Over Willem Feitsma

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Willem Feitsma has created 52 blog entries.

10 oktober 2021 Jeugddienst

Lezing: Joh. 8, 1-11
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Beste jongeren en ouderen,

Aan het begin van de lezing van vanmorgen lezen we dat Jezus ’s avonds naar de Olijfberg ging. Uit andere plaatsen in de evangeliën weten we dat Jezus regelmatig een berg opging om daar in tot zichzelf te kunnen komen en in de rust de ruimte te vinden om te bidden. Dat had hij nodig want Hij werd de hele dag omringd door mensen die met Hem wilden spreken. Dan is het moeilijk om bij jezelf te blijven en heb je het echt nodig om te terug te trekken op een eenzame plek.

Dan staat: “Vroeg in de morgen ging Jezus weer naar de tempel. “Dat deed hij blijkbaar vaker. De mensen wisten dit en velen kwamen naar Hem toe om Hem te horen spreken.

Jezus moet een begaafde spreker geweest zijn. Anders is het niet te verklaren dat er telkens opnieuw zo veel mensen naar Hem kwamen luisteren.

De taal waarin Jezus sprak was het Aramees. Zijn woorden zijn in de bijbel in het Grieks terechtgekomen. Kenners van het Aramees zeggen dat wanneer zei Jezus’ woorden uit het Grieks terugvertalen in het Aramees het duidelijk wordt dat Jezus als een dichter gesproken zal hebben. Hij gebruikte prachtige beeldtaal maar sprak ook op muzikale wijze met ritme en maat.

Jezus was vol liefde en die liefde zal zijn stem een hele warme klank gegeven hebben.

En ook was Jezus doorzichtig tot op God. Het licht van God scheen door Hem heen en straalde door Zijn ogen en van Zijn gelaat.

 

In onze samenleving staan de leraren en zitten de leerlingen maar naar Joods gebruik ging Jezus als leraar zitten en stonden de luisteraars om Hem heen.

Terwijl Jezus onderricht gaf en de mensen aan zijn lippen hingen, ze wilden geen woord van Hem missen, brachten de Schriftgeleerden en Farizeeën een vrouw bij hen die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en zeiden tegen Jezus: “Meester deze vrouw is op heterdaad op overspel betrapt. De wet van Mozes zegt dat ze gestenigd moet worden. Wat vindt u? “

Ze vroegen dit aan Jezus omdat ze wel vermoedden dat Jezus het voor de vrouw zou opnemen. En zij zouden Jezus dan kunnen verwijten dat Hij de wet van Mozes aan de kant schoof. Een mooie gelegenheid om Jezus i neen kwaad daglicht te stellen.

Daar zit Jezus. Om Hem heen een groep mensen. Voor Hem de Farizeeën en Schriftgeleerden die Hem vijandig zijn. En vlak voor Hem geknield op de grond, voorovergebogen, haar hoofd verbergend in haar schoot, de vrouw die op heterdaad op overspel betrapt was.

Wat ging er in haar om? Hoe je jezelf beleefd, hoe je over jezelf denkt en je gevoel van eigenwaarde wordt voor een groot deel bepaald door de wijze waarop je omgeving naar je kijkt en over je denkt. Je omgeving is vaak de spiegel waarin je kijkt om je een oordeel over jezelf te vormen.

In het geval van de overspelige vrouw zijn de Farizeeën en de Schriftgeleerden de spiegel waarin zij kijkt. En hun oordeel zal een weergave zijn van de wijze waarop in de samenleving van die tijd tegen overspel werd aangekeken.

Als dit waar is zal de vrouw zich hebben geschaamd voor haar overspel en zich er heel schuldig over hebben gevoeld. Wellicht voelde ze ook voor zichzelf de minachting die haar omgeving voelde voor mensen die overspel pleegden.

Daar komt bij dat de vrouw doodsbang geweest zal zijn. Ze liep het gevaar gestenigd te worden. En hopelijk zal deze angst in haar ook woede opgeroepen hebben. Woede om een moraal die geen begrip kan opbrengen voor de omstandigheden die kunnen leiden tot overspel. Het kan zijn dat de vrouw in een ongelukkig huwelijk zat en snakte naar liefde die zij van haar man niet kon krijgen. Het kan ook zijn dat ze wel een goed huwelijk had maar dat ze heel veel problemen in haar leven had, armoede, ziekte en dood van dierbaren. En door verliefd te worden lijk je daar dan heel even aan te kunnen ontsnappen. Natuurlijk is overspel niet goed. Het is kwetsend voor de man of vrouw die overkomt. Het kan een huwelijk aan het wankelen brengen. Het kan het einde van een huwelijk betekenen. Overspel is niet goed maar het is wel menselijk.

De boosheid van de Farizeeën en Schriftgeleerden is de spiegel waarin de overspelige vrouw kijkt. Haar gevoel van eigenwaarde wordt tot nul gereduceerd.

Nu even een uitstapje naar de social media. Mark Zuckerberg ontkent het maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat Facebook ervoor zorgt dat wereldwijd meisjes en jongens een negatief zelfbeeld ontwikkelen. Op Facebook zie je alleen maar meisjes die superknap en superslank zijn. Maar die schoonheid is niet menselijk. Die schoonheid is kunstmatige gemaakt door een hele dikke laag mag-up waarvan het opbrengen minstens drie uur duurde. En daarna zijn de foto’s ook nog eens bewerkt door photo- shopping.

En op Face boek zie je niet alleen knappe meisjes. Je ziet ook alleen maar super coole mannen en jongens. De één nog sportiever en stoerder dan de ander. In werkelijkheid kom je zulke jongens en mannen niet tegen. Ze bestaan alleen op Facebook.

Voor jongeren is Facebook de spiegel waarin zij kijken en de norm waaraan zij hun lichaam en gevoel van eigenwaarde meten.

Facebook is voor de jongeren van nu wat de Farizeeën en Schriftgeleerden waren voor de overspelige vrouw: De spiegel waarin zij kijken en de norm waaraan zij hun gevoel van eigenwaarde aan ontlenen.

Jezus zegt tegen hen: “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.” Jezus zegt hiermee tegen hen: “Er is geen mens die niet zondigt. Jullie niet, deze vrouw niet. Zij is een mens zoals jullie. Veroordeel haar niet. Luister naar haar. Spreek liefdevol met haar. Stenig haar niet maar neem haar weer liefdevol op in de gemeenschap.

Wat zou Jezus tegen Mark Zuckerberg zeggen? Mark, wanneer jij in de spiegel kijkt dan zie je zelf toch ook dat je niet zo cool bent als de jongens en mannen op Facebook? Ga eens bij jezelf na wat dat met je doet? En wanneer je zoon en dochter de leeftijd hebben bereikt waarop ze zelf op Facebook gaan, zou je dan willen dat ze hun gevoel van eigenwaarde eraan gaan afmeten?

