Over Willem Feitsma

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Willem Feitsma has created 47 blog entries.

Actueel nieuws verbouwplan Oosterkerk 2021

Wij houden u op de hoogte van de verbouwing van de Oosterkerk op de website.

Zie daarvoor onder het kopje: VERBOUW OOSTERKERK 2021

Wij horen dat er ook gemeenteleden zijn die graag wat extra’s willen overmaken t.b.v. de verbouw Oosterkerk. Daarvoor is inmiddels een speciale bankrekening geopend. Elke gift of schenking is welkom en zal goed worden besteed. Dank alvast.

Bankrekeningnummer:
NL21 RABO 0399041672 Protestantse Gemeente Hoogeveen o.v.v. Verbouw Oosterkerk

Fotoverslag Emmaüswandeling, eerste Pinksterdag 2021

(foto credits: Jeanette Volkerts) Klik voor fotoverslag op onderstaande link:

Fotoverslag Emmaüswandeling

EMMAÜSWANDELING
Een activiteit voor Geestdriftige mensen op de eerste Pinksterdag.

In Lucas 24:13-16 wordt beschreven hoe twee volgelingen van Jezus onderweg naar Emmaüs met elkaar in gesprek zijn over gebeurtenissen die ze niet goed begrijpen. Na enige tijd lijkt het of zich een onzichtbare derde bij hen gevoegd heeft.

Na een periode van stilte organiseert Leeftocht Oost weer voorzichtig een activiteit met de mogelijkheden die er nu zijn. Op de eerste Pinksterdag is dat een Emmaüswandeling, elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek.

Bij deze Emmaüswandeling wandelt u twee aan twee, waarbij u eerst ieder voor zich in stilte een meegekregen tekst en een gespreksvraag overdenkt. Na enige tijd wisselt u met elkaar uit wat de tekst u op dit moment zegt of misschien juist niets te zeggen heeft. Dit gaat in de vorm van elkaar vertellen, vragen stellen en antwoorden geven zonder discussie of elkaar proberen te overtuigen en stiltes zijn niet erg. En heel misschien ervaart u dat er even een onbekende, onzichtbare derde meeloopt.

 

 

 

Pinksteren 2021

Kindernevendienst: Ik zie het aan je!

Bijbel: Handelingen 2:1-24
Nadat Jezus naar de hemel is gegaan, wachten de leerlingen in huis. En op het joodse Pinksterfeest raken zij in vuur en vlam door de Heilige Geest. In alle talen spreken zij over Jezus, zijn leven en werk, zijn Opstanding. Het feest is begonnen.

Twee mooie werkbladen: Pinksteren 1 en Pinksteren

Beluister hieronder het verhaal van deze zondag: ‘Pinksteren’.

 

Presentatie van de Pinksterdienst:
Presentatie dienst van Pinksteren 2021

Symbolischeschikking Pinksteren 2021

 

 

 

 

 

Pinksteren:  Feest van Hoop.

De groene boog staat symbool voor de hoop., vol verwachting voor de toekomst.
In de regenboogkleuren wordt Gods belofte zichtbaar, waarbij de rode  Gloriosa de boog in vuur en vlam lijkt te zetten. In lied 686 zingen we vandaag:

Wij zijn in Hem gedoopt

Hij zalft ons met zijn vuur.

Hij is een bron van hoop

In alle dorst en duur.

 

Fotoverslag Emmaüswandeling, eerste Pinksterdag 2021

(foto credits: Jeanette Volkerts) Klik voor fotoverslag op onderstaande link:

Fotoverslag Emmaüswandeling

EMMAÜSWANDELING


Een activiteit voor Geestdriftige mensen op de eerste Pinksterdag.

In Lucas 24:13-16 wordt beschreven hoe twee volgelingen van Jezus onderweg naar Emmaüs met elkaar in gesprek zijn over gebeurtenissen die ze niet goed begrijpen. Na enige tijd lijkt het of zich een onzichtbare derde bij hen gevoegd heeft.

Na een periode van stilte organiseert Leeftocht Oost weer voorzichtig een activiteit met de mogelijkheden die er nu zijn. Op de eerste Pinksterdag is dat een Emmaüswandeling, elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek.

Bij deze Emmaüswandeling wandelt u twee aan twee, waarbij u eerst ieder voor zich in stilte een meegekregen tekst en een gespreksvraag overdenkt. Na enige tijd wisselt u met elkaar uit wat de tekst u op dit moment zegt of misschien juist niets te zeggen heeft. Dit gaat in de vorm van elkaar vertellen, vragen stellen en antwoorden geven zonder discussie of elkaar proberen te overtuigen en stiltes zijn niet erg. En heel misschien ervaart u dat er even een onbekende, onzichtbare derde meeloopt.

 

 

25 april 2021

Lezingen: Ezechiël 34, 1-10       Johannes 10, 1-16
Voorganger: ds. B. Metselaar, Beilen

Gemeente van Jezus Christus.
 “Mijn God, mijn herder zorgt voor mij”.
De Goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”. Tussen Pasen en Pinksteren spreken wij over Jezus als de Goede Herder.
Als Hij de herder is dan — Ja toch? – dan zijn wij de schapen.
Een dichter zegt: “Misschien kan je wel over de schapen spreken en de herder vergeten!”
Zeker in ons land zien we weilanden vol schapen zonder dat iemand ze hoedt.
Zelfs in het Dwingelderveld lopen schapen zonder dat er een herder is. Misschien mag je dus de herder soms wel vergeten.
Zoals we in onze tijd heel veel over mensen, over onszelf, te zeggen weten
en — naar het lijkt, God steeds meer vergeten.
“Maar”, zo gaat de dichter verder: “Je kan niet over de herder spreken en zijn schapen vergeten”.
Over God kan je niet zinvol spreken als je Zijn mensen vergeet.

