zie je nog wel zijn vakbroeder.
Zijn schapen dwalen rustig rond. Ze vinden hun weg wel. Schapen zijn veel minder dom dan mensen denken.
Natuurlijk houdt de herder ze wel in de gaten. Als er eens eentje wat verder weg dwaalt komt de hond haar wel terughalen.
Echt verdwalen kunnen de schapen niet. Bij de kooi staat ’s morgens al aangegeven hoe laat ze ’s avonds terug zijn.

Het werk van de Drentse herder is niet minder serieus en zwaar.
Het is wel anders.

De herder in Israël – en misschien moeten we maar direct ook aan Jezus denken. De herder in Israël – Jezus –  loopt niet achter de kudde. Hij gaat voorop.
Hij moet de wegen vinden waarlangs de voeten van de schapen kunnen gaan.
Het pad gaat door de wildernis. Een steppe vol doornige struiken.
Hij buigt ze op zij zodat de vachten van de schapen er niet in verward raken.
Kijk maar! Zijn handen zijn vol striemen en schrammen van scherpe stekels.
Hij maakt het pad vrij van dikke, puntige stenen – en morgen zijn er al weer nieuwe rotsblokken naar beneden gerold.
Zijn rug kromt zich. Ze zijn bijna te zwaar om te tillen.
Een stroom komt van de heuvels. Bruisend water verspert de weg.
Natuurlijk is er geen brug.  Hij gaat er midden in staan.
Zo breekt de kracht van het water stuk op zijn lichaam.
Pas op! De wol van de schapen zuigt zich vol met water. Ze zouden gemakkelijk meegesleurd worden.
De herder grijpt ze vast. Hij draagt ze naar de overkant.

Een leeuw. Een beer. Heel gewoon in de buurt van de kudde.
De herder gaat niet opzij. Hij laat geen schaap prooi worden van deze dieren.
Koning Saul twijfelt of die  knappe, dappere David, niet veel te jong, te klein is, om de reus Goliath aan te kunnen.
Maar David was een herder. Hoor hoe hij de koning overtuigt.
“Wanneer er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een geit van de kudde te stelen, ging ik erachteraan, overmeesterde hem
en redde het dier uit zijn muil”.

Maar dan is er toch één verloren geraakt.
’s Avonds. Doodmoe. Werkelijk doodmoe heeft de herder de stal weer bereikt.
Onder zijn staf laat hij de schapen doorgaan. “Jij, en jij en jij!” Alle honderd kent hij bij name:
“Zwartje. Witje, Spikkeltje, Krompootje”. Namen die iets zeggen over wie ze zijn.
Eén ontbreekt er! Kan gebeuren! Toch? Bedrijfsrisico! Verzekering dekt de schade?
Economische opmerking uit een andere tijd, een ongekende mentaliteit.
Doodmoe gaat de Goede Herder door de donkere gevaarlijke woestijn op zoek.
Struikelend, vallend, bloedend – tot Hij jou vindt. “Hij brengt ze weer te kooi”.

De andere morgen: geen klacht. Een nieuwe dag is aangebroken. De herder heeft geslapen in de opening van de kooi.
“Ik ben de deur van de schapen”, horen we Jezus zeggen.
Als iemand een schaap uit de stal wil roven – alleen over zijn lijk!
“Een Goede Herder geeft zijn leven voor zijn schapen”.
Nietwaar? We hebben Goede Vrijdag gevierd. We waren op Golgotha.

Frisse morgen. “Een tuin bloeit rond het open graf”. De tuin van de Opstanding. De Goede Herder gaat weer voor ons uit.
Hij roept zijn schapen. Jezus komt in ons midden staan. “Ik wens jullie vrede!”.
Hij kent ze weer bij name.
De verwarde, verdrietige Maria Magdalena hoort zijn stem: “Maria”.
Het is niet de tuinman! Alleen Jezus zegt zo liefdevol haar naam. Zo kent niemand haar! “Voor wie Hij liefheeft wil Hij heten!”
Zoals de lammetjes hun eigen moeder herkennen aan de klank van haar stem – het stemgeluid van geen twee moederschapen is gelijk, heb ik me laten vertellen.
Aan de stem kent zij haar eigen lammetjes en zij gaan nooit mee met een vreemde moeder.