Mark, je hebt een machtige positie, je kunt honderden miljoenen mensen bereiken. Gebruik die positie om jongens en meisjes te leren om met liefdevolle ogen naar elkaar en zichzelf te kijken. Leer ze dat schoonheid niet van buiten zit maar van binnenuit komt. Een mens die liefdevol en vriendelijk is. Een mens die oog heeft voor zijn oog haar medemens is een mooi mens. Een mens die oog heeft voor de schoonheid van de natuur, de kwetsbaarheid van onze planeet aarde, dat is een mooi mens.”

Ik zei het zostraks al: “Jezus was doorzichtig tot op God. Het licht van God scheen door Hem heen en straalde door Zijn ogen. In welke spiegel kijk je wanneer je jezelf wilt zien? In de koude spiegel van Facebook of zie je jezelf weerspiegeld in de liefdevolle ogen van Jezus?

Tot slot. We lazen dat Jezus, toen de Farizeeën Hem vroegen wat ze moesten doen met de vrouw die op overspel betrapt was, bukte en woorden in het zand schreef. Welke woorden? We weten het niet. Maar ik vermoed dat hij schreef: “Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. “

Amen.

 

3 oktober 2021

Israëlzondag
Lezingen: Deuteronomium 34, 1-12    Genesis 2, 15-25
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Vorige week sprak ds. Gosker al hele mooie woorden over de beide lezingen van vanmorgen. In Deuteronomium 34 gunt God Mozes, vlak voor hij zal worden opgenomen in de hemel, een blik op het beloofde land. En wat ziet hij: Hij ziet het paradijs zoals deze beschreven wordt in het scheppingsverhaal in Genesis 1 en 2. Wat wil dit zeggen? Betekent het dat Mozes ziet hoe in het beloofde land het paradijs hersteld wordt? Gaat het om een terugkeer naar een toestand uit het verleden. Een hervinden van het verloren paradijs?

Ik meen van niet. Twee weken geleden heb ik gesproken over Openbaringen 21 waar het gaat over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Daar zien we dat het paradijs uit Genesis 1 en 2 de stadstuin van het nieuwe Jeruzalem geworden is. In de hof van Eden ontsprongen aan een waterbron vier rivieren die de hele wereld van levend water, water van eeuwig leven voorzien. Midden in de hof stond één boom van het leven. In Openbaringen 21, stroomt een rivier van levend water door de stad en staat er niet één boom van het leven maar hele rijen van bomen aan de oevers aan weerskanten van de rivier.

Het nieuwe Jeruzalem wordt niet simpelweg beschreven als een hervinden van het paradijs, als een terugkeer naar het paradijs. Een stadspark is niet alleen natuur, het is ook cultuur. De mens heeft er aan gewerkt. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde is de uitkomst van een lange geschiedenis waarin God en mens samen werken als partners. De mens als schepper naast God.

Het verhaal over de zondeval van Adam en Eva is vaak gelezen als een verklaring voor het lijden, het kwaad en de dood in de wereld. Het werd gebruikt als een antwoord op de vraag hoe het toch mogelijk is dat een goede God zoveel lijden op de wereld laat gebeuren. Maar het is ook mogelijk om het verhaal op een andere manier te lezen.

Het verhaal geeft in die andere wijze van lezen niet in de eerste plaats een verklaring voor de ellende in de wereld maar een beschrijving ervan. In het zondevalverhaal is een schildering van het leven zoals we dat uit eigen ervaring kennen:

  • We kunnen niet de hele dag een beetje in de zon zitten en luieren maar moeten ons in zweet werken om onze boterham te verdienen.
  • Vele vrouwen weten maar al te goed dat de zwangerschap en het baren van een kind niet altijd gemakkelijk is. Zij herkennen zich in de woorden: “Met smart zult gij kinderen baren. “
  • Vrouwen kunnen natuurlijk vermijden zwanger te worden door de omgang met mannen uit de weg te gaan. Maar dat blijkt bijna onmogelijk: “Naar de man zal uw begeerte uitgaan “zegt God in het scheppingsverhaal.
  • En om de ellende compleet te maken zal de man ook nog eens over de vrouw heersen.
  • Waar wij in het leven mee opgescheept zijn dat is ons vermogen om te onderscheiden tussen goed en kwaad. We kunnen niet ongestoord onze gang gaan. Maar telkens weer kwellen we onszelf met de vraag: Wat moet ik in deze situatie doen? Wat is goed? Wat is kwaad? Wel vleeseten, geen vleeseten? Wel inenten, niet inenten? Wel autorijden, niet autorijden? En ook achteraf kwellen we ons met vragen: Heb ik het goed gedaan of fout. Moet ik me schuldig voelen of ben ik terecht voor mezelf opgekomen?

 

Kortom: we herkennen ons eigen leven in de beschrijving van het leven na de zondeval in het zondeval verhaal. Daarin zit de schoonheid en de kracht van dit verhaal. Deze lezing is belangrijker dan de lezing van het verhaal als een verklaring voor het leed in de wereld. De lezing als beschrijving van ons leven biedt herkenning en daarmee troost.

 

Ds. Gosker heeft vorige week al verteld dat de lezingen van vanmorgen in het kader staan van het grote verhaal tussen God en zijn volk Israël en de lezingen in verband staan met Grote Verzoendag, de dag waarop de Joden hun schuld voor God belijden en zich met Hem verzoenen. Dit wil ik vanmorgen nog een beetje uitwerken.

 

In de Hof van Eden leefde de mens in harmonie met God. Aan het einde van de dag wandelden Adam en Eva met God in de avondkoelte. Een prachtig beeld! Na een warme dag waarop het zweet wellicht langs lichamen liep, horen Adam en Eva een zacht geluid van het suizen van de wind, de bladeren van de bomen ritselen, ze voelen de wind op hun naakte huid. Ze voelen een heerlijke verkoeling. In die wind, in de verkoeling, in zachte suizen bespeuren ze de aanwezigheid van God. En dan wandelen ze met God en ze spreken met God. God luistert liefdevol naar ze. Hij glimlacht om hun verhalen.

 

Een prachtig verhaal! Zo zouden wij ook met God willen wandelen en spreken. En we denken dat het niet mogelijk is. We denken dat de zondeval deze omgang met God onmogelijk heeft gemaakt.

 

Op een avond zoekt God Adam en Eva weer op voor een wandeling in de avondkoelte. Maar zij zijn niet op de afgesproken plek. “Waar zijn jullie?“ “We hebben ons verborgen” roepen Adam en Eva omdat we naakt zijn. We schamen ons voor elkaar en we zijn bang voor U. “

 

Wanneer we nu ook dit deel van het verhaal niet lezen als een verklaring voor het ontstaan van het kwaad in de wereld maar als een beschrijving van de wijze waarop wij het leven beleven, kan het verhaal ons troost en hoop schenken.

