Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Opstanding

’s Morgensvroeg op de eerste dag van de week, terwijl het nog donker is,  is  Maria van Magdala op weg naar het graf van Jezus. In het halfduister zoekt ze haar weg. Ze verwacht ieder moment het graf van Jezus met de grote steen voor de ingang, voor zich te zien opdoemen.

Dan duikt het graf opens voor haar op maar tot haar schrik ziet Maria dat de grote steen die de ingang afsloot weggerold is. Haastig loopt ze naar het huis waar Petrus en andere discipel waarvan wordt  gezegd dat Jezus hem liefhad. Ze stormt het huis binnen en roept ontzet: “Ze hebben de Heer weggenomen en we weten niet waar ze  Hem hebben neergelegd!“ ( Geen ogenblik komt Maria op de gedachte dat Hij uit de dood zou kunnen zijn opgestaan. Ze weet heel goed dat niemand nog ooit teruggekeerd is uit de dood om ons te groeten).
Petrus en de leerling waarvan Jezus hield springen op en rennen naar het graf. Het lijkt wel een wedstrijd wie er het eerste zal zijn. De discipel die Jezus liefhad arriveert het eerst. Hij kijkt naar binnen, ziet de linnen grafdoeken liggen waarin Jezus gewikkeld was maar hij gaat niet naar binnen. Hij blijft peinzend buiten staan.
Dan komt Petrus aangerend. Meteen gaat hij het graf binnen en ziet de doek die Jezus’ gelaat bedekte netjes opgerold terzijde liggen. Hij verbaast zich maar kom evenmin als Maria op de gedachte dat Jezus opgestaan zou kunnen zijn.
Dan gaat ook de discipel die Jezus liefhad het graf binnen. Hij ziet de lege plek waar Jezus lichaam gelegen had. En dan breekt er plotseling vreugde door op  zijn gezicht. Het besef dringt tot hem door dat Jezus is opgestaan uit de dood.

Maria staat huilend buiten het graf. Ze buigt zich voorover. Ze ziet de linnen doeken waarin het lichaam van Jezus gewikkeld was en de lege plek waar Zijn lichaam gelegen heeft.
Dan ziet ze plotseling twee engelen in stralend witte klederen. De één aan het hoofdeinde, de ander aan het voeteneinde van de plek waar Jezus gelegen heeft.
(Het  lijkt een beeld van het heilige der heiligen in de tempel waar de ark van het verbond staat met twee engelen op het deksel. Engelen die hun vleugelen zo gevouwen hebben dat ze samen de troon van God vormen)

“Waarom huil je “ vragen de engelen. “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem naartoe gebracht hebben.” antwoord Maria. Dan hoort een geluid achter zich.
Ze draait zich om en een onbekend stelt haar dezelfde vraag: “Waarom huil je?  Wie zoek je? “
Maria herkent de man niet. Ze denkt dat Hij de tuinman is en zegt: “Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd.”

Dan roept de man zacht maar indringend haar naam: “ Maria”.
En dan pas herkent Maria Hem want niemand kan haar naam zo noemen dat ze zich volledig gekend en bemind weet, niemand dan Jezus. “Rabboeni!“ roept ze . “Meester, mijn Meester!“ Toen Jezus stierf was ook Maria gestorven. Nu roept Hij haar weer tot leven.

Een prachtig verhaal! Het mooiste verhaal uit de wereldgeschiedenis!
Hoopvol, troostrijk, liefdevol. Het is een verhaal dat ons de ogen wil openen voor de werkelijkheid van God.

We kunnen op twee manieren kijken naar de werkelijkheid om ons heen. We kunnen die werkelijkheid zien als een gesloten geheel van wetmatigheden of we kunnen die werkelijkheid zien als de werkelijkheid waarin God werkt: Gods werke-lijkheid (streepje). Als de ruimte waarin God werkt. Als een ruimte met oneindige mogelijkheden.