In de nacht waarin Jezus gevangen werd – de nacht van Witte Donderdag – In die nacht werd werkelijkheid wat een Profeet tot Israël had gezegd:
“Ik zal de herder doden en de schapen zullen uiteengeslagen worden”.
De jonge Jezusbeweging is in die nacht uit elkaar gevallen. Johannes, Petrus,ze zijn niet verder gekomen dan het paleis van de Hogepriester.
De Vrouwen rondom Jezus hadden nog moed om te volgen tot op Golgotha. Zij hebben Hem in het graf gelegd.
Ook zij zijn verloren heengegaan in de stilte en de eenzaamheid.

Toen kwam de Paasmorgen. Ze vinden elkaar terug. Als een wervelwind doorwaait de Geest van God Jeruzalem.
Vrouwen en vissers grijpen elkaar bij de hand, met de belofte elkaar niet weer los te laten. De Gemeente van Christus krijgt haar vaste vorm.
Zij gaat van land tot land door de wereld en door de tijd. Zelfs een hardnekkig virus kan niet verhinderen dat we naar elkaar omkijken.
Mensen worden betrouwbare herders voor elkaar.

“Ik wil van God als van mijn herder spreken”.
Heel nadrukkelijk op de tweede, ook wel op de derde zondag na Pasen. “Zondag van de Goede Herder”.
Nee, we vergeten de gemeente niet als het nu toch weer over Jezus moet gaan.
Het gaat immers om de Gemeente. Om ons is de Herder gekomen.
Waarop worden de koningen, de leiders van Israël afgerekend?
Ezechiël de Profeet kent felle woorden. Zij zijn geen goede herders. Zij eten de kudde op, buiten het volk uit.
Leiden het op verkeerde wegen zodat het andere goden zoekt. Zwakke en zieke dieren verzorgen ze niet.
Ze dwalen rond op de heuvels en in de wildernis zoals een mens verloren kan lopen, en niemand gaat naar ze op zoek.

Wie denkt bij die woorden van Ezechiël niet aan de vele corrupte leiders van onze tijd?
Valt b.v. de toeslagenaffaire niet ook onder deze kritiek van de Profeet?
Is daar niemand verantwoordelijk voor? Lijken veel mensen die met het UWV te maken krijgen ook niet op zulke uitgebuite en vernederde schapen?

Dat vergeten we niet als we ons nu toch weer helemaal richten op de Herder.
Hem willen wij volgen.

Direct valt ons een typisch kenmerk op van de herder in Israël. Hier en daar op de Drentse hei zie je nog wel zijn vakbroeder.
Zijn schapen dwalen rustig rond. Ze vinden hun weg wel. Schapen zijn veel minder dom dan mensen denken.
Natuurlijk houdt de herder ze wel in de gaten. Als er eens eentje wat verder weg dwaalt komt de hond haar wel terughalen.
Echt verdwalen kunnen de schapen niet. Bij de kooi staat ’s morgens al aangegeven hoe laat ze ’s avonds terug zijn.

Het werk van de Drentse herder is niet minder serieus en zwaar.
Het is wel anders.

De herder in Israël – en misschien moeten we maar direct ook aan Jezus denken. De herder in Israël – Jezus –  loopt niet achter de kudde. Hij gaat voorop.
Hij moet de wegen vinden waarlangs de voeten van de schapen kunnen gaan.
Het pad gaat door de wildernis. Een steppe vol doornige struiken.
Hij buigt ze op zij zodat de vachten van de schapen er niet in verward raken.
Kijk maar! Zijn handen zijn vol striemen en schrammen van scherpe stekels.
Hij maakt het pad vrij van dikke, puntige stenen – en morgen zijn er al weer nieuwe rotsblokken naar beneden gerold.
Zijn rug kromt zich. Ze zijn bijna te zwaar om te tillen.
Een stroom komt van de heuvels. Bruisend water verspert de weg.
Natuurlijk is er geen brug.  Hij gaat er midden in staan.
Zo breekt de kracht van het water stuk op zijn lichaam.
Pas op! De wol van de schapen zuigt zich vol met water. Ze zouden gemakkelijk meegesleurd worden.
De herder grijpt ze vast. Hij draagt ze naar de overkant.

Een leeuw. Een beer. Heel gewoon in de buurt van de kudde.
De herder gaat niet opzij. Hij laat geen schaap prooi worden van deze dieren.
Koning Saul twijfelt of die  knappe, dappere David, niet veel te jong, te klein is, om de reus Goliath aan te kunnen.
Maar David was een herder. Hoor hoe hij de koning overtuigt.
“Wanneer er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een geit van de kudde te stelen, ging ik erachteraan, overmeesterde hem
en redde het dier uit zijn muil”.

Maar dan is er toch één verloren geraakt.
’s Avonds. Doodmoe. Werkelijk doodmoe heeft de herder de stal weer bereikt.
Onder zijn staf laat hij de schapen doorgaan. “Jij, en jij en jij!” Alle honderd kent hij bij name:
“Zwartje. Witje, Spikkeltje, Krompootje”. Namen die iets zeggen over wie ze zijn.
Eén ontbreekt er! Kan gebeuren! Toch? Bedrijfsrisico! Verzekering dekt de schade?
Economische opmerking uit een andere tijd, een ongekende mentaliteit.
Doodmoe gaat de Goede Herder door de donkere gevaarlijke woestijn op zoek.
Struikelend, vallend, bloedend – tot Hij jou vindt. “Hij brengt ze weer te kooi”.

De andere morgen: geen klacht. Een nieuwe dag is aangebroken. De herder heeft geslapen in de opening van de kooi.
“Ik ben de deur van de schapen”, horen we Jezus zeggen.
Als iemand een schaap uit de stal wil roven – alleen over zijn lijk!
“Een Goede Herder geeft zijn leven voor zijn schapen”.
Nietwaar? We hebben Goede Vrijdag gevierd. We waren op Golgotha.

Frisse morgen. “Een tuin bloeit rond het open graf”. De tuin van de Opstanding. De Goede Herder gaat weer voor ons uit.
Hij roept zijn schapen. Jezus komt in ons midden staan. “Ik wens jullie vrede!”.
Hij kent ze weer bij name.
De verwarde, verdrietige Maria Magdalena hoort zijn stem: “Maria”.
Het is niet de tuinman! Alleen Jezus zegt zo liefdevol haar naam. Zo kent niemand haar! “Voor wie Hij liefheeft wil Hij heten!”
Zoals de lammetjes hun eigen moeder herkennen aan de klank van haar stem – het stemgeluid van geen twee moederschapen is gelijk, heb ik me laten vertellen.
Aan de stem kent zij haar eigen lammetjes en zij gaan nooit mee met een vreemde moeder.

