Voorganger: ds. Dick van der Vaart

Gemeente van Christus,

Jezus voelde dat Zijn dood naderde en Hij had het er moeilijk mee. Hij hield van God , Hij hield van  mensen, Hij hield van het leven .
Hij  genoot van de maaltijden met Zijn leerlingen: brood en wijn en honing smaakten Hem.

Hij hield van de zon op Zijn gezicht en van de wind door Zijn haren. Hij vond het prachtig om met  kinderen te praten. Hij genas zieken, troostte rouwenden , verloste eenzamen uit hun isolement. Hij had een prachtig leven. Hij was jong. Hij was sterk. Hij beleefde Zijn leven als zinvol. Hij leefde in  verbondenheid met God. Dat was geen benauwende verbondenheid die anderen buitensloot maar een verbondenheid waarin Hij anderen kon laten delen.

Zoals  kunstenaars  een wereld van schoonheid  ontsluiten zo ontsloot Jezus de wereld van God voor de mensen en liet Hij hen delen in zijn omgang met God. En daarin vond hij de vreugde en zin van zijn leven.
Zijn leven  beleefde Jezus als zinvol maar Zijn dood, hoe zou hij zijn dood als zinvol kunnen beleven? Zijn dood zou toch alleen maar een einde maken aan Zijn levensvervulling om mensen te laten delen in zijn omgang met God? Het antwoord op deze vraag zal Jezusgevonden hebben in zijn eigen traditie. Wanneer de Joden  de naam van een overleden dierbare noemen dan zeggen ze er achteraan:  “Moge  zijn nagedachtenis ons tot zegen zijn “

Jezus heeft Zich tijdens Zijn leven helemaal geschonken  aan de mensen om Hem heen. Hij heeft ze laten delen in zijn omgang met  God en heeft ze laten zien dat de zin van het  leven gelegen is in de liefdevolle verbondenheid met God en medemens.  Maar  dit geschenk van Jezus leven hoeft  met zijn dood niet verloren te gaan.  Jezus leven kan van blijvende waarde zijn wanneer mensen zich het blijven herinneren en de herinnering doorgeven aan hun kinderen.

Daarom pakt Hij aan het begin van de maaltijd een brood, sprak het zegengebed uit , brak het en zei: “ Neem hiervan, dit is Mijn lichaam. Doet dit tot Mijn gedachtenis. Laat zo Mijn nagedachtenis jullie tot zegen zijn. “
Daarom pakt Hij ook een beker zegende die en zei : “Dit is Mijn bloed, dit is Mijn leven. Als je uit deze beker drinkt denk dan aan Mij en laat Mijn nagedachtenis je tot zegen zijn!“

Het leven van Jezus was een geschenk van God, een zegen voor de mensheid. En Zijn leven kan een blijvende zegen zijn wanneer wij ons Jezus  herinneren. En wij herinneren Hem door brood en wijn te delen en zijn naam daarbij uit te spreken. Maar net zo belangrijk en misschien wel  belangrijker is, dat wij ons Jezus  herinneren in de wijze waarop wij met elkaar omgaan. Wij kunnen ons Hem herinneren in onze woorden en daden in het dagelijks leven.  Jezus werd  gedood. Maar in onze woorden en daden kan Hij weer tot leven komen: opstaan uit de dood.

Zo kunnen wij ook Jezus laten leven in ons hart. We kunnen over Hem lezen, over Hem praten, over Hem zingen, we kunnen om Hem lachen en om Hem huilen, we kunnen de dingen doen die Hij gedaan zou hebben wanneer Hij nog zou hebben geleefd: liefdevol omgaan met elkaar,samen eten en drinken, spelen met de kinderen, zieken genezen, hongerigen voeden, naakten kleden, zonden vergeven, genieten van de zon op onze huid  en de wind door onze haren.

Wanneer wij Jezus in ons hart laten leven, wanneer wij Zijn handen en voeten , oren en ogen zijn dan zijn wij  “Lichaam van Christus“  en leven wij in Hem en door Hem en met Hem. Amen.