Zo willen wij van God als van onze herder spreken.
Immers die Goede Herder heeft nog andere schapen die niet uit de stal van Israël komen. Zij horen tot de volken wereldwijd.
“Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder”.
Dat wordt de Gemeente van Christus: Israël en de volken. Zonder Israël gaat het niet.
Zonder ons wil God ook niet!

De Herder gaat voor ons uit.
Toen al: in de nacht waarin Hij gevangen genomen werd.
“Ik zei al: “Ik ben het! Als u Mij zoekt laat deze – mijn vrienden, mijn schapen – laat hen dan vrij heengaan”.
Toen ook: op die donkere middag op Golgotha.
“Anderen heeft Hij verlost, zichzelf kan Hij niet redden!”.
“Hoe vreemd, dat voor de schapen van zijn weide, de Herder zelf ter slachtbank zich liet leiden”.
Toen opnieuw:  in de vroege morgen van Pasen.
“Zoek elkaar weer op. Laat elkaar niet los. Ik ga al voor jullie uit.” Toen èn nu!
Wij in de soms zo verwarde dagen en vragen. Hoe betrouwbaar zijn onze herders? Zijn wij trouw aan elkaar?
Soms zo verloren in de wildernis van elke dag: steden en stenen; rumoer en lawaai, laaiende stilte, ziekte en sterven;
stikkende eenzaamheid; verlammende onverschilligheid; hard werken en toch soms zo saai.

Hoor: jouw naam!
“Voor wie ik lief heb wil ik heten!” Gekend, bemind, geroepen, gevonden.
Wij zullen van God als onze herder spreken. “Ik wens jullie vrede!” zegt de Heer in ons midden.
“Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zend ik nu jullie”.
Zelf gevonden zullen we op zoek gaan naar de ander.
Zelf gekend zullen we ons jouw naam herinneren.
Zelf bemind zullen we de ander liefhebben als ons zelf.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”.

AMEN!                                                                                             

 

 

Inzameling gaven 1 augustus 2021 (Graag digitaal; via de App Appostel)

– Eerste inzameling: Diaconie t.b.v. diaconale wijkkassen
– Tweede inzameling: Plaatselijk pastoraalwerk
Derde inzameling: Kerk, zending en wijkkas

tU kunt wekelijks voor het betreffende project uw gift overmaken via de appostel-app met de vermelding voor welk doel, of op het centrale rekeningnummer: NL 56 RABO 0373 7353 91 t.n.v. de Protestantse Gemeente Hoogeveen met vermelding van het doel.

We verzoeken iedereen zoveel mogelijk gebruik te maken van de App Appostel, dit bespaart ons veel werk.

Nieuwe app: Appostel installatie handleiding klik hier: Webpagina
Als u de giften zelf overmaakt kunt u dit vanaf heden doen op bankrekeningnummer: NL56 RABO 0373735391 ten name van de Protestantse Gemeente Hoogeveen

(meer…)

Met het oog op zondag 1 augustus 2021

Zondag 1 augustus, 7e zondag van de zomer

Voorganger:   mw. Joke van Beveren, Assen
Organist:         Auke Helder

Oppasdienst: voorlopig geen gelegenheid voor oppas*

Kindernevendienst: 1 augustus 2021
Thema: Wie gaat over het water
Bijbel: Johannes 6:16-2
De leerlingen van Jezus varen in het donker op het meer als het hard begint te waaien. De leerlingen zijn bang, maar dan komt Jezus over het water naar hen toe. Hij zegt dat ze niet bang hoeven te zijn.

Beluister hieronder het verhaal van deze zondag: ‘Als het water beweegt’.

 

Versoepelingen corona maatregelen:
Welke gevolgen deze versoepelingen hebben voor de activiteiten in de Oosterkerk. Klik op onderstaande link:
versoepelingen in kerkdiensten en zingen mag onder voorwaarden

Op de woensdagochtenden is tussen 10.30 uur en 12.00 uur voor diegenen die daar behoefte aan hebben, gelegenheid om een kaarsje aan te steken en even stil te zijn.
Ook zal er iemand van de pastoraatsgroep aanwezig zijn om een luisterend oor te bieden.