Zo willen wij van God als van onze herder spreken.
Immers die Goede Herder heeft nog andere schapen die niet uit de stal van Israël komen. Zij horen tot de volken wereldwijd.
“Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder”.
Dat wordt de Gemeente van Christus: Israël en de volken. Zonder Israël gaat het niet.
Zonder ons wil God ook niet!

De Herder gaat voor ons uit.
Toen al: in de nacht waarin Hij gevangen genomen werd.
“Ik zei al: “Ik ben het! Als u Mij zoekt laat deze – mijn vrienden, mijn schapen – laat hen dan vrij heengaan”.
Toen ook: op die donkere middag op Golgotha.
“Anderen heeft Hij verlost, zichzelf kan Hij niet redden!”.
“Hoe vreemd, dat voor de schapen van zijn weide, de Herder zelf ter slachtbank zich liet leiden”.
Toen opnieuw:  in de vroege morgen van Pasen.
“Zoek elkaar weer op. Laat elkaar niet los. Ik ga al voor jullie uit.” Toen èn nu!
Wij in de soms zo verwarde dagen en vragen. Hoe betrouwbaar zijn onze herders? Zijn wij trouw aan elkaar?
Soms zo verloren in de wildernis van elke dag: steden en stenen; rumoer en lawaai, laaiende stilte, ziekte en sterven;
stikkende eenzaamheid; verlammende onverschilligheid; hard werken en toch soms zo saai.

Hoor: jouw naam!
“Voor wie ik lief heb wil ik heten!” Gekend, bemind, geroepen, gevonden.
Wij zullen van God als onze herder spreken. “Ik wens jullie vrede!” zegt de Heer in ons midden.
“Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zend ik nu jullie”.
Zelf gevonden zullen we op zoek gaan naar de ander.
Zelf gekend zullen we ons jouw naam herinneren.
Zelf bemind zullen we de ander liefhebben als ons zelf.
“En wonen zal ik in Gods huis zolang ik leven mag”.

AMEN!                                                                                             

 

 

18 april 2021

Lezing: Johannes 21, 15-24
Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Bij het meer van Tiberias hebben zich zeven van Jezus leerlingen verzameld. Één van hen is Simon Petrus. Hij zegt tegen de anderen: “Ik ga vissen.“ en de andere leerlingen antwoorden hem: “Wij gaan met je mee.“  Nu zou je bij oppervlakkige lezing van het verhaal kunnen denken: “ De leerlingen gaan vissen. Logisch ze zijn visser van beroep. Een aantal jaren hebben ze met Jezus rondgereisd. Nu is Jezus weg dus pakken ze hun oude beroep weer op.Wat moeten ze anders? “ Deze lezing is echter te oppervlakkig. Waarschijnlijk moeten we het ons zo voorstellen dat het verhaal van vanmorgen een zéndingsverhaal is. Het is een verhaal over de zendingsarbeid van de kerk. Wanneer Petrus zegt: “ Ik ga vissen. “ dan bedoelt hij: “ Ik wordt visser van ménsen. “ En  zes leerlingen van Jezus zeggen tegen Petrus: “ Wij gaan met je mee” Deze zes plus Petrus zijn waarschijnlijk een verwijzing naar de zeven gemeenten in Klein Azie die genoemd worden in Openbaringen twee en drie: de gemeente in Efeze, de gemeente in Smyrna, de gemeente in Laodicea en noem maar op.  Het verhaal van vanmorgen gaat over het  zendingswerk van de kerk.  Bij zending  hoeven  we niet alleen te denken aan evangelieverkondiging maar we kunnen  ook  denken  aan  het verlenen van hulp aan mensen in nood . Water is het symbool van menselijke nood. Vissers van mensen redden mensen in nood.

Zeven gemeenten in Klein Azië  verkondigen het evangelie en proberen mensen  te redden uit hun geestelijke en materiële nood. De leden van de zeven gemeenten in Azië werken en werken maar al hun zwoegen lijkt tevergeefs. Hun inspanning lijkt niets op te leveren. Hetzelfde overkomt de leerlingen van Jezus. Zij  vissen de hele nacht. Ze zwoegen en zwoegen maar hun inspanning lijkt niets op te leveren. Ze vangen helemaal niets. De zeven vergeefs zwoegende leerlingen zijn de zeven vergeefs zwoegende  gemeenten van Klein Azië.

Dan, wanneer het al licht begint te worden, gebeurt er iets. Die momenten vlak voor het licht wordt , die verwachtingsvolle momenten, spelen steeds opnieuw een rol in de opstandingsverhalen. Zo ging ook Maria van Magdala  vlak voor het echt licht begon te worden naar het graf van Jezus. Diezelfde verwachting wordt in het verhaal van vanmorgen gewekt. We lezen eerst dat de leerlingen de hele nacht visten  maar niets gevangen hebben. En dan staat er: En het begon al licht te worden…..Er wordt een grote verwachting gewekt. En dan lezen we: “ Toen stond Jezus aan de oever, maar de leerlingen wisten niet dat Hij het was. “  “ Hebben jullie misschien wat vis voor me? “ vroeg Jezus hun. “ Nee” antwoordden ze. “Gooi het net dan aan stuurboord uit “ zei Hij “ dan zul je iets vangen .”

Wat Jezus aan de leerlingen vraagt is zeer opmerkelijk. Hij vraagt ze om hun visnet aan stuurboord uit te werpen. Dat is iets wat de vissers nooit deden. Want aan stuurboord zat het roer. Wanneer ze de netten aan die kant uitgooiden zouden de net gemakkelijk in het roer verstrikt kunnen raken. Hoewel het dus zeer vreemd was wat Jezus hun vroeg volgden ze zijn aanwijzing toch op. Ze wierpen het net uit aan stuurboord en zie: het net zat zo vol met vissen dat ze niet meer in staat waren om het binnen boord te hijsen.