 

Voor de zondeval schaamden Adam en Eva zich niet voor hun naaktheid. Kleding die hun lichaam aan het zicht onttrok hadden ze niet nodig. Die kleding is denk ik het symbool voor al datgene waarvan de t.v. reclame ons probeert te overtuigen dat we het moeten hebben om te mogen bestaan: Mooie kleding die ons jeugdig maakt. In onze samenleving is de jeugd de norm. Wie er niet uit ziet als een dertig jarige moet zich schamen. Voor mannen kan een auto een statussymbool zijn. Het is een jas die aangeeft dat je het gemaakt hebt. Ook een huis, een hoge baan, veel geld, gezondheid, een hoge intelligentie zijn voorbeelden van kledingstukken die we aandoen om onze naaktheid te bedekken. Zonder jeugd, aanzien, gezondheid voelen we ons naakt, durven we ons niet te vertonen. We voelen ons dan uitgeleverd aan de liefdeloze, kille blik van de ander.

 

Hoe kunnen wij verlost worden van de schaamte voor onszelf en voor elkaar? Door met liefdevolle ogen naar elkaar te kijken. Je schaamt je niet voor je naaktheid wanneer je weet dat iemand liefdevol naar je kijkt. Je voelt je dan veilig in de ogen van de ander. Kleding en statussymbolen heb je niet meer nodig.

 

Adam en Eva verborgen zich voor God omdat ze zich schaamden voor Hem en bang voor Hem waren. Adam en Eva waren vergeten dat God met liefdevolle ogen naar hen keek. Niet met boze maar met liefdevolle stem riep God hen toen ze zich verborgen hadden: “Adam, Eva waar zijn jullie?“ Adam en Eva waren bang voor God omdat ze meenden dat God alleen met liefdevolle ogen naar hen zou kijken als ze zonder zonde waren. Ze dachten dat God alleen van ze zou kunnen houden wanneer ze helemaal foutloos waren. Ze wilden niet dat God in hun hart zou kijken en daar onvolmaaktheid zou zien. Daarom wilden ze hun hart bedekken met kleding.

 

Op Grote Verzoendag verzoenen de joden zich met God. Hoe verzoenen wij ons met God? Door Zijn liefdevolle omgang met mensen, door zijn liefdevolle omgang met onvolmaakte mensen, heeft Jezus laten zien dat God met liefdevolle ogen naar ons kijkt. Onbevreesd mogen we in onze naaktheid, in onze onvolmaaktheid voor Hem staan. God eist geen volmaaktheid, geen zuiverheid, geen reinheid, geen heiligheid van ons.  God houdt van ons zoals we zijn. Onvoorwaardelijk. Met oneindige liefde.

 

Adam en Eva hadden zich niet hoeven te verbergen voor God. Wij hoeven ons niet te verbergen voor God. Er is geen reden voor angst. Er is alleen liefde en vergeving.

 

Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontmoetingsmiddag gaat naar de woensdagmorgen, start 6 oktober

‘Koffie met een oortje’ – in de Oosterkerk 

Wij: Roelien Alberts en Fini van Zoelen,  nodigen u hartelijk uit voor het ‘Koffie met een oortje’ op de woensdagmorgen, 2x per maand.
‘Koffie met een oortje’ is een nieuwe invulling voor de ontmoetingsmiddag,  maar dan ’s morgens.
Op de ene morgen komen we bij elkaar met koffie/thee en praten we elkaar gezellig bij over wat ons zo bezig houdt.
Op de andere woensdag, 2 weken later, ontmoeten we elkaar weer en zal Fini een inhoudelijke bijdrage leveren.
Wij hopen van harte dat wij, na een lange periode van afwezigheid, elkaar weer zien en kunnen bijpraten.
Heeft u een vraag, dan kunt u terecht bij Roelien: tel.: 0651360619

Wanneer: woensdag 6 en 20 oktober en 3 en 17 november.
Tijd: 10.15-11.30 uur
Waar: Oosterkerk trouwzaal

Graag tot ziens!
Roelien en Fini

 

 

19 september 2021

Lezingen: Deuteronomium 13: 2-6, Marcus 9: 30-37
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

“ Ze zwegen, want ze hadden onderweg getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. “ Mc.9:34

“ Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar. “ Mc.9:35

Gemeente van Christus,

In een kippenhok is er altijd sprake van een pikorde. Er zijn altijd een paar kippen die bij de voer- en drinkbakken voor aanstaan en graankorrels wegpikken voor de snavel van kippen die lager in de rangorde staan.
Ook bij andere diersoorten is er dikwijls sprake van een rangorde. Wie wel eens in de Apenheul in Apeldoorn geweest is, weet dat die reusachtige mensaap Bongo, bovenaan de rangorde van de mensapen staat. Een grote imposante mannetjesaap. Hij toont zijn dominantie door zijn overheersende gedrag.
Er zijn van die dominante mannetjesapen die “zilverruggen “worden genoemd. Ze hebben een zilverkleur op hun rug. Daarmee tonen ze hoge positie in de rangorde.

Men zegt wel eens dat dat de voorkeur van mannen voor mooie zilverkleurige auto’s op het zelfde principe berust.

Waarom leven dieren in groepen met rangordes ? Dat is omdat dit ze op deze wijze als groep te overleven. God heeft het ingeschapen zou je kunnen zeggen.

Over de wijze waarop God geschapen heeft is al heel veel gedacht en gesproken. Heeft God mens en dier geschapen zoals ze nu zijn of zijn mens en dier geworden zoals ze zijn in een lang ontwikkelingsproces van miljarden jaren die evolutie wordt genoemd ?

Een meisje van een jaar of zes met een filosofische instelling vroeg zich op een bepaald moment opeens verwonderd af: “ Waar komen mensen eigenlijk vandaan ? “ Ze ging met deze vraag naar haar niet-gelovige vader. “ De mens stamt af van de apen. “ antwoordde hij. Het meisje vond het nogal een vreemd antwoord. Daarom ging ze met deze vraag ook naar haar moeder. “ De mens is door God geschapen “ antwoordde de moeder “ we stammen af van Adam en Eva. “ “ Maar papa zegt dat we van de apen afstammen ! “ riep het meisje uit. “ Hoe zit het nu? “  “ Oh, heel eenvoudig “antwoordde de moeder “ de familie van papa stamt van de apen af en mijn familie van Adam en Eva. “

Inmiddels hebben we denk ik wel geleerd dat schepping en evolutie elkaar niet uitsluiten maar Gods schept doorheen een proces van evolutie.

Vijftien miljard jaar geleden liet God een oerknal ontstaan.

Eerst was er alleen materie : rotsen, stenen die geen vrijheid kennen. Ze kunnen zich niet bewegen. Ze kunnen zich niet verplaatsen. Ze kunnen alleen bewogen worden of verplaats worden.