18 april 2021

Lezing: Johannes 21, 15-24
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Bij het meer van Tiberias hebben zich zeven van Jezus leerlingen verzameld. Één van hen is Simon Petrus. Hij zegt tegen de anderen: “Ik ga vissen.“ en de andere leerlingen antwoorden hem: “Wij gaan met je mee.“  Nu zou je bij oppervlakkige lezing van het verhaal kunnen denken: “ De leerlingen gaan vissen. Logisch ze zijn visser van beroep. Een aantal jaren hebben ze met Jezus rondgereisd. Nu is Jezus weg dus pakken ze hun oude beroep weer op.Wat moeten ze anders? “ Deze lezing is echter te oppervlakkig. Waarschijnlijk moeten we het ons zo voorstellen dat het verhaal van vanmorgen een zéndingsverhaal is. Het is een verhaal over de zendingsarbeid van de kerk. Wanneer Petrus zegt: “ Ik ga vissen. “ dan bedoelt hij: “ Ik wordt visser van ménsen. “ En  zes leerlingen van Jezus zeggen tegen Petrus: “ Wij gaan met je mee” Deze zes plus Petrus zijn waarschijnlijk een verwijzing naar de zeven gemeenten in Klein Azie die genoemd worden in Openbaringen twee en drie: de gemeente in Efeze, de gemeente in Smyrna, de gemeente in Laodicea en noem maar op.  Het verhaal van vanmorgen gaat over het  zendingswerk van de kerk.  Bij zending  hoeven  we niet alleen te denken aan evangelieverkondiging maar we kunnen  ook  denken  aan  het verlenen van hulp aan mensen in nood . Water is het symbool van menselijke nood. Vissers van mensen redden mensen in nood.

Zeven gemeenten in Klein Azië  verkondigen het evangelie en proberen mensen  te redden uit hun geestelijke en materiële nood. De leden van de zeven gemeenten in Azië werken en werken maar al hun zwoegen lijkt tevergeefs. Hun inspanning lijkt niets op te leveren. Hetzelfde overkomt de leerlingen van Jezus. Zij  vissen de hele nacht. Ze zwoegen en zwoegen maar hun inspanning lijkt niets op te leveren. Ze vangen helemaal niets. De zeven vergeefs zwoegende leerlingen zijn de zeven vergeefs zwoegende  gemeenten van Klein Azië.

Dan, wanneer het al licht begint te worden, gebeurt er iets. Die momenten vlak voor het licht wordt , die verwachtingsvolle momenten, spelen steeds opnieuw een rol in de opstandingsverhalen. Zo ging ook Maria van Magdala  vlak voor het echt licht begon te worden naar het graf van Jezus. Diezelfde verwachting wordt in het verhaal van vanmorgen gewekt. We lezen eerst dat de leerlingen de hele nacht visten  maar niets gevangen hebben. En dan staat er: En het begon al licht te worden…..Er wordt een grote verwachting gewekt. En dan lezen we: “ Toen stond Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat Hij het was. “  “ Hebben jullie misschien wat vis voor me? “ vroeg Jezus hun. “ Nee” antwoordden ze. “Gooi het net dan aan stuurboord uit “ zei Hij “ dan zul je iets vangen .”

Wat Jezus aan de leerlingen vraagt is zeer opmerkelijk. Hij vraagt ze om hun visnet aan stuurboord uit te werpen. Dat is iets wat de vissers nooit deden. Want aan stuurboord zat het roer. Wanneer ze de netten aan die kant uitgooiden zouden de net gemakkelijk in het roer verstrikt kunnen raken. Hoewel het dus zeer vreemd was wat Jezus hun vroeg volgden ze zijn aanwijzing toch op. Ze wierpen het net uit aan stuurboord en zie: het net zat zo vol met vissen dat ze niet meer in staat waren om het binnen boord te hijsen.