Het verhaal is een zendingsverhaal. De zeven leerlingen zijn de zeven gemeenten van Klein Azië. Ze hadden geen succes bij hun zendingswerk. Ze zwoegden zonder resultaat. Ze hadden de hoop bijna opgegeven. Maar dan op een moment dat ze het helemaal niet meer verwachtten komt de Opgestane Heer. Hij steunt hen in hun werk. Hij geeft ze een zeer ongewone opdracht. Hij daagt ze uit om risico te nemen. Hij daagt ze uit om iets te doen wat helemaal niet in hun hoofd opkwam. En zie: een groot resultaat. Het net is overvol.

In het verhaal wordt het aantal vissen in het net heel precies genoemd. Het zijn er 153. Dat is geen interessant wetenswaardigheidje. Dat is een symbolisch getal. Want 153 dat is het getal van de volkeren van de aarde. In Jezus tijd geloofden de joden dat er 153 volkeren op de aarde waren. Het net met 153 vissen is dus het symbool voor succesvolle zendingsarbeid. Het is het symbool van de voltooide redding van de aarde. Alle volken van de wereld die  in nood verkeerden of het evangelie nog niet gehoord hadden zijn gered uit hun nood en hebben  de vreugdevolle boodschap van het evangelie gehoord.

Wat heeft het verhaal ons te zeggen?  De leerlingen van Jezus visten de hele nacht maar ze vingen niets. Ze zwoegden hard maar hun werk had geen resultaat. Het is wellicht een beeld van de ervaring die mensen hebben die werken in de kerk. Velen van u zetten zich altijd weer opnieuw  in voor de kerk. En velen van u zullen zich  ook wel eens vermoeid afvragen of al dat gezwoeg wel zin heeft. Is het geen aflopende zaak die kerk? Dat kunnen en willen we niet geloven en daarom zetten we ons weer opnieuw in …maar toch, de vermoeidheid overvalt ons wel eens. En dan is het heel bevrijdend om te lezen dat deze  ervaring ook haar plaats heeft in het evangelie. Zwoegen zonder resultaat dat is een ervaring die de kerk vanaf het allereerste begin heeft gekend.

Heeft het verhaal ook een antwoord op deze ervaring? Dat antwoord zit wellicht hierin verscholen dat  Jezus wanneer het licht wordt opeens, onverwacht bij hen komt en hen aanspreekt. “ Hebben jullie wat vis voor me ?” vraagt Hij. Maar de leerlingen herkennen Hem niet. Dat is vreemd want hij is na zijn opstanding al eens eerder aan hen verschenen. Ze zouden Hem kunnen herkennen maar ze herkennen hem niet omdat ze hem niet verwachten. Ze zijn aan het zwoegen maar ze verwachten geen steun van Hem. Als hij dan opeens bij hen is om hen steun te geven herkennen ze Hem niet. Het is mogelijk dat in dit gegeven  voor ons een vraag verscholen ligt.  Wij zijn ook aan het zwoegen voor de kerk en voor de medemens in nood. Maar verwachten wij eigenlijk hulp van de opgestane Heer? Verwachten wij dat Hij ons kan steunen? Vertaald naar vandaag zou je kunnen vragen: verwachten wij  kracht van het gebed?

In de tweede plaats daagt het verhaal ons uit. Jezus daagt zijn leerlingen uit om iets heel ongebruikelijks te doen. Hij daagt ze uit om het net aan de andere kant van de boot uit te gooien. De leerlingen zouden er uit zichzelf nooit op gekomen zijn om dat te doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om  ons werk een heel anders te gaan doen. Wellicht daagt het verhaal ook ons uit om risico’s te nemen. Wellicht moeten ook wij het net aan de andere kant van het schip der kerk uitgooien.  Laten we bij ons werk kracht zoeken in het gebed en creatief zoeken naar nieuwe wegen die we als kerk in kunnen slaan. Amen.

 

 

 

 

4 april 2021 Pasen

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Opstanding

’s Morgensvroeg op de eerste dag van de week, terwijl het nog donker is,  is  Maria van Magdala op weg naar het graf van Jezus. In het halfduister zoekt ze haar weg. Ze verwacht ieder moment het graf van Jezus met de grote steen voor de ingang, voor zich te zien opdoemen.

Dan duikt het graf opens voor haar op maar tot haar schrik ziet Maria dat de grote steen die de ingang afsloot weggerold is. Haastig loopt ze naar het huis waar Petrus en andere discipel waarvan wordt  gezegd dat Jezus hem liefhad. Ze stormt het huis binnen en roept ontzet: “Ze hebben de Heer weggenomen en we weten niet waar ze  Hem hebben neergelegd!“ ( Geen ogenblik komt Maria op de gedachte dat Hij uit de dood zou kunnen zijn opgestaan. Ze weet heel goed dat niemand nog ooit teruggekeerd is uit de dood om ons te groeten).
Petrus en de leerling waarvan Jezus hield springen op en rennen naar het graf. Het lijkt wel een wedstrijd wie er het eerste zal zijn. De discipel die Jezus liefhad arriveert het eerst. Hij kijkt naar binnen, ziet de linnen grafdoeken liggen waarin Jezus gewikkeld was maar hij gaat niet naar binnen. Hij blijft peinzend buiten staan.
Dan komt Petrus aangerend. Meteen gaat hij het graf binnen en ziet de doek die Jezus’ gelaat bedekte netjes opgerold terzijde liggen. Hij verbaast zich maar kom evenmin als Maria op de gedachte dat Jezus opgestaan zou kunnen zijn.
Dan gaat ook de discipel die Jezus liefhad het graf binnen. Hij ziet de lege plek waar Jezus lichaam gelegen had. En dan breekt er plotseling vreugde door op  zijn gezicht. Het besef dringt tot hem door dat Jezus is opgestaan uit de dood.