Daarna ontwikkeld zich  in een lang proces plantaardig leven. Bloemen, kruiden, struiken, bomen. Ten opzichte van rotsen en stenen heeft het plantaardige leven een grotere vrijheid. Bloemen kunnen zichzelf niet verplaatsen maar ze kunnen hun kopje wel bewegen in de richting van de zon en hun blaadjes openen en sluiten.

Ten derde ontwikkelde zich het dierlijke leven. Ten opzichte van het plantenrijk  hebben dieren weer een grotere vrijheid. Zij kunnen zich bewegen en verplaatsen. Ze kunnen besluiten te vechten of te vluchten. Binnen hun instinct hebben ze een beperkte vrijheid.

Mensen zijn de meest vrije wezens die we kennen. We kunnen ons bewegen we kunnen ons verplaatsen. En heel bijzonder: we kunnen keuzes maken die tegen onze instincten ingaan. Wanneer er een kind in een brandend huis is dan kunnen wij besluiten om het brandende huis binnen te gaan om het kind te redden. Een dier kan dat niet.

 

Ik zei zo net:  “Mensen zijn de meest vrije wezens die we kennen. “ Maar ik ken er nog één die nog vrijer is. Daar kom ik zo meteen op.

Als het zo is dat God planten, dieren en mensen niet in één vingerknip kant en klaar geschapen heeft maar dat doorheen een lang evolutieproces heeft gedaan, dan betekent dit dat er in ons nog resten aanwezig zijn van dat ontwikkelingsproces.

En dat zien we in het verhaal van vanmorgen. Op weg naar Kafarnaüm maken de leerlingen van Jezus ruzie over de vraag wie van hen de belangrijkste was. “Kinderachtig !“ denk je. “Onvolwassen ! “ “Onchristelijk ! “ We zijn meteen geneigd er een negatief oordeel over te geven.

Maar wanneer het nu zo is dat God doorheen de evolutie geschapen heeft. En wanneer het nu zo is dat er nog resten van die ontwikkeling in ons DNA aanwezig is, dan kun je begrijpen dat het denken in een pikorde, in een sociale rang orde, die dieren helpt om te overleven , ook in ons aanwezig is. Dat we ons afvragen wie hoog en wie laag in de sociale rangorde staat, dat we graag hoog in de rangorde willen staan, dat is niet kinderachtig of zondig, dat is een overblijfsel van een ontwikkelingsproces. En het bijzondere van Jezus is dat hij ons hiermee om leert gaan. En Jezus kan dat omdat Hij ons in het ontwikkelingsproces een stap voor is.

Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “ Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar. “ Jezus maakt duidelijk dat er voor ons  vrijheid mogelijk is. Ons instinct zegt ons dat we een zo hoog mogelijke plek in de sociale rangorde moeten zien te bemachtigen. Jezus leert ons door de beperking van ons instinct heen te zien. Jezus wil ons bevrijden van de enorme last van het denken en voelen in hoog en laag.

En Jezus kon hierin onze leraar worden dankzij hetgeen hij beleefde bij zijn doop in de Jordaan. Johannes duwde Hem achterover in het water. Jezus ging kopje onder. En toen hij weer uit het water omhoog rees zag hij hoe de hemel boven Hem openscheurde, er een vurige duif uit de hemel op Hem neerdaalde en er een Stem uit de hemel klonk: “ Jij bent mijn geliefde Zoon . Je bent de vreugde van Mijn leven ! “

Die woorden van God drongen diep door in het hart en de ziel van Jezus. Hij voelde zich oneindig bemind . Zijn hart werd verwarmd door deze liefde. Zij ziel verlicht. Hij wist en voelde: “ Ik ben kostbaar in Gods ogen. “

Op dat moment werd Jezus bevrijd van het denken in hoge en lage positie in de sociale rangorde. Hij wist Zich een kind van God te zijn. Hoog en laag binnen de sociale rangorde vallen dan weg. Als Hij “ Zoon van God “ is dan zijn alle mensen kinderen van God, broeders en zusters, allemaal aan elkaar gelijk.

Gemeente, wanneer u bij uzelf opmerkt dat u bezig bent met uw positie in de sociale rangorde schrik daar dan niet van. Glimlach wanneer u het bij u zelf opmerkt. Weet dat het geen zonde is maar een overblijfsel van het ontwikkelingsproces waardoorheen God schept. En denk dan aan de woorden van die Jezus bij zijn doop hoorde “ Jij bent Mijn geliefde kind. “ God spreekt ze ook tot u.

Aan het begin van de preek zei ik dat de mens van alle schepselen de hoogste vrijheid mag genieten. De mens is vrijer dan rotsen, planten en dieren. Er is er één die nog vrijer is: Jezus Christus onze Heer. En wij mogen worden zoals Hij : helemaal vrij !

Amen

 

 

12 september 2021

Lezing: Mattheüs 6, 1-13
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Het jaarthema dat ons vanuit de landelijke kerk wordt aangereikt luidt: “ Van U is de toekomst. “ Het thema van de startzondag luidt:  “Uw Koninkrijk kome. “ Daarmee wordt de toekomst al aangeduid als ”Koninkrijk van God.“

De naam “ Koninkrijk van God “ komt natuurlijk uit de bijbel. De oudste delen van de bijbel zijn wel drieduizend jaar geleden geschreven en de jongste 2000 jaar geleden. Ze zijn geschreven door mensen met een heel ander wereldbeeld dan de onze. Een wereldbeeld waarin men niet wist dat de aarde rond was en maar een klein planeetje in een oneindig heelal. Een wereldbeeld die nog niet beïnvloed was door de inzichten ontleend aan de microscoop en de telescoop.

De bijbel is zoals u weet niet één boek dat op een bepaald moment in zijn geheel geschreven is. De bijbel is een bibliotheek een verzameling van boeken die geschreven zijn in verschillende tijden en culturen en maatschappijvormen.

De maatschappij vorm die je in de bijbel vaak tegenkomt is die van het koninkrijk. De samenlevingen worden bestuurd door een elite met aan het hoofd een koning die absolute macht heeft. En dat wil zeggen dat zijn wil geschiedt.

Nu leven wij nog in het Koninkrijk der Nederlanden maar het koningschap van Willem Alexander is toch vooral een symbolisch koningschap. Samen met Maxima is hij het symbool van eenheid van ons land en volk. Werkelijke macht heeft hij niet meer.

Dit betekent dat het begrip “ Koninkrijk van God “ omdat het ontstaan is in een tijd van absoluut koningschap niet meer goed weergeeft wat er in onze tijd mee wordt aangeduid. Voor ons is het nog wel duidelijk maar voor onze kinderen en jongeren is het dat niet meer.

Om duidelijk te maken wat je bedoeld met “ Koninkrijk van God “ zou je moeten spreken van “ Democratie van God “ en in plaats van als Gods “Koningschap “zou je moeten spreken over God als “ minister- president” maar dat klinkt al te plat.

Het is overigens wel de denkrichting van Jezus. In het evangelie van Johannes  zegt Hij tegen Zijn leerlingen: “ Ik noem jullie niet langer slaven. Ik noem jullie vrienden. “ Jezus kiest duidelijk voor een democratisch koningschap.