Het verhaal is een zendingsverhaal. De zeven leerlingen zijn de zeven gemeenten van Klein Azië. Ze hadden geen succes bij hun zendingswerk. Ze zwoegden zonder resultaat. Ze hadden de hoop bijna opgegeven. Maar dan op een moment dat ze het helemaal niet meer verwachtten komt de Opgestane Heer. Hij steunt hen in hun werk. Hij geeft ze een zeer ongewone opdracht. Hij daagt ze uit om risico te nemen. Hij daagt ze uit om iets te doen wat helemaal niet in hun hoofd opkwam. En zie: een groot resultaat. Het net is overvol.

In het verhaal wordt het aantal vissen in het net heel precies genoemd. Het zijn er 153. Dat is geen interessant wetenswaardigheidje. Dat is een symbolisch getal. Want 153 dat is het getal van de volkeren van de aarde. In Jezus tijd geloofden de joden dat er 153 volkeren op de aarde waren. Het net met 153 vissen is dus het symbool voor succesvolle zendingsarbeid. Het is het symbool van de voltooide redding van de aarde. Alle volken van de wereld die  in nood verkeerden of het evangelie nog niet gehoord hadden zijn gered uit hun nood en hebben  de vreugdevolle boodschap van het evangelie gehoord.

Wat heeft het verhaal ons te zeggen?  De leerlingen van Jezus visten de hele nacht maar ze vingen niets. Ze zwoegden hard maar hun werk had geen resultaat. Het is wellicht een beeld van de ervaring die mensen hebben die werken in de kerk. Velen van u zetten zich altijd weer opnieuw  in voor de kerk. En velen van u zullen zich  ook wel eens vermoeid afvragen of al dat gezwoeg wel zin heeft. Is het geen aflopende zaak die kerk? Dat kunnen en willen we niet geloven en daarom zetten we ons weer opnieuw in …maar toch, de vermoeidheid overvalt ons wel eens. En dan is het heel bevrijdend om te lezen dat deze  ervaring ook haar plaats heeft in het evangelie. Zwoegen zonder resultaat dat is een ervaring die de kerk vanaf het allereerste begin heeft gekend.

Heeft het verhaal ook een antwoord op deze ervaring? Dat antwoord zit wellicht hierin verscholen dat  Jezus wanneer het licht wordt opeens, onverwacht bij hen komt en hen aanspreekt. “ Hebben jullie wat vis voor me ?” vraagt Hij. Maar de leerlingen herkennen Hem niet. Dat is vreemd want hij is na zijn opstanding al eens eerder aan hen verschenen. Ze zouden Hem kunnen herkennen maar ze herkennen hem niet omdat ze hem niet verwachten. Ze zijn aan het zwoegen maar ze verwachten geen steun van Hem. Als hij dan opeens bij hen is om hen steun te geven herkennen ze Hem niet. Het is mogelijk dat in dit gegeven  voor ons een vraag verscholen ligt.  Wij zijn ook aan het zwoegen voor de kerk en voor de medemens in nood. Maar verwachten wij eigenlijk hulp van de opgestane Heer? Verwachten wij dat Hij ons kan steunen? Vertaald naar vandaag zou je kunnen vragen: verwachten wij  kracht van het gebed?

In de tweede plaats daagt het verhaal ons uit. Jezus daagt zijn leerlingen uit om iets heel ongebruikelijks te doen. Hij daagt ze uit om het net aan de andere kant van de boot uit te gooien. De leerlingen zouden er uit zichzelf nooit op gekomen zijn om dat te doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om  ons werk een heel anders te gaan doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om risico’s te nemen. Wellicht moeten ook wij het net aan de andere kant van het schip der kerk uitgooien.  Laten we bij ons werk kracht zoeken in het gebed en creatief zoeken naar nieuwe wegen die we als kerk in kunnen slaan. Amen.

 

 

 

 

4 april 2021 Pasen

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Opstanding

’s Morgensvroeg op de eerste dag van de week, terwijl het nog donker is,  is  Maria van Magdala op weg naar het graf van Jezus. In het halfduister zoekt ze haar weg. Ze verwacht ieder moment het graf van Jezus met de grote steen voor de ingang, voor zich te zien opdoemen.

