Over Willem Feitsma

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Willem Feitsma has created 41 blog entries.

Heel Gambia kookt

Heeft u ook zo’n lentetrek? Gelukkig is er Heel Gambia Kookt! Zaterdag 29 mei tussen 15:00 en 16:00 wordt de Einsteinlaan omgetoverd tot een heuse drive through voor heerlijke opwarmmaaltijden!

Bij de volgende adressen kunt u deze 3 verschillende gerechten ophalen. Bent u niet in de gelegenheid om de maaltijd op te halen,  dan kan het gerecht tegen een kleine vergoeding bezorgd worden.  (Alleen in Hoogeveen)

Voor elk gerecht zijn de kosten €6,- per portie:

Lentige Hutspot bij huize v/d Molen (Einsteinlaan 10)

De bekende Nasi van Lonnie Nahafahik  bij huize Verhage (Einsteinlaan 14)

Kip Domoda (Gambiaans gerecht) bij huize Lammers (Einsteinlaan 24)

Kies vanaf de Melkweg de ingang van de Copernicuslaan. Sla dan rechtsaf de Einsteinlaan in. Op die manier hebben we de minste last van opstoppingen. 

 Bestellen kan t/m woensdag 26 mei. Dit kan via:

Alternatief kan bij Christine (Oma Gambia) Bruinsma telefonisch besteld worden via het nummer:

Vaste lijn 0528 26 21 10

Mobiel 06 5136 0679

 Kom met lege maag!          Jeugd voor Gambia

25 april 2021

Lezingen: Ezechiël 34, 1-10       Johannes 10, 1-16
Voorganger: ds. B. Metselaar, Beilen

Gemeente van Jezus Christus.
 “Mijn God, mijn herder zorgt voor mij”.
De Goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”. Tussen Pasen en Pinksteren spreken wij over Jezus als de Goede Herder.
Als Hij de herder is dan — Ja toch? – dan zijn wij de schapen.
Een dichter zegt: “Misschien kan je wel over de schapen spreken en de herder vergeten!”
Zeker in ons land zien we weilanden vol schapen zonder dat iemand ze hoedt.
Zelfs in het Dwingelderveld lopen schapen zonder dat er een herder is. Misschien mag je dus de herder soms wel vergeten.
Zoals we in onze tijd heel veel over mensen, over onszelf, te zeggen weten
en — naar het lijkt, God steeds meer vergeten.
“Maar”, zo gaat de dichter verder: “Je kan niet over de herder spreken en zijn schapen vergeten”.
Over God kan je niet zinvol spreken als je Zijn mensen vergeet.

In de nacht waarin Jezus gevangen werd – de nacht van Witte Donderdag – In die nacht werd werkelijkheid wat een Profeet tot Israël had gezegd:
“Ik zal de herder doden en de schapen zullen uiteengeslagen worden”.
De jonge Jezusbeweging is in die nacht uit elkaar gevallen. Johannes, Petrus,ze zijn niet verder gekomen dan het paleis van de Hogepriester.
De Vrouwen rondom Jezus hadden nog moed om te volgen tot op Golgotha. Zij hebben Hem in het graf gelegd.
Ook zij zijn verloren heengegaan in de stilte en de eenzaamheid.

Toen kwam de Paasmorgen. Ze vinden elkaar terug. Als een wervelwind doorwaait de Geest van God Jeruzalem.
Vrouwen en vissers grijpen elkaar bij de hand, met de belofte elkaar niet weer los te laten. De Gemeente van Christus krijgt haar vaste vorm.
Zij gaat van land tot land door de wereld en door de tijd. Zelfs een hardnekkig virus kan niet verhinderen dat we naar elkaar omkijken.
Mensen worden betrouwbare herders voor elkaar.

“Ik wil van God als van mijn herder spreken”.
Heel nadrukkelijk op de tweede, ook wel op de derde zondag na Pasen. “Zondag van de Goede Herder”.
Nee, we vergeten de gemeente niet als het nu toch weer over Jezus moet gaan.
Het gaat immers om de Gemeente. Om ons is de Herder gekomen.
Waarop worden de koningen, de leiders van Israël afgerekend?
Ezechiël de Profeet kent felle woorden. Zij zijn geen goede herders. Zij eten de kudde op, buiten het volk uit.
Leiden het op verkeerde wegen zodat het andere goden zoekt. Zwakke en zieke dieren verzorgen ze niet.
Ze dwalen rond op de heuvels en in de wildernis zoals een mens verloren kan lopen, en niemand gaat naar ze op zoek.

Wie denkt bij die woorden van Ezechiël niet aan de vele corrupte leiders van onze tijd?
Valt b.v. de toeslagenaffaire niet ook onder deze kritiek van de Profeet?
Is daar niemand verantwoordelijk voor? Lijken veel mensen die met het UWV te maken krijgen ook niet op zulke uitgebuite en vernederde schapen?

Dat vergeten we niet als we ons nu toch weer helemaal richten op de Herder.
Hem willen wij volgen.

Direct valt ons een typisch kenmerk op van de herder in Israël. Hier en daar op de Drentse hei zie je nog wel zijn vakbroeder.
Zijn schapen dwalen rustig rond. Ze vinden hun weg wel. Schapen zijn veel minder dom dan mensen denken.
Natuurlijk houdt de herder ze wel in de gaten. Als er eens eentje wat verder weg dwaalt komt de hond haar wel terughalen.
Echt verdwalen kunnen de schapen niet. Bij de kooi staat ’s morgens al aangegeven hoe laat ze ’s avonds terug zijn.

Het werk van de Drentse herder is niet minder serieus en zwaar.
Het is wel anders.

De herder in Israël – en misschien moeten we maar direct ook aan Jezus denken. De herder in Israël – Jezus –  loopt niet achter de kudde. Hij gaat voorop.
Hij moet de wegen vinden waarlangs de voeten van de schapen kunnen gaan.
Het pad gaat door de wildernis. Een steppe vol doornige struiken.
Hij buigt ze op zij zodat de vachten van de schapen er niet in verward raken.
Kijk maar! Zijn handen zijn vol striemen en schrammen van scherpe stekels.
Hij maakt het pad vrij van dikke, puntige stenen – en morgen zijn er al weer nieuwe rotsblokken naar beneden gerold.
Zijn rug kromt zich. Ze zijn bijna te zwaar om te tillen.
Een stroom komt van de heuvels. Bruisend water verspert de weg.
Natuurlijk is er geen brug.  Hij gaat er midden in staan.
Zo breekt de kracht van het water stuk op zijn lichaam.
Pas op! De wol van de schapen zuigt zich vol met water. Ze zouden gemakkelijk meegesleurd worden.
De herder grijpt ze vast. Hij draagt ze naar de overkant.

Een leeuw. Een beer. Heel gewoon in de buurt van de kudde.
De herder gaat niet opzij. Hij laat geen schaap prooi worden van deze dieren.
Koning Saul twijfelt of die  knappe, dappere David, niet veel te jong, te klein is, om de reus Goliath aan te kunnen.
Maar David was een herder. Hoor hoe hij de koning overtuigt.
“Wanneer er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een geit van de kudde te stelen, ging ik erachteraan, overmeesterde hem
en redde het dier uit zijn muil”.

Maar dan is er toch één verloren geraakt.
’s Avonds. Doodmoe. Werkelijk doodmoe heeft de herder de stal weer bereikt.
Onder zijn staf laat hij de schapen doorgaan. “Jij, en jij en jij!” Alle honderd kent hij bij name:
“Zwartje. Witje, Spikkeltje, Krompootje”. Namen die iets zeggen over wie ze zijn.
Eén ontbreekt er! Kan gebeuren! Toch? Bedrijfsrisico! Verzekering dekt de schade?
Economische opmerking uit een andere tijd, een ongekende mentaliteit.
Doodmoe gaat de Goede Herder door de donkere gevaarlijke woestijn op zoek.
Struikelend, vallend, bloedend – tot Hij jou vindt. “Hij brengt ze weer te kooi”.

De andere morgen: geen klacht. Een nieuwe dag is aangebroken. De herder heeft geslapen in de opening van de kooi.
“Ik ben de deur van de schapen”, horen we Jezus zeggen.
Als iemand een schaap uit de stal wil roven – alleen over zijn lijk!
“Een Goede Herder geeft zijn leven voor zijn schapen”.
Nietwaar? We hebben Goede Vrijdag gevierd. We waren op Golgotha.

Frisse morgen. “Een tuin bloeit rond het open graf”. De tuin van de Opstanding. De Goede Herder gaat weer voor ons uit.
Hij roept zijn schapen. Jezus komt in ons midden staan. “Ik wens jullie vrede!”.
Hij kent ze weer bij name.
De verwarde, verdrietige Maria Magdalena hoort zijn stem: “Maria”.
Het is niet de tuinman! Alleen Jezus zegt zo liefdevol haar naam. Zo kent niemand haar! “Voor wie Hij liefheeft wil Hij heten!”
Zoals de lammetjes hun eigen moeder herkennen aan de klank van haar stem – het stemgeluid van geen twee moederschapen is gelijk, heb ik me laten vertellen.
Aan de stem kent zij haar eigen lammetjes en zij gaan nooit mee met een vreemde moeder.