De steen die voor het graf van Jezus gerold is en dit graf voor eeuwig af moest sluiten is het symbool van een gesloten werkelijkheid, een gesloten wereldbeeld. Dat gesloten wereldbeeld houdt in dat wat wij aanzien voor werkelijkheid een samenspel is van een groot aantal wetmatigheden. Wetmatigheden die in kaart worden gebracht door de wetenschappen.Zo beschrijft de natuurkunde b.v. de wet van de zwaartekracht en de wet van oorzaak en gevolg.  De biologie beschrijft de wet dat levende organismen na verloop van tijd uit elkaar vallen.. De economie beschrijft dat de prijs van een product stijgt wanneer het product schaars wordt. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar dat  heeft geen zin. Waar het om gaat is dat we zien dat binnen het gesloten wereldbeeld de werkelijkheid gezien wordt als een samenspel van wetmatigheden die bepalen wat wel of niet mogelijk is.

We worden ons bewustvan de geslotenheid van ons wereldbeeld wanneer we ons de vraag stellen: “ Geloven we dat het mogelijk is dat de wereld binnen 50 jaar erin slaagt om te voorzien in zijn energiebehoefte door schone energie uit zon, water en wind? “
of
“Geloven we dat het mogelijk is om de grootste armoede binnen 25 jaar uit de wereld te bannen?“
of
“Geloven we dat  het mogelijk is om het conflict tussen Israël en Palestina vreedzaam op te lossen “

Binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld moeten we deze vragen negatief beantwoorden.
Wanneer we naar  het opstandingsverhaal kijken dan zien we dat Maria  voortdurend blijft denken binnen de mogelijkheden van het gesloten wereldbeeld.. Wanneer ze ziet dat de steen voor de ingang van het graf is weggerold kan ze geen andere verklaring bedenken dan dat het lichaam van Jezus geroofd moet zijn.

Wanneer de engelen haar vragen waarom ze huilt, blijft ze binnen haar oude denkkaders en snikt ze: “Ze hebben de Heer weggehaald en ik weet  niet waar ze Hem hebben neergelegd.“
En zelfs wanneer Jezus haar zelf aanspreekt : “Waarom huil je . Wie zoek je?“ blijft ze nog de gevangene van het gesloten wereldbeeld van wetmatigheden. Ze herkent Hem niet en denkt dat Hij de tuinman is.

Pas wanneer Jezus haar indringend bij haar  noemt vallen haar de schellen van de ogen en herkent ze Hem. Pas dan opent zich voor haar de deur van de gesloten werkelijheid en stapt ze de werkelijkheid van Gods oneindige  mogelijkheden binnen.
Vandaag roept God ook u en mij bij name. Hij roept op zo’n wijze dat ook wij ons ten diepste gekenden bemind weten. Het  horen van onze naam is de klik waardoor de gevangenisdeur van de gesloten werkelijkheid van onveranderlijke wetmatigheden openspringt en wij  Gods werkelijkheid van oneindige  mogelijkheden binnen kunnen stappen.
Het opstandingsverhaal leert ons dat het beeld dat wij van de werkelijkheid hebben als een  gesloten werkelijkheid die bepaald wordt door wetmatigheden, wellicht een veel te beperkt zicht op de werkelijkheid is.  De werkelijkheid is ruimte van Gods handelen “Gods werkelijkheid “.  In Gods werkelijkheid is veel meer mogelijk dan wij denken.

Het is mogelijk om de milieuproblematiek op te lossen !
Het  is mogelijk om het armoedevraagstuk op te lossen.
Het is mogelijk om wereldwijd de volkeren in vrede met elkaar te laten leven.

En Gods werkelijkheid omspant niet alleen dit leven maar ook het leven na dit leven. Binnen het  gesloten wereldbeeld zegt men: dood is dood, over en uit. Het is niet mogelijk dat we onze overleden dierbaren na de dood weer zullen ontmoeten. Het is niet mogelijk dat we kunnen opstaan uit de dood. Maar binnen de werkelijkheid van God zingen we:

De dode zal leven.

De dode zal horen: nu leven.

……………

Dode, dode, sta op,

Het licht van de morgen.

Een hand zal ons wenken,

Een stem zal ons roepen:

Ik open hemel en aarde en afgrond

En wij zullen horen

En wij zullen opstaan

En lachen en juichen en leven.

We gaan nu luisteren naar een lied dat wordt gezongen door de Noorse zangeres Sissel Kyrkjebø. In het lied dankt zij God voor het wonder van de opstanding. “ U zij de glorie “ zingt ze en wat ik zo mooi vindt, ze zingt ook: “ Een koor van miljoenen engelen zou nog niet genoeg zijn om mijn grote dank hiervoor uit te zingen.”

Amen.