Maria staat huilend buiten het graf. Ze buigt zich voorover. Ze ziet de linnen doeken waarin het lichaam van Jezus gewikkeld was en de lege plek waar Zijn lichaam gelegen heeft.
Dan ziet ze plotseling twee engelen in stralend witte klederen. De één aan het hoofdeinde, de ander aan het voeteneinde van de plek waar Jezus gelegen heeft.
(Het  lijkt een beeld van het heilige der heiligen in de tempel waar de ark van het verbond staat met twee engelen op het deksel. Engelen die hun vleugelen zo gevouwen hebben dat ze samen de troon van God vormen)

“Waarom huil je “ vragen de engelen. “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem naartoe gebracht hebben.” antwoord Maria. Dan hoort een geluid achter zich.
Ze draait zich om en een onbekend stelt haar dezelfde vraag: “Waarom huil je?  Wie zoek je? “
Maria herkent de man niet. Ze denkt dat Hij de tuinman is en zegt: “Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd.”

Dan roept de man zacht maar indringend haar naam: “ Maria”.
En dan pas herkent Maria Hem want niemand kan haar naam zo noemen dat ze zich volledig gekend en bemind weet, niemand dan Jezus. “Rabboeni!“ roept ze . “Meester, mijn Meester!“ Toen Jezus stierf was ook Maria gestorven. Nu roept Hij haar weer tot leven.

Een prachtig verhaal! Het mooiste verhaal uit de wereldgeschiedenis!
Hoopvol, troostrijk, liefdevol. Het is een verhaal dat ons de ogen wil openen voor de werkelijkheid van God.

We kunnen op twee manieren kijken naar de werkelijkheid om ons heen. We kunnen die werkelijkheid zien als een gesloten geheel van wetmatigheden of we kunnen die werkelijkheid zien als de werkelijkheid waarin God werkt: Gods werke-lijkheid (streepje). Als de ruimte waarin God werkt. Als een ruimte met oneindige mogelijkheden.

De steen die voor het graf van Jezus gerold is en dit graf voor eeuwig af moest sluiten is het symbool van een gesloten werkelijkheid, een gesloten wereldbeeld. Dat gesloten wereldbeeld houdt in dat wat wij aanzien voor werkelijkheid een samenspel is van een groot aantal wetmatigheden. Wetmatigheden die in kaart worden gebracht door de wetenschappen.Zo beschrijft de natuurkunde b.v. de wet van de zwaartekracht en de wet van oorzaak en gevolg.  De biologie beschrijft de wet dat levende organismen na verloop van tijd uit elkaar vallen.. De economie beschrijft dat de prijs van een product stijgt wanneer het product schaars wordt. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar dat  heeft geen zin. Waar het om gaat is dat we zien dat binnen het gesloten wereldbeeld de werkelijkheid gezien wordt als een samenspel van wetmatigheden die bepalen wat wel of niet mogelijk is.

We worden ons bewustvan de geslotenheid van ons wereldbeeld wanneer we ons de vraag stellen: “ Geloven we dat het mogelijk is dat de wereld binnen 50 jaar erin slaagt om te voorzien in zijn energiebehoefte door schone energie uit zon, water en wind? “
of
“Geloven we dat het mogelijk is om de grootste armoede binnen 25 jaar uit de wereld te bannen?“
of
“Geloven we dat  het mogelijk is om het conflict tussen Israël en Palestina vreedzaam op te lossen “

Binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld moeten we deze vragen negatief beantwoorden.
Wanneer we naar  het opstandingsverhaal kijken dan zien we dat Maria  voortdurend blijft denken binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld.. Wanneer ze ziet dat de steen voor de ingang van het graf is weggerold kan ze geen andere verklaring bedenken dan dat het lichaam van Jezus geroofd moet zijn.

Wanneer de engelen haar vragen waarom ze huilt, blijft ze binnen haar oude denkkaders en snikt ze: “Ze hebben de Heer weggehaald en ik weet  niet waar ze Hem hebben neergelegd.“
En zelfs wanneer Jezus haar zelf aanspreekt : “Waarom huil je . Wie zoek je?“ blijft ze nog de gevangene van het gesloten wereldbeeld van wetmatigheden. Ze herkent Hem niet en denkt dat Hij de tuinman is.

Pas wanneer Jezus haar indringend bij haar  noemt vallen haar de schellen van de ogen en herkent ze Hem. Pas dan opent zich voor haar de deur van de gesloten werkelijheid en stapt ze de werkelijkheid van Gods oneindige  mogelijkheden binnen.
Vandaag roept God ook u en mij bij name. Hij roept op zo’n wijze dat ook wij ons ten diepste gekenden bemind weten. Het  horen van onze naam is de klik waardoor de gevangenisdeur van de gesloten werkelijkheid van onveranderlijke wetmatigheden openspringt en wij  Gods werkelijkheid van oneindige  mogelijkheden binnen kunnen stappen.
Het opstandingsverhaal leert ons dat het beeld dat wij van de werkelijkheid hebben als een  gesloten werkelijkheid die bepaald wordt door wetmatigheden, wellicht een veel te beperkt zicht op de werkelijkheid is.  De werkelijkheid is ruimte van Gods handelen “Gods werkelijkheid “.  In Gods werkelijkheid is veel meer mogelijk dan wij denken.

Het is mogelijk om de milieuproblematiek op te lossen !
Het  is mogelijk om het armoedevraagstuk op te lossen.
Het is mogelijk om wereldwijd de volkeren in vrede met elkaar te laten leven.

En Gods werkelijkheid omspant niet alleen dit leven maar ook het leven na dit leven. Binnen het  gesloten wereldbeeld zegt men: dood is dood, over en uit. Het is niet mogelijk dat we onze overleden dierbaren na de dood weer zullen ontmoeten. Het is niet mogelijk dat we kunnen opstaan uit de dood. Maar binnen de werkelijkheid van God zingen we:

De dode zal leven.

De dode zal horen: nu leven.

……………

Dode, dode, sta op,

Het licht van de morgen.

Een hand zal ons wenken,

Een stem zal ons roepen:

Ik open hemel en aarde en afgrond

En wij zullen horen

En wij zullen opstaan

En lachen en juichen en leven.