Zo willen wij van God als van onze herder spreken.
Immers die Goede Herder heeft nog andere schapen die niet uit de stal van Israël komen. Zij horen tot de volken wereldwijd.
“Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder”.
Dat wordt de Gemeente van Christus: Israël en de volken. Zonder Israël gaat het niet.
Zonder ons wil God ook niet!

De Herder gaat voor ons uit.
Toen al: in de nacht waarin Hij gevangen genomen werd.
“Ik zei al: “Ik ben het! Als u Mij zoekt laat deze – mijn vrienden, mijn schapen – laat hen dan vrij heengaan”.
Toen ook: op die donkere middag op Golgotha.
“Anderen heeft Hij verlost, zichzelf kan Hij niet redden!”.
“Hoe vreemd, dat voor de schapen van zijn weide, de Herder zelf ter slachtbank zich liet leiden”.
Toen opnieuw:  in de vroege morgen van Pasen.
“Zoek elkaar weer op. Laat elkaar niet los. Ik ga al voor jullie uit.” Toen èn nu!
Wij in de soms zo verwarde dagen en vragen. Hoe betrouwbaar zijn onze herders? Zijn wij trouw aan elkaar?
Soms zo verloren in de wildernis van elke dag: steden en stenen; rumoer en lawaai, laaiende stilte, ziekte en sterven;
stikkende eenzaamheid; verlammende onverschilligheid; hard werken en toch soms zo saai.

Hoor: jouw naam!
“Voor wie ik lief heb wil ik heten!” Gekend, bemind, geroepen, gevonden.
Wij zullen van God als onze herder spreken. “Ik wens jullie vrede!” zegt de Heer in ons midden.
“Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zend ik nu jullie”.
Zelf gevonden zullen we op zoek gaan naar de ander.
Zelf gekend zullen we ons jouw naam herinneren.
Zelf bemind zullen we de ander liefhebben als ons zelf.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”.

AMEN!                                                                                             

 

 

18 april 2021

Lezing: Johannes 21, 15-24
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Bij het meer van Tiberias hebben zich zeven van Jezus leerlingen verzameld. Één van hen is Simon Petrus. Hij zegt tegen de anderen: “Ik ga vissen.“ en de andere leerlingen antwoorden hem: “Wij gaan met je mee.“  Nu zou je bij oppervlakkige lezing van het verhaal kunnen denken: “ De leerlingen gaan vissen. Logisch ze zijn visser van beroep. Een aantal jaren hebben ze met Jezus rondgereisd. Nu is Jezus weg dus pakken ze hun oude beroep weer op.Wat moeten ze anders? “ Deze lezing is echter te oppervlakkig. Waarschijnlijk moeten we het ons zo voorstellen dat het verhaal van vanmorgen een zéndingsverhaal is. Het is een verhaal over de zendingsarbeid van de kerk. Wanneer Petrus zegt: “ Ik ga vissen. “ dan bedoelt hij: “ Ik wordt visser van ménsen. “ En  zes leerlingen van Jezus zeggen tegen Petrus: “ Wij gaan met je mee” Deze zes plus Petrus zijn waarschijnlijk een verwijzing naar de zeven gemeenten in Klein Azie die genoemd worden in Openbaringen twee en drie: de gemeente in Efeze, de gemeente in Smyrna, de gemeente in Laodicea en noem maar op.  Het verhaal van vanmorgen gaat over het  zendingswerk van de kerk.  Bij zending  hoeven  we niet alleen te denken aan evangelieverkondiging maar we kunnen  ook  denken  aan  het verlenen van hulp aan mensen in nood . Water is het symbool van menselijke nood. Vissers van mensen redden mensen in nood.

Zeven gemeenten in Klein Azië  verkondigen het evangelie en proberen mensen  te redden uit hun geestelijke en materiële nood. De leden van de zeven gemeenten in Azië werken en werken maar al hun zwoegen lijkt tevergeefs. Hun inspanning lijkt niets op te leveren. Hetzelfde overkomt de leerlingen van Jezus. Zij  vissen de hele nacht. Ze zwoegen en zwoegen maar hun inspanning lijkt niets op te leveren. Ze vangen helemaal niets. De zeven vergeefs zwoegende leerlingen zijn de zeven vergeefs zwoegende  gemeenten van Klein Azië.

Dan, wanneer het al licht begint te worden, gebeurt er iets. Die momenten vlak voor het licht wordt , die verwachtingsvolle momenten, spelen steeds opnieuw een rol in de opstandingsverhalen. Zo ging ook Maria van Magdala  vlak voor het echt licht begon te worden naar het graf van Jezus. Diezelfde verwachting wordt in het verhaal van vanmorgen gewekt. We lezen eerst dat de leerlingen de hele nacht visten  maar niets gevangen hebben. En dan staat er: En het begon al licht te worden…..Er wordt een grote verwachting gewekt. En dan lezen we: “ Toen stond Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat Hij het was. “  “ Hebben jullie misschien wat vis voor me? “ vroeg Jezus hun. “ Nee” antwoordden ze. “Gooi het net dan aan stuurboord uit “ zei Hij “ dan zul je iets vangen .”

Wat Jezus aan de leerlingen vraagt is zeer opmerkelijk. Hij vraagt ze om hun visnet aan stuurboord uit te werpen. Dat is iets wat de vissers nooit deden. Want aan stuurboord zat het roer. Wanneer ze de netten aan die kant uitgooiden zouden de net gemakkelijk in het roer verstrikt kunnen raken. Hoewel het dus zeer vreemd was wat Jezus hun vroeg volgden ze zijn aanwijzing toch op. Ze wierpen het net uit aan stuurboord en zie: het net zat zo vol met vissen dat ze niet meer in staat waren om het binnen boord te hijsen.

Het verhaal is een zendingsverhaal. De zeven leerlingen zijn de zeven gemeenten van Klein Azië. Ze hadden geen succes bij hun zendingswerk. Ze zwoegden zonder resultaat. Ze hadden de hoop bijna opgegeven. Maar dan op een moment dat ze het helemaal niet meer verwachtten komt de Opgestane Heer. Hij steunt hen in hun werk. Hij geeft ze een zeer ongewone opdracht. Hij daagt ze uit om risico te nemen. Hij daagt ze uit om iets te doen wat helemaal niet in hun hoofd opkwam. En zie: een groot resultaat. Het net is overvol.

In het verhaal wordt het aantal vissen in het net heel precies genoemd. Het zijn er 153. Dat is geen interessant wetenswaardigheidje. Dat is een symbolisch getal. Want 153 dat is het getal van de volkeren van de aarde. In Jezus tijd geloofden de joden dat er 153 volkeren op de aarde waren. Het net met 153 vissen is dus het symbool voor succesvolle zendingsarbeid. Het is het symbool van de voltooide redding van de aarde. Alle volken van de wereld die  in nood verkeerden of het evangelie nog niet gehoord hadden zijn gered uit hun nood en hebben  de vreugdevolle boodschap van het evangelie gehoord.

Wat heeft het verhaal ons te zeggen?  De leerlingen van Jezus visten de hele nacht maar ze vingen niets. Ze zwoegden hard maar hun werk had geen resultaat. Het is wellicht een beeld van de ervaring die mensen hebben die werken in de kerk. Velen van u zetten zich altijd weer opnieuw  in voor de kerk. En velen van u zullen zich  ook wel eens vermoeid afvragen of al dat gezwoeg wel zin heeft. Is het geen aflopende zaak die kerk? Dat kunnen en willen we niet geloven en daarom zetten we ons weer opnieuw in …maar toch, de vermoeidheid overvalt ons wel eens. En dan is het heel bevrijdend om te lezen dat deze  ervaring ook haar plaats heeft in het evangelie. Zwoegen zonder resultaat dat is een ervaring die de kerk vanaf het allereerste begin heeft gekend.

Heeft het verhaal ook een antwoord op deze ervaring? Dat antwoord zit wellicht hierin verscholen dat  Jezus wanneer het licht wordt opeens, onverwacht bij hen komt en hen aanspreekt. “ Hebben jullie wat vis voor me ?” vraagt Hij. Maar de leerlingen herkennen Hem niet. Dat is vreemd want hij is na zijn opstanding al eens eerder aan hen verschenen. Ze zouden Hem kunnen herkennen maar ze herkennen hem niet omdat ze hem niet verwachten. Ze zijn aan het zwoegen maar ze verwachten geen steun van Hem. Als hij dan opeens bij hen is om hen steun te geven herkennen ze Hem niet. Het is mogelijk dat in dit gegeven  voor ons een vraag verscholen ligt.  Wij zijn ook aan het zwoegen voor de kerk en voor de medemens in nood. Maar verwachten wij eigenlijk hulp van de opgestane Heer? Verwachten wij dat Hij ons kan steunen? Vertaald naar vandaag zou je kunnen vragen: verwachten wij  kracht van het gebed?

In de tweede plaats daagt het verhaal ons uit. Jezus daagt zijn leerlingen uit om iets heel ongebruikelijks te doen. Hij daagt ze uit om het net aan de andere kant van de boot uit te gooien. De leerlingen zouden er uit zichzelf nooit op gekomen zijn om dat te doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om  ons werk een heel anders te gaan doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om risico’s te nemen. Wellicht moeten ook wij het net aan de andere kant van het schip der kerk uitgooien.  Laten we bij ons werk kracht zoeken in het gebed en creatief zoeken naar nieuwe wegen die we als kerk in kunnen slaan. Amen.