Er is nog een probleem verbonden aan het gebruik van het woord “Koninkrijk van God.” In de kerk is het gaan functioneren als een aanduiding voor de tijd die aanbreekt aan het einde van de tijden. Op grond van een bepaalde lezing van het boek Openbaringen meende men dat de aarde zou moeten ondergaan in een grote ramp en daarna zou dan het Koninkrijk van God aanbreken. Maar deze lezing gaat helemaal voorbij aan Gods liefde voor deze wereld en aan Zijn belofte dat hij nooit los zal laten varen het werk dat zijn hand begonnen is te doen. En in het evangelie van Johannes lezen we ook die prachtige woorden: “ Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft niet om de wereld te veroordelen maar om haar te verlossen .”

Hoe kunnen we spreken over het Koninkrijk van God op zo’n wijze dat het voor onze jongeren begrijpelijk wordt en de liefde van God voor deze wereld recht gedaan wordt ?

In het eerste bijbel boek Genesis lezen we over de hof van Eden en in het laatste bijbel boek Openbaringen lezen we over het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt. Je zou kunnen zeggen dat de wereldgeschiedenis zich tussen deze verhalen afspeelt. De hof van Eden wordt het stadpark van  het nieuwe Jeruzalem. In de hof van Eden ontsprong een waterbron van water van het leven. Hieraan ontsprongen vier rivieren die de hele aarde van levend water voorzien. Midden in de Hof van Eden stond de boom van het leven. Wie ervan at ontving het eeuwige leven.  In het boek Openbaringen zien we dat een rivier van levend water door het stadpark stroomt. Wie ervan drink ontvangt het eeuwige leven. Langs de oevers van de rivier staat niet één boom van het leven maar lange rijen ervan. Wie ervan eet ontvangt het eeuwige leven.

Een tempel wordt in de stad niet gevonden. God Zelf woont onder de mensen. Hij droogt alle tranen van de ogen van de mensen ziekte, rouw en dood zijn er niet meer. “ Zie Ik maak alle dingen nieuw ! “ zegt God.

Hoe doet Hij dat ? Niet door aan het eind van de tijden deze aarde ten onder te laten gaan in een grote wereldbrand. God is Aanwezig in onze wereld en Hij werkt actief aan vernieuwing van déze wereld.

God is alwetend. Hij overziet alles wat er in deze wereld gebeurd is in het verleden. Hij weet precies hoe deze wereld in elkaar zit. Hij weet hoe de situatie waarin de wereld is, is ontstaan. En Hij weet ook wat er moet gebeuren om de wereld te vernieuwen om de wereld te veranderen in het stadspark van het nieuwe Jeruzalem.

God kent ook ieder mens. Hij kent onze geschiedenis. Hij weet hoe wij zijn geworden tot de mensen die we nu zijn. Hij kent ook onze mogelijkheden. Hij kent de mens die kunnen worden en ten diepste al zijn.

God is alwetend. Hij is niet almachtig.  Zijn koningschap is niet het koningschap van een absolute koning. Hij heeft ons immers geschapen met een vrije wil. Hij heeft zijn almacht vrijwillig ingeperkt. God kan ons niet dwingen om mee te werken aan de vernieuwing van deze wereld. Hij nodigt ons er wel toe uit. Hij nodigt de mensheid uit om keuzes te maken die het nieuwe Jeruzalem dichterbij brengen.“ Zie ik maak alle dingen nieuw.” zegt God. “ Doe met me mee. Werk samen met Mij aan die nieuwe hemel en die nieuwe aarde.

De belangrijkste uitdaging waar de mensheid op dit moment voor staat is het tegengaan van de opwarming van het klimaat. Er is sprake van een klimaatcrisis. Maar een crisis is een kans. Sinds 200 jaar zijn we op een manier gaan produceren die geen rekening hield met de schepping van God. We zijn voorbij gegaan aan kwetsbaarheid van de oerwouden, de oceanen, de aarde en de lucht. De hevige regens en hoge temperaturen maken ons nu duidelijk dat we zo niet door kunnen gaan. De crisis is dus een kans. Een prachtige kans om onze productiewijze en ons gedrag te veranderen.

En God kan ons niet dwingen om dat te doen. Beter gezegd; hij wil ons niet daartoe dwingen. Maar hij nodigt ons ertoe uit. Hij roept ons ertoe op. “ Grijp deze crisis aan om te veranderen. Grijp deze crisis aan om de lucht ,water en aarde te zuiveren. Om de oerwouden weer te laten groeien. Mijn zegen heb je !

En dit laatste is van wezenlijk belang: “ Mijn zegen heb je ! “ zegt God. Wij staan er niet alleen voor ! God werkt met ons mee. God belooft : “ Zie Ik maak alle dingen nieuw. “ Hij is actief werkzaam in onze wereld om de mensen te inspireren, om mensen actief ideeën in te geven. Wanneer Zijn werkzaam zichtbaar gemaakt zou kunnen worden dan zouden we zien dat Hij alomtegenwoordig is.

“ Van U is de toekomst “ en “ Uw koninkrijk  kome. Luidt het jaarthema van de kerk en het thema van deze startzondag. Wanneer we het onze Vader bidden dan bidden we in het begin “ Uw koninkrijk kome” dat is op die plaats in het gebed, een bede, een wens. Maar al  biddend voelen we kracht en hoop en geloof in ons sterk worden. We worden enthousiast en eindigen daarom jubelend: “ Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid. Tot in eeuwigheid. Amen.

 

 

 

Actueel nieuws verbouwplan Oosterkerk 2021

Wij houden u op de hoogte van de verbouwing van de Oosterkerk op de website.

Zie daarvoor onder het kopje: VERBOUW OOSTERKERK 2021

Wij horen dat er ook gemeenteleden zijn die graag wat extra’s willen overmaken t.b.v. de verbouw Oosterkerk. Daarvoor is inmiddels een speciale bankrekening geopend. Elke gift of schenking is welkom en zal goed worden besteed. Dank alvast.

Bankrekeningnummer:
NL21 RABO 0399041672 Protestantse Gemeente Hoogeveen o.v.v. Verbouw Oosterkerk

Fotoverslag Emmaüswandeling, eerste Pinksterdag 2021

(foto credits: Jeanette Volkerts) Klik voor fotoverslag op onderstaande link:

Fotoverslag Emmaüswandeling

EMMAÜSWANDELING
Een activiteit voor Geestdriftige mensen op de eerste Pinksterdag.

In Lucas 24:13-16 wordt beschreven hoe twee volgelingen van Jezus onderweg naar Emmaüs met elkaar in gesprek zijn over gebeurtenissen die ze niet goed begrijpen. Na enige tijd lijkt het of zich een onzichtbare derde bij hen gevoegd heeft.