We gaan nu luisteren naar een lied dat wordt gezongen door de Noorse zangeres Sissel Kyrkjebø. In het lied dankt zij God voor het wonder van de opstanding. “ U zij de glorie “ zingt ze en wat ik zo mooi vindt, ze zingt ook: “ Een koor van miljoenen engelen zou nog niet genoeg zijn om mijn grote dank hiervoor uit te zingen.”

Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 april 2021 Paaswake

voorganger: ds. Dick van der Vaart

Meditatie paaswake

Waarom is er water in het doopvont zo midden in de nacht?
Water en nacht zijn oer-menselijke symbolen.
In het scheppingsverhaal lazen we al over water en nacht. Vóór de schepping was er niets dan een oneindige watervlakte. Deze was gehuld in duisternis. Door de duisternis komt een lichtgevende vogel aangevlogen : de vuurvogel Gods. De Stem van God klinkt: “ Er zij licht !” En het wórdt licht. Het duister verdwijnt. Het licht van de zon van God schíttert op het water.
God laat de wateren samenvloeien. De aarde duikt op uit het water van de oervloed. Een práchtige, vruchtbare aarde. Allerlei groen schiet op, boomknoppen en bloemknoppen springen open. Met de kracht van de lente wordt een lusthof geschapen, een hof van Eden, een woonplaats voor de mens.

Iets verderop in de bijbel lezen we weer over water en nacht. Na zich  lange tijd verzet te hebben laat de Farao het volk Israël eindelijk gaan. Maar op de avond van de uittocht krijgt de Farao spijt van zijn besluit. Met zijn leger van paarden en ruiters jaagt hij het volk na om het opnieuw gevangen te nemen. Vlak voor de nacht valt zien de Israëlieten in de verte het leger van de Farao hun kant uitkomen. Ze schreeuwen het uit van ellende. Ze waren zo blij eindelijk vrij te zijn. Nu blijkt die vrijheid maar één dag te duren. Ze willen ontsnappen maar kunnen geen kant op. Achter hen komt het leger van de Farao, voor hen is het water van de Schelfzee. Zo valt de nacht over het volk: water en nacht.

Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Bij de uittocht ging God het volk voor in een vurige wolk. Nu verplaatst die vurige wolk zich van zijn positie voor het volk naar een positie achter het volk. De wolk plaatst zich beschermend tussen het volk en de Farao.
De wolk was donker tegelijkertijd verlichte hij de nacht. Aan de kant van de Farao was de wolk donker: de Farao en zijn ruiters konden geen hand voor de ogen zien.
Maar aan de kant van het volk verspreidt de wolk licht. En wat ziet het volk gebeuren in het licht ? Mozes strekt zijn arm uit en houdt zijn stok boven het water. Er steekt een wind op. Deze wind laat het water wegvloeien naar de ene kant en naar de andere kant. God baant een weg voor Zijn volk dwars door het water heen. Een sweg naar de  vrijheid. Waar water en nacht waren is er nu licht en grond onder de voeten.

Ook in het N.T. is er een verhaal over water en nacht: het verhaal over de storm op het meer. De leerlingen van Jezus bevinden zich op een nacht i neen bootje op het meer. Er steekt een zware storm op. De golven slaan over het bootje heen, de wind dreigt de zeilen stuk te slaan. De leerlingen gillen het uit van angst.
Dan komt opeens over het water een lichtende gestalte aanlopen. Het is Jezus. “Vrees niet ! “roept Hij en kalmeert de storm. Dit verhaal  is een opstandingsverhaal. Water is het symbool van chaos en dood. Jezus loopt over het water. De Opgestane Heer loopt over het water. Onder Zijn voeten zijn de dragende handen van God. Waar water en nacht waren zijn er nu de dragende handen van God en het licht van de Opgestane Heer.

Het water in het doopvont is een herinnering aan de drie grote bevrijdende daden van God: de schepping, de doortocht door de Schelfzee en de opwekking van Jezus uit de dood.
Met Jezus worden ook wij opgewekt uit de dood.
Nooit meer zullen wij niet geschapen zijn.
Nooit meer zullen wij in de greep van de Farao zijn.
Nooit meer zullen wij in de macht van de dood zijn.
We zijn bevrijd door God. We leven in God. Amen.

 

 

1 april 2021 Witte Donderdag

Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Jezus voelde dat Zijn dood naderde en Hij had het er moeilijk mee. Hij hield van God , Hij hield van  mensen, Hij hield van het leven .
Hij  genoot van de maaltijden met Zijn leerlingen: brood en wijn en honing smaakten Hem.

Hij hield van de zon op Zijn gezicht en van de wind door Zijn haren. Hij vond het prachtig om met  kinderen te praten. Hij genas zieken, troostte rouwenden , verloste eenzamen uit hun isolement. Hij had een prachtig leven. Hij was jong. Hij was sterk. Hij beleefde Zijn leven als zinvol. Hij leefde in  verbondenheid met God. Dat was geen benauwende verbondenheid die anderen buitensloot maar een verbondenheid waarin Hij anderen kon laten delen.

Zoals  kunstenaars  een wereld van schoonheid  ontsluiten zo ontsloot Jezus de wereld van God voor de mensen en liet Hij hen delen in zijn omgang met God. En daarin vond hij de vreugde en zin van zijn leven.
Zijn leven  beleefde Jezus als zinvol maar Zijn dood, hoe zou hij zijn dood als zinvol kunnen beleven? Zijn dood zou toch alleen maar een einde maken aan Zijn levensvervulling om mensen te laten delen in zijn omgang met God? Het antwoord op deze vraag zal Jezusgevonden hebben in zijn eigen traditie. Wanneer de Joden  de naam van een overleden dierbare noemen dan zeggen ze er achteraan:  “Moge  zijn nagedachtenis ons tot zegen zijn “

Jezus heeft Zich tijdens Zijn leven helemaal geschonken  aan de mensen om Hem heen. Hij heeft ze laten delen in zijn omgang met  God en heeft ze laten zien dat de zin van het  leven gelegen is in de liefdevolle verbondenheid met God en medemens.  Maar  dit geschenk van Jezus leven hoeft  met zijn dood niet verloren te gaan.  Jezus leven kan van blijvende waarde zijn wanneer mensen zich het blijven herinneren en de herinnering doorgeven aan hun kinderen.