 

 

 

 

4 april 2021 Pasen

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Opstanding

’s Morgensvroeg op de eerste dag van de week, terwijl het nog donker is,  is  Maria van Magdala op weg naar het graf van Jezus. In het halfduister zoekt ze haar weg. Ze verwacht ieder moment het graf van Jezus met de grote steen voor de ingang, voor zich te zien opdoemen.

Dan duikt het graf opens voor haar op maar tot haar schrik ziet Maria dat de grote steen die de ingang afsloot weggerold is. Haastig loopt ze naar het huis waar Petrus en andere discipel waarvan wordt  gezegd dat Jezus hem liefhad. Ze stormt het huis binnen en roept ontzet: “Ze hebben de Heer weggenomen en we weten niet waar ze  Hem hebben neergelegd!“ ( Geen ogenblik komt Maria op de gedachte dat Hij uit de dood zou kunnen zijn opgestaan. Ze weet heel goed dat niemand nog ooit teruggekeerd is uit de dood om ons te groeten).
Petrus en de leerling waarvan Jezus hield springen op en rennen naar het graf. Het lijkt wel een wedstrijd wie er het eerste zal zijn. De discipel die Jezus liefhad arriveert het eerst. Hij kijkt naar binnen, ziet de linnen grafdoeken liggen waarin Jezus gewikkeld was maar hij gaat niet naar binnen. Hij blijft peinzend buiten staan.
Dan komt Petrus aangerend. Meteen gaat hij het graf binnen en ziet de doek die Jezus’ gelaat bedekte netjes opgerold terzijde liggen. Hij verbaast zich maar kom evenmin als Maria op de gedachte dat Jezus opgestaan zou kunnen zijn.
Dan gaat ook de discipel die Jezus liefhad het graf binnen. Hij ziet de lege plek waar Jezus lichaam gelegen had. En dan breekt er plotseling vreugde door op  zijn gezicht. Het besef dringt tot hem door dat Jezus is opgestaan uit de dood.

Maria staat huilend buiten het graf. Ze buigt zich voorover. Ze ziet de linnen doeken waarin het lichaam van Jezus gewikkeld was en de lege plek waar Zijn lichaam gelegen heeft.
Dan ziet ze plotseling twee engelen in stralend witte klederen. De één aan het hoofdeinde, de ander aan het voeteneinde van de plek waar Jezus gelegen heeft.
(Het  lijkt een beeld van het heilige der heiligen in de tempel waar de ark van het verbond staat met twee engelen op het deksel. Engelen die hun vleugelen zo gevouwen hebben dat ze samen de troon van God vormen)

“Waarom huil je “ vragen de engelen. “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem naartoe gebracht hebben.” antwoord Maria. Dan hoort een geluid achter zich.
Ze draait zich om en een onbekend stelt haar dezelfde vraag: “Waarom huil je?  Wie zoek je? “
Maria herkent de man niet. Ze denkt dat Hij de tuinman is en zegt: “Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd.”

Dan roept de man zacht maar indringend haar naam: “ Maria”.
En dan pas herkent Maria Hem want niemand kan haar naam zo noemen dat ze zich volledig gekend en bemind weet, niemand dan Jezus. “Rabboeni!“ roept ze . “Meester, mijn Meester!“ Toen Jezus stierf was ook Maria gestorven. Nu roept Hij haar weer tot leven.

Een prachtig verhaal! Het mooiste verhaal uit de wereldgeschiedenis!
Hoopvol, troostrijk, liefdevol. Het is een verhaal dat ons de ogen wil openen voor de werkelijkheid van God.

We kunnen op twee manieren kijken naar de werkelijkheid om ons heen. We kunnen die werkelijkheid zien als een gesloten geheel van wetmatigheden of we kunnen die werkelijkheid zien als de werkelijkheid waarin God werkt: Gods werke-lijkheid (streepje). Als de ruimte waarin God werkt. Als een ruimte met oneindige mogelijkheden.

De steen die voor het graf van Jezus gerold is en dit graf voor eeuwig af moest sluiten is het symbool van een gesloten werkelijkheid, een gesloten wereldbeeld. Dat gesloten wereldbeeld houdt in dat wat wij aanzien voor werkelijkheid een samenspel is van een groot aantal wetmatigheden. Wetmatigheden die in kaart worden gebracht door de wetenschappen.Zo beschrijft de natuurkunde b.v. de wet van de zwaartekracht en de wet van oorzaak en gevolg.  De biologie beschrijft de wet dat levende organismen na verloop van tijd uit elkaar vallen.. De economie beschrijft dat de prijs van een product stijgt wanneer het product schaars wordt. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar dat  heeft geen zin. Waar het om gaat is dat we zien dat binnen het gesloten wereldbeeld de werkelijkheid gezien wordt als een samenspel van wetmatigheden die bepalen wat wel of niet mogelijk is.

We worden ons bewustvan de geslotenheid van ons wereldbeeld wanneer we ons de vraag stellen: “ Geloven we dat het mogelijk is dat de wereld binnen 50 jaar erin slaagt om te voorzien in zijn energiebehoefte door schone energie uit zon, water en wind? “
of
“Geloven we dat het mogelijk is om de grootste armoede binnen 25 jaar uit de wereld te bannen?“
of
“Geloven we dat  het mogelijk is om het conflict tussen Israël en Palestina vreedzaam op te lossen “

Binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld moeten we deze vragen negatief beantwoorden.
Wanneer we naar  het opstandingsverhaal kijken dan zien we dat Maria  voortdurend blijft denken binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld.. Wanneer ze ziet dat de steen voor de ingang van het graf is weggerold kan ze geen andere verklaring bedenken dan dat het lichaam van Jezus geroofd moet zijn.

Wanneer de engelen haar vragen waarom ze huilt, blijft ze binnen haar oude denkkaders en snikt ze: “Ze hebben de Heer weggehaald en ik weet  niet waar ze Hem hebben neergelegd.“
En zelfs wanneer Jezus haar zelf aanspreekt : “Waarom huil je . Wie zoek je?“ blijft ze nog de gevangene van het gesloten wereldbeeld van wetmatigheden. Ze herkent Hem niet en denkt dat Hij de tuinman is.

Pas wanneer Jezus haar indringend bij haar  noemt vallen haar de schellen van de ogen en herkent ze Hem. Pas dan opent zich voor haar de deur van de gesloten werkelijheid en stapt ze de werkelijkheid van Gods oneindige  mogelijkheden binnen.
Vandaag roept God ook u en mij bij name. Hij roept op zo’n wijze dat ook wij ons ten diepste gekenden bemind weten. Het  horen van onze naam is de klik waardoor de gevangenisdeur van de gesloten werkelijkheid van onveranderlijke wetmatigheden openspringt en wij  Gods werkelijkheid van oneindige  mogelijkheden binnen kunnen stappen.
Het opstandingsverhaal leert ons dat het beeld dat wij van de werkelijkheid hebben als een  gesloten werkelijkheid die bepaald wordt door wetmatigheden, wellicht een veel te beperkt zicht op de werkelijkheid is.  De werkelijkheid is ruimte van Gods handelen “Gods werkelijkheid “.  In Gods werkelijkheid is veel meer mogelijk dan wij denken.

Het is mogelijk om de milieuproblematiek op te lossen !
Het  is mogelijk om het armoedevraagstuk op te lossen.
Het is mogelijk om wereldwijd de volkeren in vrede met elkaar te laten leven.

En Gods werkelijkheid omspant niet alleen dit leven maar ook het leven na dit leven. Binnen het  gesloten wereldbeeld zegt men: dood is dood, over en uit. Het is niet mogelijk dat we onze overleden dierbaren na de dood weer zullen ontmoeten. Het is niet mogelijk dat we kunnen opstaan uit de dood. Maar binnen de werkelijkheid van God zingen we:

De dode zal leven.

De dode zal horen: nu leven.

……………

Dode, dode, sta op,

Het licht van de morgen.

Een hand zal ons wenken,

Een stem zal ons roepen:

Ik open hemel en aarde en afgrond

En wij zullen horen

En wij zullen opstaan

En lachen en juichen en leven.

We gaan nu luisteren naar een lied dat wordt gezongen door de Noorse zangeres Sissel Kyrkjebø. In het lied dankt zij God voor het wonder van de opstanding. “ U zij de glorie “ zingt ze en wat ik zo mooi vindt, ze zingt ook: “ Een koor van miljoenen engelen zou nog niet genoeg zijn om mijn grote dank hiervoor uit te zingen.”

Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 april 2021 Paaswake

voorganger: ds. Dick van der Vaart

Meditatie paaswake

Waarom is er water in het doopvont zo midden in de nacht?
Water en nacht zijn oer-menselijke symbolen.
In het scheppingsverhaal lazen we al over water en nacht. Vóór de schepping was er niets dan een oneindige watervlakte. Deze was gehuld in duisternis. Door de duisternis komt een lichtgevende vogel aangevlogen : de vuurvogel Gods. De Stem van God klinkt: “ Er zij licht !” En het wórdt licht. Het duister verdwijnt. Het licht van de zon van God schíttert op het water.
God laat de wateren samenvloeien. De aarde duikt op uit het water van de oervloed. Een práchtige, vruchtbare aarde. Allerlei groen schiet op, boomknoppen en bloemknoppen springen open. Met de kracht van de lente wordt een lusthof geschapen, een hof van Eden, een woonplaats voor de mens.

Iets verderop in de bijbel lezen we weer over water en nacht. Na zich  lange tijd verzet te hebben laat de Farao het volk Israël eindelijk gaan. Maar op de avond van de uittocht krijgt de Farao spijt van zijn besluit. Met zijn leger van paarden en ruiters jaagt hij het volk na om het opnieuw gevangen te nemen. Vlak voor de nacht valt zien de Israëlieten in de verte het leger van de Farao hun kant uitkomen. Ze schreeuwen het uit van ellende. Ze waren zo blij eindelijk vrij te zijn. Nu blijkt die vrijheid maar één dag te duren. Ze willen ontsnappen maar kunnen geen kant op. Achter hen komt het leger van de Farao, voor hen is het water van de Schelfzee. Zo valt de nacht over het volk: water en nacht.

Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Bij de uittocht ging God het volk voor in een vurige wolk. Nu verplaatst die vurige wolk zich van zijn positie voor het volk naar een positie achter het volk. De wolk plaatst zich beschermend tussen het volk en de Farao.
De wolk was donker tegelijkertijd verlichte hij de nacht. Aan de kant van de Farao was de wolk donker: de Farao en zijn ruiters konden geen hand voor de ogen zien.
Maar aan de kant van het volk verspreidt de wolk licht. En wat ziet het volk gebeuren in het licht ? Mozes strekt zijn arm uit en houdt zijn stok boven het water. Er steekt een wind op. Deze wind laat het water wegvloeien naar de ene kant en naar de andere kant. God baant een weg voor Zijn volk dwars door het water heen. Een sweg naar de  vrijheid. Waar water en nacht waren is er nu licht en grond onder de voeten.

Ook in het N.T. is er een verhaal over water en nacht: het verhaal over de storm op het meer. De leerlingen van Jezus bevinden zich op een nacht i neen bootje op het meer. Er steekt een zware storm op. De golven slaan over het bootje heen, de wind dreigt de zeilen stuk te slaan. De leerlingen gillen het uit van angst.
Dan komt opeens over het water een lichtende gestalte aanlopen. Het is Jezus. “Vrees niet ! “roept Hij en kalmeert de storm. Dit verhaal  is een opstandingsverhaal. Water is het symbool van chaos en dood. Jezus loopt over het water. De Opgestane Heer loopt over het water. Onder Zijn voeten zijn de dragende handen van God. Waar water en nacht waren zijn er nu de dragende handen van God en het licht van de Opgestane Heer.

Het water in het doopvont is een herinnering aan de drie grote bevrijdende daden van God: de schepping, de doortocht door de Schelfzee en de opwekking van Jezus uit de dood.
Met Jezus worden ook wij opgewekt uit de dood.
Nooit meer zullen wij niet geschapen zijn.
Nooit meer zullen wij in de greep van de Farao zijn.
Nooit meer zullen wij in de macht van de dood zijn.
We zijn bevrijd door God. We leven in God. Amen.

 

 

1 april 2021 Witte Donderdag

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Jezus voelde dat Zijn dood naderde en Hij had het er moeilijk mee. Hij hield van God , Hij hield van  mensen, Hij hield van het leven .
Hij  genoot van de maaltijden met Zijn leerlingen: brood en wijn en honing smaakten Hem.

Hij hield van de zon op Zijn gezicht en van de wind door Zijn haren. Hij vond het prachtig om met  kinderen te praten. Hij genas zieken, troostte rouwenden , verloste eenzamen uit hun isolement. Hij had een prachtig leven. Hij was jong. Hij was sterk. Hij beleefde Zijn leven als zinvol. Hij leefde in  verbondenheid met God. Dat was geen benauwende verbondenheid die anderen buitensloot maar een verbondenheid waarin Hij anderen kon laten delen.

Zoals  kunstenaars  een wereld van schoonheid  ontsluiten zo ontsloot Jezus de wereld van God voor de mensen en liet Hij hen delen in zijn omgang met God. En daarin vond hij de vreugde en zin van zijn leven.
Zijn leven  beleefde Jezus als zinvol maar Zijn dood, hoe zou hij zijn dood als zinvol kunnen beleven? Zijn dood zou toch alleen maar een einde maken aan Zijn levensvervulling om mensen te laten delen in zijn omgang met God? Het antwoord op deze vraag zal Jezusgevonden hebben in zijn eigen traditie. Wanneer de Joden  de naam van een overleden dierbare noemen dan zeggen ze er achteraan:  “Moge  zijn nagedachtenis ons tot zegen zijn “

Jezus heeft Zich tijdens Zijn leven helemaal geschonken  aan de mensen om Hem heen. Hij heeft ze laten delen in zijn omgang met  God en heeft ze laten zien dat de zin van het  leven gelegen is in de liefdevolle verbondenheid met God en medemens.  Maar  dit geschenk van Jezus leven hoeft  met zijn dood niet verloren te gaan.  Jezus leven kan van blijvende waarde zijn wanneer mensen zich het blijven herinneren en de herinnering doorgeven aan hun kinderen.

Daarom pakt Hij aan het begin van de maaltijd een brood, sprak het zegengebed uit , brak het en zei: “ Neem hiervan, dit is Mijn lichaam. Doet dit tot Mijn gedachtenis. Laat zo Mijn nagedachtenis jullie tot zegen zijn. “
Daarom pakt Hij ook een beker zegende die en zei : “Dit is Mijn bloed, dit is Mijn leven. Als je uit deze beker drinkt denk dan aan Mij en laat Mijn nagedachtenis je tot zegen zijn!“

Het leven van Jezus was een geschenk van God, een zegen voor de mensheid. En Zijn leven kan een blijvende zegen zijn wanneer wij ons Jezus  herinneren. En wij herinneren Hem door brood en wijn te delen en zijn naam daarbij uit te spreken. Maar net zo belangrijk en misschien wel  belangrijker is, dat wij ons Jezus  herinneren in de wijze waarop wij met elkaar omgaan. Wij kunnen ons Hem herinneren in onze woorden en daden in het dagelijks leven.  Jezus werd  gedood. Maar in onze woorden en daden kan Hij weer tot leven komen: opstaan uit de dood.

Zo kunnen wij ook Jezus laten leven in ons hart. We kunnen over Hem lezen, over Hem praten, over Hem zingen, we kunnen om Hem lachen en om Hem huilen, we kunnen de dingen doen die Hij gedaan zou hebben wanneer Hij nog zou hebben geleefd: liefdevol omgaan met elkaar,samen eten en drinken, spelen met de kinderen, zieken genezen, hongerigen voeden, naakten kleden, zonden vergeven, genieten van de zon op onze huid  en de wind door onze haren.

Wanneer wij Jezus in ons hart laten leven, wanneer wij Zijn handen en voeten , oren en ogen zijn dan zijn wij  “Lichaam van Christus“  en leven wij in Hem en door Hem en met Hem. Amen.

 

 

 

 

28 maart 2021

Marcus 11:1-11 Palmzondag, Oosterkerk Hoogeveen                          Th. van Beijeren, Roden

Momenteel ben ik het boek van Barack Obama aan het lezen over zijn weg naar het presidentschap van Amerika. Hij vertelt, dat hij president wilde worden om de idealen uit zijn jeugd te verwezenlijken: zorg voor armen, voor mensen van kleur, voor mensen die geen toegang hebben tot de zorg. Zó’n president wilde hij worden.

Ik las ook ooit een boek over Poetin. Die had heel andere idealen als president van Rusland, en die heeft hij ook weten te bereiken met een streng regiem: hij wilde de baas zijn en verrijkte zichzelf en zijn vrienden enorm.

Hoe wil je de baas zijn? Hoe wil je president, keizer, koning, premier, minister, kamerlid, bestuurder, leider zijn?
Eigenlijk is dat terug te voeren tot de vraag: hoe wil je mens zijn? Want we hebben allemaal uit te zoeken hoe we in het leven willen staan. Wat onze idealen zijn. Wat we willen bereiken. En – hoe we met medemensen willen omgaan… Wat drijft ons? Wat willen we?!

Wat wil Jezus toch met dit gebeuren op Palmzondag? Dé vraag die elke keer weer bij je bovenkomt als je nadenkt over die intocht op de ezel. Wie is dit toch? Wát wil Jezus duidelijk maken met die ezel en die toejuichingen die Hij zich laat welgevallen?

Mattheüs vertelt het er zelfs ook bij in dit verhaal, dat de mensen in Jeruzalem vragen:  Wie is die man? Zo heel bekend was hij dus niet bij iedereen…
Natuurlijk hadden ze in Jeruzalem op die vraag voor een deel wel een antwoord.
* Er waren ongetwijfeld mensen, die hem toejuichten omdat ze wel wat stuntwerk wilden zien. Want er deden de wildste verhalen over hem de ronde: massa’s kregen te eten, lammen liepen, blinden gingen zien, zelfs doden kwamen tot leven. Dan wil je daar wel eens wat van zien, nietwaar? Laat hij zijn trukendoos nog maar een keertje opentrekken!