Na een periode van stilte organiseert Leeftocht Oost weer voorzichtig een activiteit met de mogelijkheden die er nu zijn. Op de eerste Pinksterdag is dat een Emmaüswandeling, elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek.

Bij deze Emmaüswandeling wandelt u twee aan twee, waarbij u eerst ieder voor zich in stilte een meegekregen tekst en een gespreksvraag overdenkt. Na enige tijd wisselt u met elkaar uit wat de tekst u op dit moment zegt of misschien juist niets te zeggen heeft. Dit gaat in de vorm van elkaar vertellen, vragen stellen en antwoorden geven zonder discussie of elkaar proberen te overtuigen en stiltes zijn niet erg. En heel misschien ervaart u dat er even een onbekende, onzichtbare derde meeloopt.

 

 

 

Pinksteren 2021

Kindernevendienst: Ik zie het aan je!

Bijbel: Handelingen 2:1-24
Nadat Jezus naar de hemel is gegaan, wachten de leerlingen in huis. En op het joodse Pinksterfeest raken zij in vuur en vlam door de Heilige Geest. In alle talen spreken zij over Jezus, zijn leven en werk, zijn Opstanding. Het feest is begonnen.

Twee mooie werkbladen: Pinksteren 1 en Pinksteren

Beluister hieronder het verhaal van deze zondag: ‘Pinksteren’.

 

Presentatie van de Pinksterdienst:
Presentatie dienst van Pinksteren 2021

Symbolischeschikking Pinksteren 2021

 

 

 

 

 

Pinksteren:  Feest van Hoop.

De groene boog staat symbool voor de hoop., vol verwachting voor de toekomst.
In de regenboogkleuren wordt Gods belofte zichtbaar, waarbij de rode  Gloriosa de boog in vuur en vlam lijkt te zetten. In lied 686 zingen we vandaag:

Wij zijn in Hem gedoopt

Hij zalft ons met zijn vuur.

Hij is een bron van hoop

In alle dorst en duur.

 

Fotoverslag Emmaüswandeling, eerste Pinksterdag 2021

(foto credits: Jeanette Volkerts) Klik voor fotoverslag op onderstaande link:

Fotoverslag Emmaüswandeling

EMMAÜSWANDELING


Een activiteit voor Geestdriftige mensen op de eerste Pinksterdag.

In Lucas 24:13-16 wordt beschreven hoe twee volgelingen van Jezus onderweg naar Emmaüs met elkaar in gesprek zijn over gebeurtenissen die ze niet goed begrijpen. Na enige tijd lijkt het of zich een onzichtbare derde bij hen gevoegd heeft.

Na een periode van stilte organiseert Leeftocht Oost weer voorzichtig een activiteit met de mogelijkheden die er nu zijn. Op de eerste Pinksterdag is dat een Emmaüswandeling, elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek.

Bij deze Emmaüswandeling wandelt u twee aan twee, waarbij u eerst ieder voor zich in stilte een meegekregen tekst en een gespreksvraag overdenkt. Na enige tijd wisselt u met elkaar uit wat de tekst u op dit moment zegt of misschien juist niets te zeggen heeft. Dit gaat in de vorm van elkaar vertellen, vragen stellen en antwoorden geven zonder discussie of elkaar proberen te overtuigen en stiltes zijn niet erg. En heel misschien ervaart u dat er even een onbekende, onzichtbare derde meeloopt.

 

 

25 april 2021

Lezingen: Ezechiël 34, 1-10       Johannes 10, 1-16
Voorganger: ds. B. Metselaar, Beilen

Gemeente van Jezus Christus.
 “Mijn God, mijn herder zorgt voor mij”.
De Goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”. Tussen Pasen en Pinksteren spreken wij over Jezus als de Goede Herder.
Als Hij de herder is dan — Ja toch? – dan zijn wij de schapen.
Een dichter zegt: “Misschien kan je wel over de schapen spreken en de herder vergeten!”
Zeker in ons land zien we weilanden vol schapen zonder dat iemand ze hoedt.
Zelfs in het Dwingelderveld lopen schapen zonder dat er een herder is. Misschien mag je dus de herder soms wel vergeten.
Zoals we in onze tijd heel veel over mensen, over onszelf, te zeggen weten
en — naar het lijkt, God steeds meer vergeten.
“Maar”, zo gaat de dichter verder: “Je kan niet over de herder spreken en zijn schapen vergeten”.
Over God kan je niet zinvol spreken als je Zijn mensen vergeet.

In de nacht waarin Jezus gevangen werd – de nacht van Witte Donderdag – In die nacht werd werkelijkheid wat een Profeet tot Israël had gezegd:
“Ik zal de herder doden en de schapen zullen uiteengeslagen worden”.
De jonge Jezusbeweging is in die nacht uit elkaar gevallen. Johannes, Petrus,ze zijn niet verder gekomen dan het paleis van de Hogepriester.
De Vrouwen rondom Jezus hadden nog moed om te volgen tot op Golgotha. Zij hebben Hem in het graf gelegd.
Ook zij zijn verloren heengegaan in de stilte en de eenzaamheid.

Toen kwam de Paasmorgen. Ze vinden elkaar terug. Als een wervelwind doorwaait de Geest van God Jeruzalem.
Vrouwen en vissers grijpen elkaar bij de hand, met de belofte elkaar niet weer los te laten. De Gemeente van Christus krijgt haar vaste vorm.
Zij gaat van land tot land door de wereld en door de tijd. Zelfs een hardnekkig virus kan niet verhinderen dat we naar elkaar omkijken.
Mensen worden betrouwbare herders voor elkaar.

“Ik wil van God als van mijn herder spreken”.
Heel nadrukkelijk op de tweede, ook wel op de derde zondag na Pasen. “Zondag van de Goede Herder”.
Nee, we vergeten de gemeente niet als het nu toch weer over Jezus moet gaan.
Het gaat immers om de Gemeente. Om ons is de Herder gekomen.
Waarop worden de koningen, de leiders van Israël afgerekend?
Ezechiël de Profeet kent felle woorden. Zij zijn geen goede herders. Zij eten de kudde op, buiten het volk uit.
Leiden het op verkeerde wegen zodat het andere goden zoekt. Zwakke en zieke dieren verzorgen ze niet.
Ze dwalen rond op de heuvels en in de wildernis zoals een mens verloren kan lopen, en niemand gaat naar ze op zoek.

Wie denkt bij die woorden van Ezechiël niet aan de vele corrupte leiders van onze tijd?
Valt b.v. de toeslagenaffaire niet ook onder deze kritiek van de Profeet?
Is daar niemand verantwoordelijk voor? Lijken veel mensen die met het UWV te maken krijgen ook niet op zulke uitgebuite en vernederde schapen?

Dat vergeten we niet als we ons nu toch weer helemaal richten op de Herder.
Hem willen wij volgen.