Dan duikt het graf opens voor haar op maar tot haar schrik ziet Maria dat de grote steen die de ingang afsloot weggerold is. Haastig loopt ze naar het huis waar Petrus en andere discipel waarvan wordt  gezegd dat Jezus hem liefhad. Ze stormt het huis binnen en roept ontzet: “Ze hebben de Heer weggenomen en we weten niet waar ze  Hem hebben neergelegd!“ ( Geen ogenblik komt Maria op de gedachte dat Hij uit de dood zou kunnen zijn opgestaan. Ze weet heel goed dat niemand nog ooit teruggekeerd is uit de dood om ons te groeten).
Petrus en de leerling waarvan Jezus hield springen op en rennen naar het graf. Het lijkt wel een wedstrijd wie er het eerste zal zijn. De discipel die Jezus liefhad arriveert het eerst. Hij kijkt naar binnen, ziet de linnen grafdoeken liggen waarin Jezus gewikkeld was maar hij gaat niet naar binnen. Hij blijft peinzend buiten staan.
Dan komt Petrus aangerend. Meteen gaat hij het graf binnen en ziet de doek die Jezus’ gelaat bedekte netjes opgerold terzijde liggen. Hij verbaast zich maar kom evenmin als Maria op de gedachte dat Jezus opgestaan zou kunnen zijn.
Dan gaat ook de discipel die Jezus liefhad het graf binnen. Hij ziet de lege plek waar Jezus lichaam gelegen had. En dan breekt er plotseling vreugde door op  zijn gezicht. Het besef dringt tot hem door dat Jezus is opgestaan uit de dood.

Maria staat huilend buiten het graf. Ze buigt zich voorover. Ze ziet de linnen doeken waarin het lichaam van Jezus gewikkeld was en de lege plek waar Zijn lichaam gelegen heeft.
Dan ziet ze plotseling twee engelen in stralend witte klederen. De één aan het hoofdeinde, de ander aan het voeteneinde van de plek waar Jezus gelegen heeft.
(Het  lijkt een beeld van het heilige der heiligen in de tempel waar de ark van het verbond staat met twee engelen op het deksel. Engelen die hun vleugelen zo gevouwen hebben dat ze samen de troon van God vormen)

“Waarom huil je “ vragen de engelen. “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem naartoe gebracht hebben.” antwoord Maria. Dan hoort een geluid achter zich.
Ze draait zich om en een onbekend stelt haar dezelfde vraag: “Waarom huil je?  Wie zoek je? “
Maria herkent de man niet. Ze denkt dat Hij de tuinman is en zegt: “Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd.”

Dan roept de man zacht maar indringend haar naam: “ Maria”.
En dan pas herkent Maria Hem want niemand kan haar naam zo noemen dat ze zich volledig gekend en bemind weet, niemand dan Jezus. “Rabboeni!“ roept ze . “Meester, mijn Meester!“ Toen Jezus stierf was ook Maria gestorven. Nu roept Hij haar weer tot leven.

Een prachtig verhaal! Het mooiste verhaal uit de wereldgeschiedenis!
Hoopvol, troostrijk, liefdevol. Het is een verhaal dat ons de ogen wil openen voor de werkelijkheid van God.

We kunnen op twee manieren kijken naar de werkelijkheid om ons heen. We kunnen die werkelijkheid zien als een gesloten geheel van wetmatigheden of we kunnen die werkelijkheid zien als de werkelijkheid waarin God werkt: Gods werke-lijkheid (streepje). Als de ruimte waarin God werkt. Als een ruimte met oneindige mogelijkheden.