* Bij anderen zat het wat dieper. Het verlangen naar betere tijden, naar het einde van die vervloekte Romeinse overheersing, naar een eigen koning, een nieuwe David. Ze keken uit naar een politieke omwenteling. En als dat nu eens met die man op de ezel, die Jezus, zou mogen beginnen…!

* Nog weer anderen zullen meewarig naar dit tafereel hebben gekeken. Kansloze missie…! Zó zul je het absoluut niet redden. Geen paard, maar een ezel… Geen wapens, maar zachtmoedigheid. Geen soldaten als escorte, maar een groepje volgelingen die met takken zwaaiden. Wat een vertoning!

* En dan waren er ook, die de intocht van die man op de ezel met achterdocht bekeken. Mensen die belang hadden bij rust in de tent. Die hun invloed en handel veilig gesteld wilden houden. Die er helemaal niet van hielden als er zo met vuur gespeeld werd. En dat dééd die Jezus! Want nog maar een paar jaar geleden hadden er 2000 kruisen gestaan voor opstandelingen. Je zou toch gek zijn als je zoiets opnieuw wilde proberen? Het was je reinste zelfmoord. Dacht Jezus nou echt, dat hij het kruis wèl kon ontlopen?

Nee, dat dacht Jezus niet. Hij had het al voorspeld. Met deze feestelijke intocht gaat hij welbewust een lijdensweg tegemoet. Heden Hosanna, morgen: Kruisigt hem!

Het is een merkwaardige zondag, vandaag, met – zoals het lijkt tenminste – een dubbele boodschap. Feest en lijden. Intocht en afgang. Het ligt heel dicht bij elkaar. Zoals we dat trouwens ook in ons eigen leven wel kennen. De feestelijkheid naast de zorgen.

  • We vieren een verjaardag – en op het feestje hebben we het over die-en-die – “weet je wel? Nou, die heeft ook niet zulke beste berichten uit het ziekenhuis”…
  • Wij vieren hier een feestelijke dienst – in veel delen van de wereld wordt gemoord in naam van het Opperwezen. En duizenden vluchtelingen staan te wachten achter gesloten poorten.

Nee, het is niet altijd “Hosanna” in het leven!
En tóch roepen ze het deze man toe.
Wie is deze man? Wat is dit voor koning?

Want dat is wel duidelijk, hij rijdt als een koning, als een messiaanse koning de stad binnen.

Maar het is zijn zachtmoedigheid die opvalt. Hij trekt geen zwaard, hij gaat niet tekeer met een mitrailleur, het is hier geen Irak of Syrië, nee: zijn koningschap is niet van deze wereld, zal hij straks tegen Pilatus zeggen. En hij zal straks een gekruisigde koning der Joden zijn, zoals het opschrift boven het kruis zal luiden. Met een doornenkroon.

En toch – het blijft heel mysterieus allemaal. Tot nu toe ontweek Jezus het rechtstreekse conflict in Jeruzalem, maar nu zoekt hij het welbewust op. Hij organiseert deze intocht zelf, het is geen spontane demonstratie, maar een geplande optocht. Juist nú, vlak voor het Paasfeest, waarop de bevrijding uit Egypte wordt gevierd, waarop ze de matses zullen eten en het bloed van het lam aan de deurposten zal worden gestreken. Op datzelfde moment zeg maar zal Jezus sterven. Als teken van een nieuwe bevrijding.

Maar – waarom lopen wij nog altijd achter deze “man op de ezel” aan? Wat verwachten we van hem? Waarom zingen we hem ook vandaag opnieuw weer toe, terwijl we aan het eind van deze dienst de Stille Week zullen inluiden: zijn lijdensweg?
Wat heeft deze koning per saldo aan onze wereld gebracht?
Veel goeds, dat is zeker waar.
Zijn boodschap is ter harte genomen. “Zalig de zachtmoedigen; heb je naaste lief als jezelf; wat jij wilt dat de mensen jou doen, doe dat ook voor hen; inderdaad: zulke dingen gaan rechtstreeks in tegen wat de wereld normaal vindt. En het heeft veel goeds gedaan in de wereld.
Hosanna, Zoon van David!

Maar er is ook die andere kant. In zijn naam is er ook veel kwaads gedaan. Er waren ruzies om zijn boodschap, kerken scheurden, families braken uit elkaar, er waren vervolgingen, oorlogen in zijn naam, ketters werden verbrand, vrouwen onderdrukt, kinderen misbruikt, het heilige boek van een andere religie verbrand… En zo werd Jezus van de ezel afgesleurd en op het paard van de macht gezet. En wordt hij, zoals een dichter het eens zei, opnieuw gekruisigd zolang er in zijn naam slachtoffers gemaakt worden.

Gister Hosanna, vandaag kruisigt hem

Het kruis blijft een teken van tegenspraak tot op vandaag. Tegenspraak van alles waar Jezus voor staat. Voor heel zijn boodschap, heel zijn leven. Het was een politieke moord, een troebele gang van zaken – zoals er zoveel zijn, lees de publicaties van Amnesty International. Een valse aanklacht en een schijnproces.

En tegelijk mogen we vanuit de bijbel zeggen: in deze gekruisigde mogen we God zelf zien die met zijn uitgestrekte armen de wereld omarmt. In zijn liefde tot het einde mogen we de liefde van God herkennen. Jezus kwam liever door het geweld om dan dat hij naar het geweld greep om muren te doorbreken en grenzen te slechten.

Zo begint vandaag de Stille Week met deze intocht op een ezel.

Tja, dat ezeltje… Dat wordt volop betrokken in die bedoeling van Jezus. Bijna als een voorbeeld voor al die mensen. Maar die zijn daar nog niet zo aan toe, blijkbaar.

“Wie is deze man?”, vroegen ze zich af.

Wat heeft hij ons te bieden?

Wat betekent zijn koningschap voor ons?
We weten het antwoord inmiddels: het is de Vorst van de Vrede. Jezus weigert welbewust aan de verwachtingen van mensen te voldoen. Hij is geen koning op ónze manier, maar op zijn eígen manier. Hij laat zich niet meeslepen door ónze idealen, maar wil ons meenemen in zijn idealen. Niet Jezus in óns straatje, maar wij op zijn weg. Hij is koning – en Hij wil onderdanen.

Is dat het, waarom er zo opmerkelijk uitvoerig over dat ezeltje geschreven wordt? Een groot deel van dit verhaal is gewijd aan de manier waarop die ezel erbij wordt betrokken.

En dat zet je aan het denken.

“De Heer heeft het nodig”, is het argument.

En nu wil ik onszelf niet met een ezel vergelijken, maar Mattheus lijkt dit allemaal niet ‘zomaar’ te vertellen.

Het mag je aan het denken zetten.

Ik eindig met een gedicht van Mieke de Jong, met als titel: “Mij, een ezel”.

Ik sta met moeder aan de muur
gebonden bij de oude schuur
en hier is dan mijn gouden uur:
de Heer heeft me nodig!

Mijn ogen worden groot en diep,
ik loop te dromen of ik sliep,
ik weet alleen dat iemand riep:
de Heer heeft je nodig!

Een vreemde hand, die mij betast,
een zware en toch lichte last;
mijn wankele stap wordt sterk en vast:
de Heer heeft me nodig!

De massa juicht en dringt me voort,
een lange weg, een grote poort —
ik heb alleen dat woord gehoord:
de Heer heeft je nodig!

Ik ben nog dom en jong en pril,
ik ga de wegen die Hij wil,
ik sta op ‘t eind gewillig stil
de Heer had me nodig!

En loopt mijn leven krom of recht
en word ik later wijs of slecht —
ééns werd het tegen mij gezegd:
Ik heb jou nodig!

14 maart 2021

Lezing Exodus 16, 1-5 en 13-25

Johannes 6, 1-15

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Het verhaal over de wonderbaarlijke spijsvermenigvuldiging wordt voorafgegaan door de mededeling dat het zich afspeelde kort voor het Joodse Pesach feest en aan het eind van het verhaal horen we dat men Jezus wilde dwingen om mee te gaan omdat ze Hem tot koning wilden uitroepen. Maar Jezus wilde dat niet. Daarom trok hij zich terug op de berg, alleen.

Op het Joodse Pesach feest werd de bevrijding uit de slavernij uit Egypte gevierd. Het volk werd door God gered uit de macht van de Farao. In Jezus’ tijd leefde men onder de bezetting van de Romeinen. Het is daarom begrijpelijk dat rond het Joodse Pesach de hoop op bevrijding uit de macht van de keizer van Rome extra ging leven onder het joodse volk. De keizer wist dit en zorgde rond het paasfeest altijd voor extra Romeinse soldaten in Jeruzalem.

En hoewel het Jezus’ bedoeling niet was leefde bij vele joden de hoop dat Jezus degene zou zijn die hen door middel van een gewapende opstand van de Romeinen zou bevrijden.