Direct valt ons een typisch kenmerk op van de herder in Israël. Hier en daar op de Drentse hei zie je nog wel zijn vakbroeder.
Zijn schapen dwalen rustig rond. Ze vinden hun weg wel. Schapen zijn veel minder dom dan mensen denken.
Natuurlijk houdt de herder ze wel in de gaten. Als er eens eentje wat verder weg dwaalt komt de hond haar wel terughalen.
Echt verdwalen kunnen de schapen niet. Bij de kooi staat ’s morgens al aangegeven hoe laat ze ’s avonds terug zijn.

Het werk van de Drentse herder is niet minder serieus en zwaar.
Het is wel anders.

De herder in Israël – en misschien moeten we maar direct ook aan Jezus denken. De herder in Israël – Jezus –  loopt niet achter de kudde. Hij gaat voorop.
Hij moet de wegen vinden waarlangs de voeten van de schapen kunnen gaan.
Het pad gaat door de wildernis. Een steppe vol doornige struiken.
Hij buigt ze op zij zodat de vachten van de schapen er niet in verward raken.
Kijk maar! Zijn handen zijn vol striemen en schrammen van scherpe stekels.
Hij maakt het pad vrij van dikke, puntige stenen – en morgen zijn er al weer nieuwe rotsblokken naar beneden gerold.
Zijn rug kromt zich. Ze zijn bijna te zwaar om te tillen.
Een stroom komt van de heuvels. Bruisend water verspert de weg.
Natuurlijk is er geen brug.  Hij gaat er midden in staan.
Zo breekt de kracht van het water stuk op zijn lichaam.
Pas op! De wol van de schapen zuigt zich vol met water. Ze zouden gemakkelijk meegesleurd worden.
De herder grijpt ze vast. Hij draagt ze naar de overkant.

Een leeuw. Een beer. Heel gewoon in de buurt van de kudde.
De herder gaat niet opzij. Hij laat geen schaap prooi worden van deze dieren.
Koning Saul twijfelt of die  knappe, dappere David, niet veel te jong, te klein is, om de reus Goliath aan te kunnen.
Maar David was een herder. Hoor hoe hij de koning overtuigt.
“Wanneer er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een geit van de kudde te stelen, ging ik erachteraan, overmeesterde hem
en redde het dier uit zijn muil”.

Maar dan is er toch één verloren geraakt.
’s Avonds. Doodmoe. Werkelijk doodmoe heeft de herder de stal weer bereikt.
Onder zijn staf laat hij de schapen doorgaan. “Jij, en jij en jij!” Alle honderd kent hij bij name:
“Zwartje. Witje, Spikkeltje, Krompootje”. Namen die iets zeggen over wie ze zijn.
Eén ontbreekt er! Kan gebeuren! Toch? Bedrijfsrisico! Verzekering dekt de schade?
Economische opmerking uit een andere tijd, een ongekende mentaliteit.
Doodmoe gaat de Goede Herder door de donkere gevaarlijke woestijn op zoek.
Struikelend, vallend, bloedend – tot Hij jou vindt. “Hij brengt ze weer te kooi”.

De andere morgen: geen klacht. Een nieuwe dag is aangebroken. De herder heeft geslapen in de opening van de kooi.
“Ik ben de deur van de schapen”, horen we Jezus zeggen.
Als iemand een schaap uit de stal wil roven – alleen over zijn lijk!
“Een Goede Herder geeft zijn leven voor zijn schapen”.
Nietwaar? We hebben Goede Vrijdag gevierd. We waren op Golgotha.

Frisse morgen. “Een tuin bloeit rond het open graf”. De tuin van de Opstanding. De Goede Herder gaat weer voor ons uit.
Hij roept zijn schapen. Jezus komt in ons midden staan. “Ik wens jullie vrede!”.
Hij kent ze weer bij name.
De verwarde, verdrietige Maria Magdalena hoort zijn stem: “Maria”.
Het is niet de tuinman! Alleen Jezus zegt zo liefdevol haar naam. Zo kent niemand haar! “Voor wie Hij liefheeft wil Hij heten!”
Zoals de lammetjes hun eigen moeder herkennen aan de klank van haar stem – het stemgeluid van geen twee moederschapen is gelijk, heb ik me laten vertellen.
Aan de stem kent zij haar eigen lammetjes en zij gaan nooit mee met een vreemde moeder.

Zo willen wij van God als van onze herder spreken.
Immers die Goede Herder heeft nog andere schapen die niet uit de stal van Israël komen. Zij horen tot de volken wereldwijd.
“Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder”.
Dat wordt de Gemeente van Christus: Israël en de volken. Zonder Israël gaat het niet.
Zonder ons wil God ook niet!

De Herder gaat voor ons uit.
Toen al: in de nacht waarin Hij gevangen genomen werd.
“Ik zei al: “Ik ben het! Als u Mij zoekt laat deze – mijn vrienden, mijn schapen – laat hen dan vrij heengaan”.
Toen ook: op die donkere middag op Golgotha.
“Anderen heeft Hij verlost, zichzelf kan Hij niet redden!”.
“Hoe vreemd, dat voor de schapen van zijn weide, de Herder zelf ter slachtbank zich liet leiden”.
Toen opnieuw:  in de vroege morgen van Pasen.
“Zoek elkaar weer op. Laat elkaar niet los. Ik ga al voor jullie uit.” Toen èn nu!
Wij in de soms zo verwarde dagen en vragen. Hoe betrouwbaar zijn onze herders? Zijn wij trouw aan elkaar?
Soms zo verloren in de wildernis van elke dag: steden en stenen; rumoer en lawaai, laaiende stilte, ziekte en sterven;
stikkende eenzaamheid; verlammende onverschilligheid; hard werken en toch soms zo saai.

Hoor: jouw naam!
“Voor wie ik lief heb wil ik heten!” Gekend, bemind, geroepen, gevonden.
Wij zullen van God als onze herder spreken. “Ik wens jullie vrede!” zegt de Heer in ons midden.
“Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zend ik nu jullie”.
Zelf gevonden zullen we op zoek gaan naar de ander.
Zelf gekend zullen we ons jouw naam herinneren.
Zelf bemind zullen we de ander liefhebben als ons zelf.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”.