De steen die voor het graf van Jezus gerold is en dit graf voor eeuwig af moest sluiten is het symbool van een gesloten werkelijkheid, een gesloten wereldbeeld. Dat gesloten wereldbeeld houdt in dat wat wij aanzien voor werkelijkheid een samenspel is van een groot aantal wetmatigheden. Wetmatigheden die in kaart worden gebracht door de wetenschappen.Zo beschrijft de natuurkunde b.v. de wet van de zwaartekracht en de wet van oorzaak en gevolg.  De biologie beschrijft de wet dat levende organismen na verloop van tijd uit elkaar vallen.. De economie beschrijft dat de prijs van een product stijgt wanneer het product schaars wordt. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar dat  heeft geen zin. Waar het om gaat is dat we zien dat binnen het gesloten wereldbeeld de werkelijkheid gezien wordt als een samenspel van wetmatigheden die bepalen wat wel of niet mogelijk is.

We worden ons bewustvan de geslotenheid van ons wereldbeeld wanneer we ons de vraag stellen: “ Geloven we dat het mogelijk is dat de wereld binnen 50 jaar erin slaagt om te voorzien in zijn energiebehoefte door schone energie uit zon, water en wind? “
of
“Geloven we dat het mogelijk is om de grootste armoede binnen 25 jaar uit de wereld te bannen?“
of
“Geloven we dat  het mogelijk is om het conflict tussen Israël en Palestina vreedzaam op te lossen “

Binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld moeten we deze vragen negatief beantwoorden.
Wanneer we naar  het opstandingsverhaal kijken dan zien we dat Maria  voortdurend blijft denken binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld.. Wanneer ze ziet dat de steen voor de ingang van het graf is weggerold kan ze geen andere verklaring bedenken dan dat het lichaam van Jezus geroofd moet zijn.

Wanneer de engelen haar vragen waarom ze huilt, blijft ze binnen haar oude denkkaders en snikt ze: “Ze hebben de Heer weggehaald en ik weet  niet waar ze Hem hebben neergelegd.“
En zelfs wanneer Jezus haar zelf aanspreekt : “Waarom huil je . Wie zoek je?“ blijft ze nog de gevangene van het gesloten wereldbeeld van wetmatigheden. Ze herkent Hem niet en denkt dat Hij de tuinman is.

Pas wanneer Jezus haar indringend bij haar  noemt vallen haar de schellen van de ogen en herkent ze Hem. Pas dan opent zich voor haar de deur van de gesloten werkelijheid en stapt ze de werkelijkheid van Gods oneindige  mogelijkheden binnen.
Vandaag roept God ook u en mij bij name. Hij roept op zo’n wijze dat ook wij ons ten diepste gekenden bemind weten. Het  horen van onze naam is de klik waardoor de gevangenisdeur van de gesloten werkelijkheid van onveranderlijke wetmatigheden openspringt en wij  Gods werkelijkheid van oneindige  mogelijkheden binnen kunnen stappen.
Het opstandingsverhaal leert ons dat het beeld dat wij van de werkelijkheid hebben als een  gesloten werkelijkheid die bepaald wordt door wetmatigheden, wellicht een veel te beperkt zicht op de werkelijkheid is.  De werkelijkheid is ruimte van Gods handelen “Gods werkelijkheid “.  In Gods werkelijkheid is veel meer mogelijk dan wij denken.

Het is mogelijk om de milieuproblematiek op te lossen !
Het  is mogelijk om het armoedevraagstuk op te lossen.
Het is mogelijk om wereldwijd de volkeren in vrede met elkaar te laten leven.

En Gods werkelijkheid omspant niet alleen dit leven maar ook het leven na dit leven. Binnen het  gesloten wereldbeeld zegt men: dood is dood, over en uit. Het is niet mogelijk dat we onze overleden dierbaren na de dood weer zullen ontmoeten. Het is niet mogelijk dat we kunnen opstaan uit de dood. Maar binnen de werkelijkheid van God zingen we:

De dode zal leven.

De dode zal horen: nu leven.

……………

Dode, dode, sta op,

Het licht van de morgen.

Een hand zal ons wenken,

Een stem zal ons roepen:

Ik open hemel en aarde en afgrond

En wij zullen horen

En wij zullen opstaan

En lachen en juichen en leven.

We gaan nu luisteren naar een lied dat wordt gezongen door de Noorse zangeres Sissel Kyrkjebø. In het lied dankt zij God voor het wonder van de opstanding. “ U zij de glorie “ zingt ze en wat ik zo mooi vindt, ze zingt ook: “ Een koor van miljoenen engelen zou nog niet genoeg zijn om mijn grote dank hiervoor uit te zingen.”

Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 april 2021 Paaswake

voorganger: ds. Dick van der Vaart

Meditatie paaswake

Waarom is er water in het doopvont zo midden in de nacht?
Water en nacht zijn oer-menselijke symbolen.
In het scheppingsverhaal lazen we al over water en nacht. Vóór de schepping was er niets dan een oneindige watervlakte. Deze was gehuld in duisternis. Door de duisternis komt een lichtgevende vogel aangevlogen : de vuurvogel Gods. De Stem van God klinkt: “ Er zij licht !” En het wórdt licht. Het duister verdwijnt. Het licht van de zon van God schíttert op het water.
God laat de wateren samenvloeien. De aarde duikt op uit het water van de oervloed. Een práchtige, vruchtbare aarde. Allerlei groen schiet op, boomknoppen en bloemknoppen springen open. Met de kracht van de lente wordt een lusthof geschapen, een hof van Eden, een woonplaats voor de mens.

Iets verderop in de bijbel lezen we weer over water en nacht. Na zich  lange tijd verzet te hebben laat de Farao het volk Israël eindelijk gaan. Maar op de avond van de uittocht krijgt de Farao spijt van zijn besluit. Met zijn leger van paarden en ruiters jaagt hij het volk na om het opnieuw gevangen te nemen. Vlak voor de nacht valt zien de Israëlieten in de verte het leger van de Farao hun kant uitkomen. Ze schreeuwen het uit van ellende. Ze waren zo blij eindelijk vrij te zijn. Nu blijkt die vrijheid maar één dag te duren. Ze willen ontsnappen maar kunnen geen kant op. Achter hen komt het leger van de Farao, voor hen is het water van de Schelfzee. Zo valt de nacht over het volk: water en nacht.

Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Bij de uittocht ging God het volk voor in een vurige wolk. Nu verplaatst die vurige wolk zich van zijn positie voor het volk naar een positie achter het volk. De wolk plaatst zich beschermend tussen het volk en de Farao.
De wolk was donker tegelijkertijd verlichte hij de nacht. Aan de kant van de Farao was de wolk donker: de Farao en zijn ruiters konden geen hand voor de ogen zien.
Maar aan de kant van het volk verspreidt de wolk licht. En wat ziet het volk gebeuren in het licht ? Mozes strekt zijn arm uit en houdt zijn stok boven het water. Er steekt een wind op. Deze wind laat het water wegvloeien naar de ene kant en naar de andere kant. God baant een weg voor Zijn volk dwars door het water heen. Een sweg naar de  vrijheid. Waar water en nacht waren is er nu licht en grond onder de voeten.

Ook in het N.T. is er een verhaal over water en nacht: het verhaal over de storm op het meer. De leerlingen van Jezus bevinden zich op een nacht i neen bootje op het meer. Er steekt een zware storm op. De golven slaan over het bootje heen, de wind dreigt de zeilen stuk te slaan. De leerlingen gillen het uit van angst.
Dan komt opeens over het water een lichtende gestalte aanlopen. Het is Jezus. “Vrees niet ! “roept Hij en kalmeert de storm. Dit verhaal  is een opstandingsverhaal. Water is het symbool van chaos en dood. Jezus loopt over het water. De Opgestane Heer loopt over het water. Onder Zijn voeten zijn de dragende handen van God. Waar water en nacht waren zijn er nu de dragende handen van God en het licht van de Opgestane Heer.

Het water in het doopvont is een herinnering aan de drie grote bevrijdende daden van God: de schepping, de doortocht door de Schelfzee en de opwekking van Jezus uit de dood.
Met Jezus worden ook wij opgewekt uit de dood.
Nooit meer zullen wij niet geschapen zijn.
Nooit meer zullen wij in de greep van de Farao zijn.
Nooit meer zullen wij in de macht van de dood zijn.
We zijn bevrijd door God. We leven in God. Amen.

 

 

Ga naar de bovenkant