Maar Jezus heeft meerdere malen duidelijk gemaakt dat dit niet Zijn bedoeling was. “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld “zei Hij. Maar deze uitspraak moet niet worden misverstaan. Jezus bedoelt niet te zeggen dat Zijn Koninkrijk er alleen is voor in de hemel. Jezus’ boodschap is wel degelijk gericht op het leven op aarde. Maar Jezus wil geen wereldlijke macht, geen politieke macht. Hij wil geen macht maar Hij wil inspireren.

Vertaald naar onze situatie : Jezus wil geen politieke partij oprichten. Hij wil niet in de gemeenteraad plaatsnemen maar Hij wil de politici wel inspireren.

Hij wil ze inspireren om niet alleen op te komen voor het belang van hun achterban. Hij wil ze inspireren om oog te hebben voor het algemeen belang.

Wij mensen zijn geboren met een neiging tot egocentrisme. En dat is een groot goed. Egocentrisme helpt ons om te overleven. Wanneer er een auto op ons afkomt zorgt ons ego ervoor dat we opzij springen. Wanneer we voor een afgrond staan zorgt ons ego ervoor dat we terugwijken. Wanneer we honger hebben zorgt ons ego ervoor dat we op zoek gaan naar eten. Ons ego helpt ons te overleven. Ons egocentrisme is een groot goed.

Maar menselijk leven wil meer zijn dan overleven. Dat meer is oog krijgen voor de wereld buiten jezelf, oog krijgen voor de belangen van andere mensen.

Ons ego is een graankorrel. Een graankorrel is vol leven dat er op wacht om uit te breken. Ons egocentrisme is leven dat zich nog binnen de harde schil rond de graankorrel bevindt. Wanneer die schil openbreekt krijgt de kern de kans om te ontkiemen op te groeien en uiteindelijk vrucht te dragen. Naast eigen belang komt er ruimte voor het belang van de ander. Politiek gezien: naast het deelbelang komt er ruimte voor het algemeen belang.

Belangrijk: Met deelbelangen is niets mis. Een politieke partij mag opkomen voor een deelbelang maar moet daarnaast oog hebben voor het algemeen belang.

Terug naar het verhaal:

Een grote menigte mensen is Jezus gevolgd de heuvels in. Ze hebben veel over Hem gehoord. Nu willen ze Hem zelf zien en horen spreken. En Jezus was zo welsprekend en inspirerend dat ze urenlang ademloos naar Hem luisteren en hun maag helemaal niet voelen.

Maar dan breekt er een moment aan dat iedereen zij en haar honger begint te voelen. Er moet eten komen. Maar daarvoor is geen geld.

Dan schuift Andreas, de broer van Simon Petrus een jongen naar voren. “Kijk “zegt hij “deze jongen heeft vijf broden en twee vissen. Maar dat is veel te weinig. “

Dan zegt Jezus: “Laat iedereen gaan zitten”. En dan neemt hij de broden, spreekt  zegent ze , breekt ze en begint ze rond te delen. En dan blijkt er een overvloed aan brood en vis te zijn.

Je kunt het verhaal zo lezen dat Jezus werkelijk een wonder verricht heeft. Ik heb respect voor eenieder die dat doet en erken dat dit een te rechtvaardigen mogelijkheid is. Je kunt het verhaal ook op meer symbolische wijze lezen.

Het is opmerkelijk dat het een jongen is, een kind, die vijf broden en twee vissen heeft. Jezus heeft gezegd dat wie niet wordt als een kind het Koninkrijk van God niet binnen kan gaan. Het Koninkrijk van God heeft onbevangen mensen nodig, onbevangen als kinderen. De jongen ziet dat er brood nodig is en onbevangen loopt hij naar voren en biedt zijn brood aan. Hij maakt zich er niet druk over of het genoeg is of niet.

Er zijn vijf broden en twee vissen. Dat is een verwijzing naar het manna verhaal dat we lazen. Het volk had honger. God voedt Zijn volk met brood uit de hemel. Brood is een geschenk van God. Dat hebben we niet, dat maken we niet, daar bidden we om: “Geef ons heden ons dagelijks brood. “

Vijf dagen mag het volk ’s morgens het manna oprapen genoeg voor een dag. Maar op de zesde dag moet het volk manna rapen voor twee dagen. Vijf en twee.

 

Op het moment dat Jezus het brood begint rond te delen blijkt opeens dat vele mensen wel wat brood of ander voedsel bij zich hebben. Jezus’ voorbeeld werkt aanstekelijk. Iedereen begint onbekommerd, onbevangen als een kind, het weinige eten dat hij bij zich heeft uit te delen en dan blijkt er een overvloed te zijn.

Het verhaal wordt altijd aangeduid als het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging maar wonderbare brooddeling zou een betere aanduiding zijn. Het is een wonder dat de menigte zo ruimhartig en onbezorgd begint te delen.

Ons egocentrisme is een groot goed. Het zorgt ervoor dat we als we honger hebben gaan eten. Zo overleven we. Jezus laat zien dat waarlijk menselijk leven meer is dan alleen overleven. Het gaat om samenleven.

Jezus laat zien hoe de graankorrel van het ego kan openbreken en er ruimte komt voor de ander. Niet alleen het eigen overleven staat centraal maar ook dat van een ander en daarmee wordt het leven een feest dat gevierd kan worden.

Amen

 

7 maart 2021

Lezing: Exodus 20,1-17     Johannes 2, 13-22
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Het verhaal van de tempelreiniging plaatst de evangelist Johannes direct na het verhaal over de bruiloft te Kana. Door de verschillende verhalen in het evangelie ontdekken we wat voor mens Jezus was. We ontdekken zo de verschillende aspecten van Zijn persoonlijkheid.

In het verhaal over de bruiloft te Kana leren we Jezus kennen als iemand die de mensen liefdevol nabij kan zijn. In het verhaal van vanmorgen ontdekken we dat Jezus ook hevig verontwaardigd kan zijn. Schrik niet! Het is een liefdevolle verontwaardiging. Jezus keert de tafels van de geldwisselaars om maar Hij gooit de manden met duiven niet omver. Hij heeft eerbied en liefde voor de dieren.

Vanmorgen wil ik u laten zien dat de tempelreiniging gezien kan worden als een profetische daad van Jezus. Wat is een profeet? Dat is niet iemand die in een glazen bol kijkt en de toekomst voorspelt maar iemand die door God werd aangesteld om de koning kritisch te volgen. In Israël geloofde men dat de koning regeerde bij de gratie van God. Hij mocht regeren in de Naam van God. Maar hij mocht dat alleen doen wanneer hij ook regeerde in de Geest van God. Het criterium daarvoor was de zorg voor de vreemdeling, de weduwe en de wees en de vraag of er recht werd gedaan. Wanneer de koning hierin tekortschoot dan was het de profeet die hem hierop aansprak. Een profeet is dus iemand die kritiek uitoefent op de machthebbers. Een profeet houdt zich bezig met maatschappijkritiek. Vanmorgen wil ik u laten zien dat Jezus zo’n profeet was.

Jezus reisde naar de tempel van Jeruzalem om daar het Joodse Pesachfeest te vieren. Het feest waarop de bevrijding uit Egypte wordt gevierd. Hij gaat het tempelplein op. Daar heerst grote drukte. Pelgrims uit het land en ook uit de diaspora komen naar de tempel om God een offer te brengen. Mensen met weinig geld kopen daarvoor een duif. Zij die het wat beter hebben kopen een lam of een schaap en de rijken kunnen zich een rund veroorloven.
Zo klinkt er op het tempelplein het geloei van koeien, het geblaat van schapen, het koeren van de duiven, het loven en bieden van handelaren en pelgrims, het gelach en gepraat van oude bekenden die elkaar na lange tijd weer ontmoeten.
Ook staan er tafels van geldwisselaars. Het onderhoud van de tempel en het levensonderhoud van de tempelpriesters kostte geld. Dit werd opgebracht door donaties van de pelgrims uit Israël en uit de diaspora. Deze donaties mochten echter niet worden gedaan met het muntgeld dat de Romeinen hadden laten drukken. Op deze munten stond namelijk aan de ene kant de afbeelding van de Romeinse keizer met daaronder de titel “Zoon van God“ of “Heiland“ of “Verlosser.“ Op de andere kant stond de afbeelding van de god van de Romeinse landmacht “Mars“ of de god van de Romeinse marine “Neptunus.“ En er waren ook munten waarop de Romeinse godin van de overwinning stond afgebeeld “Victoria.”Deze heidense munten gingen in tegen het gebod dat we net nog gehoord hebben: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.” Daarom mochten ze in de tempel niet worden gebruikt.

Nu is het verhaal in het verleden vaak zo uitgelegd dat Jezus boss geworden zou zijn omdat het tempelplein in een marktplein veranderd zou zijn en Hij het lawaai van de dieren en mensen en het kopen en verkopen als ontheiliging van de tempel beleefd had.
Deze uitleg leidde nog niet zo heel lang geleden tot discussie in de kerk of je op zondag zou mogen betalen voor een boek uit de boekenkraam van de ambtsgroep V&T of de ZWO-groep. Met een verwijzing naar het verhaal van vanmorgen werd dat soms afgewezen.
Maar de drukte en het lawaai en het kopen en verkopen was niet waar Jezus moeite mee had. Voor de offerdienst waren er nu eenmaal dieren nodig. Deze dieren moesten worden gekocht.
En dat munten met de afbeelding van de keizer niet mochten worden gebruikt daar zal Jezus het ook van harte mee eens geweest zijn.