AMEN!                                                                                             

 

 

18 april 2021

Lezing: Johannes 21, 15-24
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Bij het meer van Tiberias hebben zich zeven van Jezus leerlingen verzameld. Één van hen is Simon Petrus. Hij zegt tegen de anderen: “Ik ga vissen.“ en de andere leerlingen antwoorden hem: “Wij gaan met je mee.“  Nu zou je bij oppervlakkige lezing van het verhaal kunnen denken: “ De leerlingen gaan vissen. Logisch ze zijn visser van beroep. Een aantal jaren hebben ze met Jezus rondgereisd. Nu is Jezus weg dus pakken ze hun oude beroep weer op.Wat moeten ze anders? “ Deze lezing is echter te oppervlakkig. Waarschijnlijk moeten we het ons zo voorstellen dat het verhaal van vanmorgen een zéndingsverhaal is. Het is een verhaal over de zendingsarbeid van de kerk. Wanneer Petrus zegt: “ Ik ga vissen. “ dan bedoelt hij: “ Ik wordt visser van ménsen. “ En  zes leerlingen van Jezus zeggen tegen Petrus: “ Wij gaan met je mee” Deze zes plus Petrus zijn waarschijnlijk een verwijzing naar de zeven gemeenten in Klein Azie die genoemd worden in Openbaringen twee en drie: de gemeente in Efeze, de gemeente in Smyrna, de gemeente in Laodicea en noem maar op.  Het verhaal van vanmorgen gaat over het  zendingswerk van de kerk.  Bij zending  hoeven  we niet alleen te denken aan evangelieverkondiging maar we kunnen  ook  denken  aan  het verlenen van hulp aan mensen in nood . Water is het symbool van menselijke nood. Vissers van mensen redden mensen in nood.

Zeven gemeenten in Klein Azië  verkondigen het evangelie en proberen mensen  te redden uit hun geestelijke en materiële nood. De leden van de zeven gemeenten in Azië werken en werken maar al hun zwoegen lijkt tevergeefs. Hun inspanning lijkt niets op te leveren. Hetzelfde overkomt de leerlingen van Jezus. Zij  vissen de hele nacht. Ze zwoegen en zwoegen maar hun inspanning lijkt niets op te leveren. Ze vangen helemaal niets. De zeven vergeefs zwoegende leerlingen zijn de zeven vergeefs zwoegende  gemeenten van Klein Azië.

Dan, wanneer het al licht begint te worden, gebeurt er iets. Die momenten vlak voor het licht wordt , die verwachtingsvolle momenten, spelen steeds opnieuw een rol in de opstandingsverhalen. Zo ging ook Maria van Magdala  vlak voor het echt licht begon te worden naar het graf van Jezus. Diezelfde verwachting wordt in het verhaal van vanmorgen gewekt. We lezen eerst dat de leerlingen de hele nacht visten  maar niets gevangen hebben. En dan staat er: En het begon al licht te worden…..Er wordt een grote verwachting gewekt. En dan lezen we: “ Toen stond Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat Hij het was. “  “ Hebben jullie misschien wat vis voor me? “ vroeg Jezus hun. “ Nee” antwoordden ze. “Gooi het net dan aan stuurboord uit “ zei Hij “ dan zul je iets vangen .”

Wat Jezus aan de leerlingen vraagt is zeer opmerkelijk. Hij vraagt ze om hun visnet aan stuurboord uit te werpen. Dat is iets wat de vissers nooit deden. Want aan stuurboord zat het roer. Wanneer ze de netten aan die kant uitgooiden zouden de net gemakkelijk in het roer verstrikt kunnen raken. Hoewel het dus zeer vreemd was wat Jezus hun vroeg volgden ze zijn aanwijzing toch op. Ze wierpen het net uit aan stuurboord en zie: het net zat zo vol met vissen dat ze niet meer in staat waren om het binnen boord te hijsen.

Het verhaal is een zendingsverhaal. De zeven leerlingen zijn de zeven gemeenten van Klein Azië. Ze hadden geen succes bij hun zendingswerk. Ze zwoegden zonder resultaat. Ze hadden de hoop bijna opgegeven. Maar dan op een moment dat ze het helemaal niet meer verwachtten komt de Opgestane Heer. Hij steunt hen in hun werk. Hij geeft ze een zeer ongewone opdracht. Hij daagt ze uit om risico te nemen. Hij daagt ze uit om iets te doen wat helemaal niet in hun hoofd opkwam. En zie: een groot resultaat. Het net is overvol.

In het verhaal wordt het aantal vissen in het net heel precies genoemd. Het zijn er 153. Dat is geen interessant wetenswaardigheidje. Dat is een symbolisch getal. Want 153 dat is het getal van de volkeren van de aarde. In Jezus tijd geloofden de joden dat er 153 volkeren op de aarde waren. Het net met 153 vissen is dus het symbool voor succesvolle zendingsarbeid. Het is het symbool van de voltooide redding van de aarde. Alle volken van de wereld die  in nood verkeerden of het evangelie nog niet gehoord hadden zijn gered uit hun nood en hebben  de vreugdevolle boodschap van het evangelie gehoord.

Wat heeft het verhaal ons te zeggen?  De leerlingen van Jezus visten de hele nacht maar ze vingen niets. Ze zwoegden hard maar hun werk had geen resultaat. Het is wellicht een beeld van de ervaring die mensen hebben die werken in de kerk. Velen van u zetten zich altijd weer opnieuw  in voor de kerk. En velen van u zullen zich  ook wel eens vermoeid afvragen of al dat gezwoeg wel zin heeft. Is het geen aflopende zaak die kerk? Dat kunnen en willen we niet geloven en daarom zetten we ons weer opnieuw in …maar toch, de vermoeidheid overvalt ons wel eens. En dan is het heel bevrijdend om te lezen dat deze  ervaring ook haar plaats heeft in het evangelie. Zwoegen zonder resultaat dat is een ervaring die de kerk vanaf het allereerste begin heeft gekend.

Heeft het verhaal ook een antwoord op deze ervaring? Dat antwoord zit wellicht hierin verscholen dat  Jezus wanneer het licht wordt opeens, onverwacht bij hen komt en hen aanspreekt. “ Hebben jullie wat vis voor me ?” vraagt Hij. Maar de leerlingen herkennen Hem niet. Dat is vreemd want hij is na zijn opstanding al eens eerder aan hen verschenen. Ze zouden Hem kunnen herkennen maar ze herkennen hem niet omdat ze hem niet verwachten. Ze zijn aan het zwoegen maar ze verwachten geen steun van Hem. Als hij dan opeens bij hen is om hen steun te geven herkennen ze Hem niet. Het is mogelijk dat in dit gegeven  voor ons een vraag verscholen ligt.  Wij zijn ook aan het zwoegen voor de kerk en voor de medemens in nood. Maar verwachten wij eigenlijk hulp van de opgestane Heer? Verwachten wij dat Hij ons kan steunen? Vertaald naar vandaag zou je kunnen vragen: verwachten wij  kracht van het gebed?

In de tweede plaats daagt het verhaal ons uit. Jezus daagt zijn leerlingen uit om iets heel ongebruikelijks te doen. Hij daagt ze uit om het net aan de andere kant van de boot uit te gooien. De leerlingen zouden er uit zichzelf nooit op gekomen zijn om dat te doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om  ons werk een heel anders te gaan doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om risico’s te nemen. Wellicht moeten ook wij het net aan de andere kant van het schip der kerk uitgooien.  Laten we bij ons werk kracht zoeken in het gebed en creatief zoeken naar nieuwe wegen die we als kerk in kunnen slaan. Amen.

 

 

 

 

Ga naar de bovenkant