Daarom pakt Hij aan het begin van de maaltijd een brood, sprak het zegengebed uit , brak het en zei: “ Neem hiervan, dit is Mijn lichaam. Doet dit tot Mijn gedachtenis. Laat zo Mijn nagedachtenis jullie tot zegen zijn. “
Daarom pakt Hij ook een beker zegende die en zei : “Dit is Mijn bloed, dit is Mijn leven. Als je uit deze beker drinkt denk dan aan Mij en laat Mijn nagedachtenis je tot zegen zijn!“

Het leven van Jezus was een geschenk van God, een zegen voor de mensheid. En Zijn leven kan een blijvende zegen zijn wanneer wij ons Jezus  herinneren. En wij herinneren Hem door brood en wijn te delen en zijn naam daarbij uit te spreken. Maar net zo belangrijk en misschien wel  belangrijker is, dat wij ons Jezus  herinneren in de wijze waarop wij met elkaar omgaan. Wij kunnen ons Hem herinneren in onze woorden en daden in het dagelijks leven.  Jezus werd  gedood. Maar in onze woorden en daden kan Hij weer tot leven komen: opstaan uit de dood.

Zo kunnen wij ook Jezus laten leven in ons hart. We kunnen over Hem lezen, over Hem praten, over Hem zingen, we kunnen om Hem lachen en om Hem huilen, we kunnen de dingen doen die Hij gedaan zou hebben wanneer Hij nog zou hebben geleefd: liefdevol omgaan met elkaar,samen eten en drinken, spelen met de kinderen, zieken genezen, hongerigen voeden, naakten kleden, zonden vergeven, genieten van de zon op onze huid  en de wind door onze haren.

Wanneer wij Jezus in ons hart laten leven, wanneer wij Zijn handen en voeten , oren en ogen zijn dan zijn wij  “Lichaam van Christus“  en leven wij in Hem en door Hem en met Hem. Amen.

 

 

 

 

28 maart 2021

Marcus 11:1-11 Palmzondag, Oosterkerk Hoogeveen                          Th. van Beijeren, Roden

Momenteel ben ik het boek van Barack Obama aan het lezen over zijn weg naar het presidentschap van Amerika. Hij vertelt, dat hij president wilde worden om de idealen uit zijn jeugd te verwezenlijken: zorg voor armen, voor mensen van kleur, voor mensen die geen toegang hebben tot de zorg. Zó’n president wilde hij worden.

Ik las ook ooit een boek over Poetin. Die had heel andere idealen als president van Rusland, en die heeft hij ook weten te bereiken met een streng regiem: hij wilde de baas zijn en verrijkte zichzelf en zijn vrienden enorm.

Hoe wil je de baas zijn? Hoe wil je president, keizer, koning, premier, minister, kamerlid, bestuurder, leider zijn?
Eigenlijk is dat terug te voeren tot de vraag: hoe wil je mens zijn? Want we hebben allemaal uit te zoeken hoe we in het leven willen staan. Wat onze idealen zijn. Wat we willen bereiken. En – hoe we met medemensen willen omgaan… Wat drijft ons? Wat willen we?!

Wat wil Jezus toch met dit gebeuren op Palmzondag? Dé vraag die elke keer weer bij je bovenkomt als je nadenkt over die intocht op de ezel. Wie is dit toch? Wát wil Jezus duidelijk maken met die ezel en die toejuichingen die Hij zich laat welgevallen?

Mattheüs vertelt het er zelfs ook bij in dit verhaal, dat de mensen in Jeruzalem vragen:  Wie is die man? Zo heel bekend was hij dus niet bij iedereen…
Natuurlijk hadden ze in Jeruzalem op die vraag voor een deel wel een antwoord.
* Er waren ongetwijfeld mensen, die hem toejuichten omdat ze wel wat stuntwerk wilden zien. Want er deden de wildste verhalen over hem de ronde: massa’s kregen te eten, lammen liepen, blinden gingen zien, zelfs doden kwamen tot leven. Dan wil je daar wel eens wat van zien, nietwaar? Laat hij zijn trukendoos nog maar een keertje opentrekken!

* Bij anderen zat het wat dieper. Het verlangen naar betere tijden, naar het einde van die vervloekte Romeinse overheersing, naar een eigen koning, een nieuwe David. Ze keken uit naar een politieke omwenteling. En als dat nu eens met die man op de ezel, die Jezus, zou mogen beginnen…!

* Nog weer anderen zullen meewarig naar dit tafereel hebben gekeken. Kansloze missie…! Zó zul je het absoluut niet redden. Geen paard, maar een ezel… Geen wapens, maar zachtmoedigheid. Geen soldaten als escorte, maar een groepje volgelingen die met takken zwaaiden. Wat een vertoning!

* En dan waren er ook, die de intocht van die man op de ezel met achterdocht bekeken. Mensen die belang hadden bij rust in de tent. Die hun invloed en handel veilig gesteld wilden houden. Die er helemaal niet van hielden als er zo met vuur gespeeld werd. En dat dééd die Jezus! Want nog maar een paar jaar geleden hadden er 2000 kruisen gestaan voor opstandelingen. Je zou toch gek zijn als je zoiets opnieuw wilde proberen? Het was je reinste zelfmoord. Dacht Jezus nou echt, dat hij het kruis wèl kon ontlopen?

Nee, dat dacht Jezus niet. Hij had het al voorspeld. Met deze feestelijke intocht gaat hij welbewust een lijdensweg tegemoet. Heden Hosanna, morgen: Kruisigt hem!

Het is een merkwaardige zondag, vandaag, met – zoals het lijkt tenminste – een dubbele boodschap. Feest en lijden. Intocht en afgang. Het ligt heel dicht bij elkaar. Zoals we dat trouwens ook in ons eigen leven wel kennen. De feestelijkheid naast de zorgen.