Wat was het dan dat leidde tot de grote verontwaardiging van Jezus? Dat was het inzicht dat de tempel van Jeruzalem, met daarbinnen het heilige de heiligen, waarin de ark stond met stenen tafelen van Mozes, in dienst was komen te staan van de keizer van Rome.
De tempeldienst werd georganiseerd door priesters die behoorden tot de aristocratie, de elite van het volk Israël. En voor een elite geldt wat voor een koning geldt: zij zijn verantwoordelijk voor de zorg voor de vreemdeling en de weduwe en de wees. Maar de tempelpriesters schoten hierin te kort. Zij collaboreerden met de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus en door hem met de keizer van Rome. En het beleid van de keizer van Rome was gericht op het plunderen van de landen die door hem waren gekoloniseerd. Deze plundering werd afgedwongen door militaire macht, de macht van het zwaard.

Tijdens zijn rondreis door het land zag Jezus welke gevolgen dit had voor het gewone volk: armoede, ziekte, uitzichtloosheid en dood. Dat raakte Hem diep. En daarom raakt hij hevig verontwaardigd wanneer het tot Hem doordringt dat er de plek waarvan af profetische kritiek zou moeten klinken op het beleid van de keizer, er gezwegen wordt over recht en gerechtigheid en de offerdienst gewoon doorgaat.

Jezus raakt niet geïrriteerd maar heilig verontwaardigd. Het is een verontwaardiging die u en ik ook voelen wanneer we voor het journaal zien hoe ordetroepen in Myanmar, Wit- Rusland en Moskou op weerloze demonstranten inslaan. Het is een profetische verontwaardiging.

Het omverwerpen van de tafels is een profetische, maatschappijkritische daad van Jezus die doet denken aan Jeremia 7. Daar lezen we dat de Eeuwige tegen de profeet Jeremia zegt:“Ga in de tempelpoort staan en verkondig deze boodschap. Dit zegt de Heer van de hemelse machten, De God van Israël: Beter je leven, dan mogen jullie in dit land blijven wonen. Vertrouw niet op de bedrieglijke leus: Dit is de tempel van de Heer! Dit is de tempel van de Heer! Denken jullie soms dat het huis van de Heer een rovershol is?  Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelingen en wezen en weduwen niet onderdrukken, geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen jullie onheil tegemoet, dan mogen jullie hier blijven wonen.”
Door het omverwerpen van de tafels zegt de profeet Jezus tegen de priester-aristocratie, de elite van het land: Jullie hebben van de tempel jullie rovershol gemaakt. En dan zegt Hij niet uit boosheid: “Jullie moeten wegwezen! “Nee Hij roept ze op tot omkeer: “Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelingen, weduwen en wezen niet onderdrukken maar voor hen zorgen en het recht herstellen, dan kun je hier blijven wonen. Dan verandert jullie rovershol weer in het huis van de Heer!”

De Romeinse overheid heeft heel goed begrepen dat de reiniging van de tempel door Jezus een profetische, maatschappijkritische daad was die gericht was tegen de uitbuiting van de keizer van Rome, want uit de andere evangeliën weten we dat de tempelreiniging de directe aanleiding tot Jezus’ arrestatie werd.
Jezus boog niet voor de macht van de keizer van Rome en moest dit met de dood bekopen. Pilatus was doodsbang voor Jezus. Zelfs na Zijn dood liet hij nog een stel Romeinse soldaten zijn graf bewaken. Maar deze zwaarbewapende mannen vielen in slaap en Jezus werd door God opgewekt uit de dood. Niet de keizer van Rome die het volk uitbuitte maar de God van Israël, de Redder van de armen heeft het laatste Woord.

Amen.

 

 

symbolische schikkingen 40 dagen en Pasen 2021

Symbolische schikking 1e zondag veertigdagentijd

Vandaag is het de eerst zondag van de veertigdagentijd.
De naam van de zondag is “Invocabit” Dit betekent. ” Ik zal aanroepen”.
De kleur van de zondag is paars.
De komende weken worden de lezingen die in Kind op Zondag staan  door ons gevolgd.

Het thema is : De Levensweg”

We lezen vandaag uit Genesis over Gods belofte aan Noach in het teken van de regenboog.
Ook lezen we uit Marcus over de verzoeking van Jezus in de woestijn.
Hier startte het werk, de levensweg,  van Jezus.
In de schikking  zien we de regenboog en een weg door de woestijn.
Ook wij mogen in deze moeilijke tijd, waar we veel alleen zijn, als in een woestijn, en we elkaar niet lijfelijk kunnen ontmoeten, kracht ontvangen van deze Jezus en ons vast houden aan de belofte die God ook aan ons gegeven heeft.

Symbolische schikking 2e zondag veertigdagentijd

Het is vandaag de tweede zondag in de veertigdagentijd. De kleur van de zondag is paars.
De  levensweg  is het thema van de veertigdagentijd
Vandaag  lezen we uit Marcus 9, waar staat dat Jezus  met drie discipelen de berg opgaat.
Hier wordt Jezus bevestigd als geliefde Zoon van God.
In de schikking zien we:

 

*de berg als symbool van de verbinding met het Goddelijk

* de wolk als symbool van Gods aanwezigheid  én verborgenheid.

 *Vier bloemen( Jezus en de drie discipelen) onderaan de berg

*de witte tule verbindt de wolk met de aarde

“Klimmen om  Licht te zien. Opgaan in een wolk van aanwezigheid.
Afdalen naar de aarde, verlicht, gesterkt. God, richt ons kijken naar Uw Licht,
dat in wolken verhult,met ons meetrekt

Symbolische schikking 3e zondag 40dagentijd 2021
Het is vandaag de derde zondag van de veertigdagen tijd.
Zondag Oculi (ogen)       De kleur van de zondag is paars.

Thema van de 40dagentijd is : de Levensweg

We lezen deze zondag uit Johannes 2 over de tempelreiniging
Jezus laat hier zien waar het om gaat, in het huis van zijn Vader.
Niet om de spullen, het geld, de handel.
Maar om eerbied voor God, en de Liefde voor de naaste.
In de schikking zien we een hart, als teken van Liefde
Aan de ene kant rode rozen en een bijbel,
Aan de andere kant veel spullen die voor ons belangrijk zijn.
Waar kiezen we voor?
Of hoeven we niet te kiezen en kunnen wij onze rijkdom juist gebruiken
om Lief te hebben en de naaste te helpen!?    

God,
Laat ons zien wat belangrijk is
Geef kracht om in liefde
De naaste te zien
En te delen

 

Symb. Schikking 4e zondag veertigdagentijd 2021

Vandaag is het de vierde zondag van de veertigdagentijd.
De naam van de zondag is Laetare (Verheug U).De kleur is ROZE.
We lezen vandaag uit Johannes 6 over:  Het teken van het brood.
Jezus laat ons tijdens zijn levensweg zien wat vrede en recht in het dagelijks leven betekenen.
Hij deelt brood en vis, 5 en 2 roze bloemen  symboliseren  dit  in de schikking.

Licht breekt door
waar liefde gedeeld wordt
brood en vis
voedsel om te leven
God,
Dat wij mogen delen
Van hetgeen we ontvangen hebben

 

Symbolische schikking 5e zondag veertigdagentijd
Naam van de zondag is: JUDICA (Doe mij recht). De kleur is paars.

Bij de  symbolische schikking:
De levensweg van Jezus gaat verder…. We naderen Jeruzalem.
In de lezing van Johannes 12 horen we hoe Jezus vertelt over de graankorrel,
die moet sterven om veel vrucht te kunnen voortbrengen.

 

Graan, dat valt in de aarde en sterft
brengt veel vrucht voort
Leven verliezen
Leven vinden
God, wij  bidden
Help ons,
ons te bezinnen op wat léven geeft .

Symbolische schikking : 6e zondag van de veertigdagentijd. Palmpasen

Het is vandaag de zesde zondag  van de 40dagentijd.
De naam van de zondag is: Palmarum  (Palmpasen)
De kleur is Paars.
We lezen over de intocht in Jeruzalem
In de schikking zien we verschillende kleuren en palmtakken langs de Levensweg van Jezus.
Ze verwijzen naar de jassen, die door de mensen werden uitgetrokken en op de grond gelegd
en het zwaaien met de palmtakken, toen hij de stad Jeruzalem binnentrok op een ezelsveulen.

 

Hosanna , Hij komt

Koning van de Vrede

Altijd anders, deze nederige Koning

God, leer ons de weg te gaan

Van deze Koning van de vrede

Symbolische schikkingen stille week

Teksten die bij de schikkingen gezegd kunnen worden in de Stille week en Pasen

Witte donderdag: ( uit lied565)…. kleur is wit

In twee gedaanten, brood en wijn,

Wil Hij ons aller voedsel zijn,

Hij geeft zichzelf, zijn vlees en bloed,

Zodat Hij ons volkomen voedt.

 

 

Goede Vrijdag: ( uit lied 558)… kleur is paars

Om Uw kruis,  Heer , bidden wij

Ga aan onze schuld voorbij

Om uw onverdiende dood

Smeken wij in onze nood

Kyrie eleison

 

 

Stille zaterdag.

Geen speciale schikking.

De bloemen voor Pasen zijn bedekt.

 

 

 

 

 

Pasen (uit lied 642) kleur wit

Een geopend graf en witte bloemen.

Van het donker naar het licht

’t Is feest, omdat Hij bij ons is,

De Heer die eeuwig leeft

En die in zijn verrijzenis

Alles herschapen heeft.

 

 

14 februari 2021

Lezing: Deuteronomium 6, 1-9
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,
Zoals ik aan het begin van de dienst al zei wil ik vanmorgen met u nadenken over de eerste drie woorden van de Apostolische geloofsbelijdenis: “Ik geloof in God.“
En nu lijkt het op eerste gezicht niet nodig om in te gaan op het kleine woordje “ik” waarmee de geloofsbelijdenis opent maar bij nader toezien is dit wel nodig. Want wat verstaan we onder “ik”?

In onze cultuur is dit een heel beperkt begrip geworden. Met “ik” bedoelen we onszelf zoals we tegenóver de wereld staan. Ons ik staat tegenover de wereld en los van de wereld. “Ik ben hier, de wereld is daar buiten mij.“ Er is een kloof tussen mij en de planeet aarde, tussen mij en het dierenrijk, tussen mij en het plantenrijk, tussen mij en de mensheid, tussen mij en God.
Dit “ik” noemen we “het individu“ d.w.z. het niet deelbare. Wij zijn losstaande individuen, de mensheid is een optelsom van losstaande individuen.
Dit “ik” wordt ook wel “ego” genoemd. Ons ego moet overleven in een omgeving die levensbedreigend kan zijn. Het ego treedt in werking wanneer we als baby honger krijgen of dorst .We gaan dan huilen om de aandacht van onze moeder te trekken om ons te voeden. Zo overleven we. Zo treedt ons ego in werking om ons te beschermen tegen kou ( we gaan dan op zoek naar warmte, tegen hitte, we gaan op zoek naar koelte, tegen vuur of een afgrond, wedeinzen  terug. ) Ons ego is dus gebaseerd op angst.
Het woordje “ik“duidt in onze cultuur dus aan een ik dat losstaat van de wereld om hem heen, los van de mensen om hem heen, los van de dieren, los van alles wat groeit en bloeit.
Het “ik” duidt in onze cultuur ook in de eerste plaats op een denkend ik. Het ik is een rationeel wezen. Het hart met zijn emoties en gevoelens komt pas op de tweede plaats.
Het “ik“ staat in onze cultuur ook los van God. Dan kan niet anders. Want wanneer je het “ik” losmaakt van de schepping, dan maak je het ik ook los van de Schepper.
Samenvattend: Het “ik” is in onze cultuur een rationele, ondeelbare eenheid, die los staat van de natuur, de mensheid en God. We kijken door onze ogen zoals een astronaut door zijn helm kijkt naar het heelal of een diepzeeduiker door zijn helm kijkt naar de oceaan. Het lichaam afgeschermd door ruimtepak of duikerspak waardoor de huid niets meer voelt , het lichaam uitgeschakeld wordt en de denker in alle eenzaamheid overblijft.

En nu kan ik u tot mijn vreugde zeggen dat dit niet het “ik” is waarmee de Apostolische geloofsbelijdenis opent. Het “ik” dat ik u geschetst heb zou je het “kleine ik “ of het “kleine zelf“ kunnen noemen. Het “ik” waarmee de geloofsbelijdenis opent zou je het “grote zelf “ of het “diepe zelf” kunnen noemen.
Dit diepe zelf staat niet tegenover de wereld en de natuur en de mensheid en God maar maakt er deel van uit. Je kunt onderscheid maken tussen “zijn “en “zijnden”. Alles is er. Wat alles gemeenschappelijk heeft is zijn. De concrete dingen kun je zijnden noemen. Alle zijnden  maken deel uit van het zijn. Alles rust in het zijn.
Zo maakt het diepe zelf deel uit van het zijn. Het diepe zelf rust in het zijn. En het zijn dat is Gód. Het universum is een zijnde, het is deel van het zijn, het is deel van God. De planeet aarde is een zijnde, het is deel van het zijn, het is deel van God. Dat zien astronauten wanneer ze vanuit hun ruimteschip naar die prachtige kwetsbare, blauwe planeet aarde kijken. Ze zien de schoonheid en de kwetsbaarheid. Ze zien de schoonheid en de kwetsbaarheid van God. Het verandert ze voor de rest van hun leven.

Wat geldt voor de planeet aarde in zijn geheel geldt voor de regenwouden, de zeeën en de oceanen: het zijn zijnden, deel van het zijn, deel van God. Het geldt voor de dieren, de bomen en de bloemen: zijnden, deel van God. Wanneer je ogen opengaan en je de schoonheid en de kwetsbaarheid ervan ziet, zie je de schoonheid en de kwetsbaarheid van God. Het is de roeping van de kerk in deze tijd om de mensheid de ogen te openen voor de Aanwezigheid van God in de schepping.

Onze medemensen zijn ook zijnden. Ook zij zijn deel van het zijn. Deel van God. Omdat ook wijzelf deel van het zijn zijn en daarmee deel van God, staan we dus niet als losse individuen in de wereld maar zijn we deel van het grote geheel: God. Paulus zegt: deel van het Lichaam van Christus. We kunnen zeggen dat het universum het lichaam van God is en alle mensen leden daarvan. Geen losse individuen maar broeders en zusters verbonden door een intiemere band dan de bloedband, verbonden door de band van het zijn, verbonden door God.

Tot zover het woordje “ik”.  Nu zou ik nog even met u willen kijken naar de woorden “in God”, van ”Ik geloof in God. “

Vanuit het “kleine i “ dat in de eerste plaats een rationeel ik is, betekent “ik geloof“ dat ik een aantal geloofswaarheden voor waar aanneem. Ik zeg dan met mijn verstand: Ik geloof dat er een God is. Ik geloof dat Hij hemel en aarde geschapen heeft. Ik geloof dat Hij zich in de Heilige Schrift openbaart enzovoort.

Maar het “ik geloof“ in de geloofsbelijdenis duidt niet in de eerste plaats op het met je verstand voor waar aannemen van een aantal geloofswaarheden. De Apostolische geloofsbelijdenis wordt ook wel aangeduid als “het Credo.“  En “Credo“ ik  geloof in het Latijn. In het woord “Credo“ zijn twee woorden te onderscheiden: Het “cre “ verwijst naar het Latijnse woord voor hart: Cor en het “do“ verwijst naar het Latijnse woord “geven, toevertrouwen.“ Credo betekent: “ik geef mijn hart aan“, “ik vertrouw mij toe aan“. Ik geloof in God betekent dus : “Ik vertrouw mij toe aan God.“

Nu kunt u zien hoe prachtig die woorden zijn waarmee de geloofsbelijdenis opent: Ik geloof in God. Het kleine, angstige ik, dat alleen maar bezig is om te overleven, dat zich eenzaam voelt en denkt los te staan van de natuur en de mensheid, laat zijn angst los en vertrouwt zich toe aan God. God die niet ver weg is ergens boven in de hemel maar om ons heen, in de medemens, in de natuur.

Hoe krijgen we nu een relatie met god ?
God is het zijn. Wij zijn zijnden en als zijnden deel van het zijn en dus deel van God. De vraag kan dus niet zijn: hoe krijgen we een relatie met God? Die relatie is er al omdat we deel van God zijn.

De vraag kan wel zijn: Hoe krijgen we een persoonlijke relatie met God? Hoe komen we met Hem of Haar in een persoonlijke relatie te staan? In een Ik – Gij relatie?

Dat gebeurt doordat God in ons een verlangen wekt. Je zou je kunnen voorstellen dat de kom van mijn linkerhand ons hart voorstelt en dat mijn gebalde rechtervuist de scheppingskracht van God is. Met Zijn scheppingskracht oefent God druk uit op ons hart. Zo ontstaat daar de vorm van Zijn scheppingskracht. Die vorm is een ruimte, een leegte. Toen de scheppingskracht van God in ons hart aanwezig was, was ons hart helemaal van Hem vervuld. Toen God Zich weer terugtrok liet hij een ruimte achter, een leegte. Deze leegte is een verlangen naar Hem.

Gerard Reve brengt dat verlangen op poëtische wijze onder woorden. Hij dicht:

“Voordat ik de nacht in ga, die voor eeuwig lichtloos gloeit,
wil ik nog eenmaal spreken en dit zeggen:
dat ik nooit anders heb gezocht
dan U, dan U,  dan U alleen.“

En ook:

“Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat gij waarachtig leeft,
dan denk ik , dat Gij Liefde zijt en eenzaam, en dat,
in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt, zoals ik U “

Ons verlangen naar God motiveert ons om te zoeken naar God, om Hem aan te spreken en om dan te ontdekken dat Hij niet ver is maar wij omringd zijn door Hem en kunnen luisteren naar zijn Stem.
Amen.

 

 

Ga naar de bovenkant