  • We vieren een verjaardag – en op het feestje hebben we het over die-en-die – “weet je wel? Nou, die heeft ook niet zulke beste berichten uit het ziekenhuis”…
  • Wij vieren hier een feestelijke dienst – in veel delen van de wereld wordt gemoord in naam van het Opperwezen. En duizenden vluchtelingen staan te wachten achter gesloten poorten.

Nee, het is niet altijd “Hosanna” in het leven!
En tóch roepen ze het deze man toe.
Wie is deze man? Wat is dit voor koning?

Want dat is wel duidelijk, hij rijdt als een koning, als een messiaanse koning de stad binnen.

Maar het is zijn zachtmoedigheid die opvalt. Hij trekt geen zwaard, hij gaat niet tekeer met een mitrailleur, het is hier geen Irak of Syrië, nee: zijn koningschap is niet van deze wereld, zal hij straks tegen Pilatus zeggen. En hij zal straks een gekruisigde koning der Joden zijn, zoals het opschrift boven het kruis zal luiden. Met een doornenkroon.

En toch – het blijft heel mysterieus allemaal. Tot nu toe ontweek Jezus het rechtstreekse conflict in Jeruzalem, maar nu zoekt hij het welbewust op. Hij organiseert deze intocht zelf, het is geen spontane demonstratie, maar een geplande optocht. Juist nú, vlak voor het Paasfeest, waarop de bevrijding uit Egypte wordt gevierd, waarop ze de matses zullen eten en het bloed van het lam aan de deurposten zal worden gestreken. Op datzelfde moment zeg maar zal Jezus sterven. Als teken van een nieuwe bevrijding.

Maar – waarom lopen wij nog altijd achter deze “man op de ezel” aan? Wat verwachten we van hem? Waarom zingen we hem ook vandaag opnieuw weer toe, terwijl we aan het eind van deze dienst de Stille Week zullen inluiden: zijn lijdensweg?
Wat heeft deze koning per saldo aan onze wereld gebracht?
Veel goeds, dat is zeker waar.
Zijn boodschap is ter harte genomen. “Zalig de zachtmoedigen; heb je naaste lief als jezelf; wat jij wilt dat de mensen jou doen, doe dat ook voor hen; inderdaad: zulke dingen gaan rechtstreeks in tegen wat de wereld normaal vindt. En het heeft veel goeds gedaan in de wereld.
Hosanna, Zoon van David!

Maar er is ook die andere kant. In zijn naam is er ook veel kwaads gedaan. Er waren ruzies om zijn boodschap, kerken scheurden, families braken uit elkaar, er waren vervolgingen, oorlogen in zijn naam, ketters werden verbrand, vrouwen onderdrukt, kinderen misbruikt, het heilige boek van een andere religie verbrand… En zo werd Jezus van de ezel afgesleurd en op het paard van de macht gezet. En wordt hij, zoals een dichter het eens zei, opnieuw gekruisigd zolang er in zijn naam slachtoffers gemaakt worden.

Gister Hosanna, vandaag kruisigt hem

Het kruis blijft een teken van tegenspraak tot op vandaag. Tegenspraak van alles waar Jezus voor staat. Voor heel zijn boodschap, heel zijn leven. Het was een politieke moord, een troebele gang van zaken – zoals er zoveel zijn, lees de publicaties van Amnesty International. Een valse aanklacht en een schijnproces.

En tegelijk mogen we vanuit de bijbel zeggen: in deze gekruisigde mogen we God zelf zien die met zijn uitgestrekte armen de wereld omarmt. In zijn liefde tot het einde mogen we de liefde van God herkennen. Jezus kwam liever door het geweld om dan dat hij naar het geweld greep om muren te doorbreken en grenzen te slechten.

Zo begint vandaag de Stille Week met deze intocht op een ezel.

Tja, dat ezeltje… Dat wordt volop betrokken in die bedoeling van Jezus. Bijna als een voorbeeld voor al die mensen. Maar die zijn daar nog niet zo aan toe, blijkbaar.

“Wie is deze man?”, vroegen ze zich af.

Wat heeft hij ons te bieden?

Wat betekent zijn koningschap voor ons?
We weten het antwoord inmiddels: het is de Vorst van de Vrede. Jezus weigert welbewust aan de verwachtingen van mensen te voldoen. Hij is geen koning op ónze manier, maar op zijn eígen manier. Hij laat zich niet meeslepen door ónze idealen, maar wil ons meenemen in zijn idealen. Niet Jezus in óns straatje, maar wij op zijn weg. Hij is koning – en Hij wil onderdanen.

Is dat het, waarom er zo opmerkelijk uitvoerig over dat ezeltje geschreven wordt? Een groot deel van dit verhaal is gewijd aan de manier waarop die ezel erbij wordt betrokken.

En dat zet je aan het denken.

“De Heer heeft het nodig”, is het argument.

En nu wil ik onszelf niet met een ezel vergelijken, maar Mattheus lijkt dit allemaal niet ‘zomaar’ te vertellen.

Het mag je aan het denken zetten.

Ik eindig met een gedicht van Mieke de Jong, met als titel: “Mij, een ezel”.

Ik sta met moeder aan de muur
gebonden bij de oude schuur
en hier is dan mijn gouden uur:
de Heer heeft me nodig!

Mijn ogen worden groot en diep,
ik loop te dromen of ik sliep,
ik weet alleen dat iemand riep:
de Heer heeft je nodig!

Een vreemde hand, die mij betast,
een zware en toch lichte last;
mijn wankele stap wordt sterk en vast:
de Heer heeft me nodig!

De massa juicht en dringt me voort,
een lange weg, een grote poort —
ik heb alleen dat woord gehoord:
de Heer heeft je nodig!

Ik ben nog dom en jong en pril,
ik ga de wegen die Hij wil,
ik sta op ‘t eind gewillig stil
de Heer had me nodig!

En loopt mijn leven krom of recht
en word ik later wijs of slecht —
ééns werd het tegen mij gezegd:
Ik heb jou nodig!

Ga naar de bovenkant